Opinie

Hoe komt dat interview uit NRC nu opeens ook in het Leidsch Dagblad?

De ombudsman

Dus u dacht dat al die puike, goed uitgezochte artikelen in NRC, de krant waar u jaarlijks een som geld voor op tafel legt en die u nog altijd met een gevoel van exclusiviteit elke dag online raadpleegt of, met dat vertrouwde armgebaar van vroeger, openslaat, dat die alleen dáár te lezen zijn?

Maar hoe kan het dan, vraagt een abonnee verbaasd, dat het interview met de gevallen sportcommentator Hans van Zetten dat NRC zaterdag bracht, die dag precies zo te lezen was in het Leidsch Dagblad? Met dezelfde foto’s en uiteraard van dezelfde auteurs, NRC-sportredacteur Fabian van der Poll en een collega, Marco Knippen. Ja, collega maar bij een andere Mediahuis-krant, het Noordhollands Dagblad.

Nog ‘erger’: de abonnee had hetzelfde interview dus ook kunnen lezen in die Noord-Hollandse krant. En, ter vergelijking, vervolgens in het Haarlems Dagblad. Of in De Gooi- en Eemlander.

Is hier sprake van een nevenfunctie van de NRC-redacteur, wil de lezer een tikje bezorgd weten?

Nee, dat niet. De verklaring is een journalistieke: samenwerking op hetzelfde onderwerp.

Hoe ging het? NRC-redacteur Van der Poll had een goed contact met Knippen van het Noordhollands Dagblad en de twee besloten samen op te trekken in een brisant verhaal, misstanden in de turnwereld. Zulke samenwerking, het delen van bronnen en expertise, komt vaker voor en kan heel zinvol zijn. Het resultaat kwam in beide kranten, eerst een reconstructie en later dit interview. Maar omdat het Noordhollands Dagblad een keten vormt met andere regiokranten, zoals het Leidsch Dagblad, kwam het interview ook dáár terecht.

Behalve voordelen heeft zulke samenwerking ook haken en ogen. Allereerst moet die voor de lezer duidelijk worden gemaakt. Dat ging goed bij de reconstructie (in tekst en kader werd vermeld dat het een verhaal was van beide kranten), maar bij het interview ontbrak die vermelding, vergeten in de hitte van de productie. Jammer, die had dus onder of in het interview moeten staan – dat had in elk geval de Leidse dubbellezer een kopzorg gescheeld.

Iets heel anders gebeurt ook, dat is het doorplaatsen van NRC-artikelen in een aantal regionale kranten van dezelfde uitgeverij, het Mediahuis. Ook daar was recent een voorbeeld van, of nou ja een bijna-voorbeeld – straks meer.

Hoe zit dat? Al lang voor de overname door Mediahuis in 2015 had NRC een afspraak met de Vlaamse krant De Standaard dat die een beperkt aantal artikelen (maximaal 300 per jaar, minder dan één per dag) kon overnemen, aanvankelijk tegen een vergoeding. Na de overname gold die afspraak ook voor De Limburger, ook een Mediahuis-krant, onbetaald. De regels: plaatsen mag pas nadat de stukken in NRC zijn verschenen en mét vermelding van copyright; columns of artikelen van medewerkers die eigen auteursrechten hebben vallen erbuiten. Niet inkorten is daarbij een ongeschreven regel, voorts mogen de stukken niet gratis online komen, maar moeten ze achter de betaalmuur voor abonnees.

Maar Mediahuis zit niet stil. In 2017 kocht het concern de Telegraaf Media Groep, inclusief de regionale dagbladen in Noord-Holland. Dit jaar kwamen daar de dagbladen van de NDC Mediagroep bij, zoals de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden. Mediahuis is daarmee, naast de ook Belgische Persgroep, een krantengigant geworden.

Ook met die andere regiokranten zijn nu afspraken gemaakt over het doorplaatsen van stukken, om te beginnen voor een jaar en onder vergelijkbare voorwaarden. Voordeel voor hen: berichtgeving over terreinen waar zij geen expertise of mankracht voor hebben. In ruil krijgt NRC advertentieruimte voor eigen activiteiten, zoals audio. De afspraken gelden niet voor De Telegraaf, en dat is relevant, want daar maken sommige lezers zich zorgen over sinds NRC en de Telegraaf beide onderdeel zijn van Mediahuis.

Je kunt dat doorplaatsen van NRC-artikelen beschouwen als een goede steun aan regionale journalistiek, die ook in Nederland onder druk staat. Indirect is dat ook goed voor NRC, want het versterkt het idee dat kranten ertoe doen en een betrouwbare bron van informatie zijn. Ook buitenlandse media hebben vaak soortgelijke afspraken.

Maar ook hierin kan soms kortsluiting optreden, blijkt uit een ‘bijna-doorplaatsing’. NRC-verslaggever Hugo Logtenberg wist een interview te krijgen met de opgestapte burgemeester van het Limburgse Weert, Jos Heijmans, die een boek over zijn val had geschreven. De Limburger, waar ze lucht hadden gekregen van dat interview, had daar uiteraard belangstelling voor en nam nog voor publicatie contact op: konden zij dat interview ook krijgen, liefst op dezelfde dag? Probleem: Heijmans ligt al jaren danig overhoop met De Limburger, die hij beticht van „schandalige” berichtgeving.

Voor Logtenberg was het evident dat de oud-burgemeester plaatsing in die krant pertinent zou weigeren. De interviewer zou het nu ook niet fair vinden, zegt hij, want tevoren had hij hier niet aan gedacht en het Heijmans dus ook niet verteld. Dat hoefde hij ook niet, dit is een zakelijke afspraak waar verslaggevers geen rekening mee hoeven houden. Trouwens, zegt Logtenberg: „Als ik dat vooraf had gevraagd, had ik het interview niet gekregen.”

Wat nu? Op verzoek van zijn chef belde de verslaggever met tegenzin de oud-burgemeester om te vragen of hij echt bezwaar zou hebben tegen doorplaatsing. Jazeker, was het antwoord. Het stuk kwam niet in De Limburger.

Zoiets zal niet vaak voorkomen; maar de mogelijkheid om overname te weigeren lijkt me geen luxe – al is het maar om schermutselingen bij Weert te voorkomen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.