Opinie

Het CDA moet de weg naar het midden terugvinden

Christen-democratie De nieuwe CDA-leider Wopke Hoekstra kan uitgroeien tot een ‘tweede Lubbers’. Mits hij de weg terug naar het politieke centrum weet te vinden, waarschuwt .
Wopke Hoekstra bij zijn presentatie als lijsttrekker zaterdag in het CDA-partijbureau
Wopke Hoekstra bij zijn presentatie als lijsttrekker zaterdag in het CDA-partijbureau Foto Phil Nijhuis/ANP

De rogge staat er weer dun bij, misschien wel dunner dan ooit. Net als na de triomfen onder Ruud Lubbers maakt het CDA een moeilijke periode door. Volgend op de optater bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 had de partij zeven jaar nodig om, de beeldende typering van partijprominent Jan de Koning indachtig, de periode van schrale roggenoogsten achter zich te laten. Maar de verkiezingsnederlaag van 2010 – een halvering van het aantal zetels in de Tweede Kamer – ijlt na tien jaar nog steeds na. Afgaande op allerlei opiniepeilingen is er vooralsnog ook geen zicht op herstel bij de Kamerverkiezingen in maart. Wopke Hoekstra is niet te benijden.

Kan het weer goed komen? Binnen en buiten de partij wordt volop gesomberd over de toekomst van het CDA. Er zijn er al weer die het onvermijdelijke einde van de christen-democratie voorspellen. De ont-christelijking van Nederland laat zich immers niet keren, hooguit tijdelijk ophouden. Is de christen-democratie al niet veel langer een aflopende zaak? Was de totstandkoming van het CDA, fusie van de drie christelijke partijen KVP, ARP en CHU in de jaren zeventig, iets anders dan „sterven in elkaars armen”?

Ondanks alle onheilsprofetieën is het CDA een succes geworden.

Met name de jaren tachtig, de jaren waarin Ruud Lubbers bezig was met z’n karwei, waren een glorietijd. Tot twee keer toe haalde de partij 54 zetels in de Tweede Kamer, nooit was een fractie zo groot. Dat was geen eenmalige opflikkering, zoals sceptici opperden. Na de eeuwwisseling bleek het CDA onder leiding van Jan Peter Balkenende over zoveel veerkracht te beschikken dat het zich – na de nederlaag in 1994 – weer kon opwerken tot een leidende factor.

Die ongedachte vitaliteit is verbazingwekkend. Het ging ogenschijnlijk in tegen de trend. Terwijl de kerken leegliepen, de natuurlijke achterban afkalfde en christelijke waarden verkleurden, boekte het CDA een paar opmerkelijke verkiezingssuccessen. Dat laat zich niet alleen wegverklaren via de populariteit van Lubbers, een frisse Jan Peter of aansprekende verkiezingsprogramma’s. Natuurlijk speelde dat soort factoren een belangrijke rol. Lubbers werd symbool voor het herstel uit de economische crisis in de jaren tachtig en Balkenende kon zich, als ‘new kid on the block’, ontpoppen als redelijk en vooral fatsoenlijk alternatief voor het fletse Paars en de onbesuisde Fortuyn.

Lees ook: Wopke Hoekstra nu alsnog ‘de beroepspoliticus’ die hij niet wilde worden

Maar er is meer dan een gunstig gesternte. De christen-democratie beschikt over een goed, aansprekend en overtuigend verhaal, een verhaal dat – teruggrijpend op christelijke waarden – perspectief biedt. Tegenover polarisatie belijdt de partij verbinding, tegenover vrijheid-blijheid zorg voor elkaar, tegenover economisme rentmeesterschap, tegenover ieder-voor-zich solidariteit. Op die manier heeft het CDA op zijn beste momenten op eigentijdse manier vorm gegeven aan zijn uitgangspunten. Dat liet zich vertalen in uitgewerkte partijprogramma’s. En het voorzag meer dan eens in een behoefte.

Rechts likte de vingers af

In het onlangs verschenen Haagse Jaren. De politieke memoires van Ruud Lubbers van Theo Brinkel kan iedereen nalezen hoe dat verhaal iemand als Lubbers gemotiveerd heeft, hoe zijn nuchtere, no-nonsens-aanpak niet los gezien kan worden van zijn ideologische wortels, hoe het hem hielp om het ‘karwei’ te beginnen, vol te houden en af te maken.

Je kunt het ook omkeren. Zodra de christen-democratie dat verhaal verwaarloost, bezoedelt door politieke compromissen of laat ondersneeuwen in de bestuurlijke processen, gaat het mis.

Soms heel grondig mis. Zoals tien jaar geleden bleek. Het CDA-van-toen, murw na de verkiezingsnederlaag van 2010, stortte zich in de armen van politieke krachten die haaks staan op het christen-democratische gedachtegoed. Het zocht zijn heil in een kabinet waarbij rechts de vingers aflikte – en vervreemdde zich van grote delen van de natuurlijke achterban.

Lees ook: De stoelen stonden niet op naam

Dat is niet meer goed gekomen. De misstap van 2010 veroorzaakte een breuklijn die tien jaar later hooguit is weggeplamuurd. Ook omdat sindsdien te weinig is gedaan om de oude draad weer op te pakken. De partij liet zich meer leiden door angst om de ‘boze burger’ nog bozer te maken dan door het welbegrepen eigenbelang om een christen-democratisch perspectief te ontwikkelen.

Gebiologeerd door wat zich op de rechterflank van het Binnenhof afspeelt, heeft het CDA in het politieke centrum – de oude, vertrouwde plek – een gat van jewelste laten vallen. Omdat er niets voor in de plaats is gekomen – hooguit wat onbestemd regionalisme – is het CDA met lege handen achtergebleven. Het verspeelde een bindmiddel – een middel om tegenstellingen tussen links en rechts, stad en platteland, jong en oud te overstijgen. Het resultaat is een nauwelijks herkenbaar, in elk geval weinig onderscheidend profiel.

Het lijkt soms of de „enorme troost” van dat klassieke verhaal buiten de partij beter begrepen wordt dan binnen de partij. De Protestantse Lezing van premier Rutte klonk, een paar weken geleden, christen-democratischer dan wat je binnen de christen-democratie hoort; een onverholen lofzang over christelijke waarden voor de politiek. Juist ook als vaccin voor wat een door een virus geteisterd land nodig heeft.

Geen VVD ‘light’

Daar ligt de kans voor Wopke Hoekstra. Onder zijn leiding kan het CDA een doorstart maken. Al was het alleen maar omdat hij nauwelijks belast is met het verleden. Als vertegenwoordiger van een nieuwe generatie kan hij onorthodox het oude verhaal een nieuwe lading, een nieuwe glans, een nieuwe uitstraling geven. Als een ‘tweede Lubbers’ moet hij in staat worden geacht de verpersoonlijking te worden van een nieuw karwei: perspectief voor Nederland na de coronacrisis.

Wie de VVD van Mark Rutte wil verslaan, moet geen VVD light willen zijn. Wie van het CDA weer een factor van betekenis wil maken, zal de weg terug naar het politieke centrum moeten zien te vinden. Wie de christen-democratie een nieuwe toekomst wil bieden, moet aanknopen bij wat het verleden te bieden heeft.

Er moet opnieuw rogge worden gezaaid.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.