Dan maar een ‘blokjeskerst’ dit jaar?

Kerst Het klein houden van Kerst lijkt voor veel Nederlanders moeilijker verteerbaar dan eerdere coronabeperkingen.

De familie Kissen in Budel-Schoot versiert de Kersttuin.
De familie Kissen in Budel-Schoot versiert de Kersttuin. Foto Folkert Koelewijn

De eerste bezorgde berichten verschenen begin oktober: kunnen we straks wel op de normale manier Kerst vieren? Het antwoord volgde een maand later: nee. „Kerst wordt anders dan andere jaren”, zei Hugo de Jonge op de persconferentie van 3 november. De spanning werd vervolgens opgevoerd. We mochten drie mensen uitnodigen, nee, toch zes. Nee toch drie. Of misschien wel minder. „Het wordt een kille Kerst”, klonk het overal.

De mutilatie van Kerst past in een jaar dat wordt getekend door teleurstellingen. Verjaardagen werden klein gevierd, vakanties gecanceld, festivals gingen niet door. Dat alles werd gelaten geaccepteerd. Maar het klein houden van Kerst lijkt voor veel Nederlanders moeilijker verteerbaar.

De behoefte om met een ritueel een periode af te sluiten is iets universeels, zegt Irene Stengs, bijzonder hoogleraar antropologie aan de VU en onderzoeker bij het Meertens Instituut. „Rituelen articuleren bepaalde normen en waarden, bij Kerst is dat het belang van familie. Er wordt bepaald wie behoort tot de intieme kring, het is een herbevestiging van sociale relaties.”

Kerst is „het hoogfeest van de familie”, zegt ook Meertens-collega Peter Jan Margry, hoogleraar Europese etnologie aan de UvA. Meer nog dan Sinterklaas: „Dat is meer het feest van het gezin, en Kerst van de grotere familie, waarbij mensen rond de grootouders zitten.”

Dat grote families dit keer worden opgebroken gaat dus in tegen de kern van Kerst. Het leidt tot pijnlijke keuzes en tot eenzaamheid bij mensen die buiten de selectie vallen. „Een alleenstaande dame uit mijn gemeente zei tegen me: het is voor het eerst in m’n leven dat ik alleen ben met Kerst”, vertelt Joost Röselaers, predikant van onder meer de vrijzinnige kerk Vrijburg in Amsterdam. „Zij heeft geen kinderen en gaat normaal op bezoek bij neven en nichten.”

De nadruk bij het kerstfeest op familie ontstond pas in de negentiende eeuw, zeggen Stengs en Margry. Daarvóór draaide Kerst vooral om de kerstmis. Andere feestdagen waren belangrijker, zoals Sinterklaas, nieuwjaar en Sint Maarten – dat laatste was toen nog een oogstfeest, waarbij traditiegetrouw een gans werd verschalkt. „Feesten en rituelen zijn veel dynamischer dan mensen denken”, zegt Irene Stengs. „Ze denken: het is traditie en het herhaalt zich, dus het is altijd hetzelfde geweest. Maar dat is niet zo, tradities wandelen een beetje.”

Kerst heeft nogal wat afgewandeld: van de puur religieuze herdenking van Jezus’ geboorte tijdens het vroege christendom, tot het afgrazen van de woonboulevard op Tweede Kerstdag in onze tijd. Veel elementen van het huidige kerstfeest, zoals de kerstboom en -stal, deden pas halverwege de negentiende eeuw hun intrede. Duitse arbeidsmigranten die hier werkten namen die mee uit hun thuisland, waar stal en boom al langer gemeengoed waren. Het Duitse kerstfeest was een huiselijk festijn dat goed paste bij de normen en waarden van de opkomende burgerij, zegt Peter Jan Margry.

De viering met kerstboom zoals we die nu kennen, heeft dus een Duitse oorsprong. Maar voor Duitsers is het feest nog belangrijker dan voor ons, denkt Margry. „Er is daar een soort traditiemythe rondom Kerstmis gecreëerd, waaraan de kerstmarkten zeker hebben bijgedragen.”

Comeback van de kerstkaart

Hoe belangrijk kerst wordt gevonden verschilt van land tot land, zegt ook Joost Röselaers, die jarenlang in Frankrijk en Engeland woonde. In Frankrijk heeft kerst concurrentie van quatorze juillet. „Engeland heeft niet zoiets, dus voor hen is Kerst dé nationale feestdag.”

Nog een verschil, zegt Röselaers: „In Engeland speelt het traditionele een grote rol. Het is veel minder geseculariseerd dan Frankrijk en Nederland. Iedereen luistert naar de Messiah van Händel, elke school heeft een kerstdienst. Corbyn eindigde zijn speech twee jaar geleden met een kerstlied.” Hij kan zich niet voorstellen dat Macron zoiets zou doen. „In Frankrijk benadrukken ze eerder hoe je kalkoen bereidt en welke wijn erbij hoort. Britten zijn minder culinair. Het eten is niet het belangrijkste.”

Ook Nederland heeft een moeizame verhouding met het christelijke aspect van Kerst, constateert Röselaers. „Op scholen wordt er nauwelijks gepraat over het geboorteverhaal van Jezus.” Desondanks is het tegenwoordig, ook onder niet-katholieken, hip om met kerstavond naar de nachtmis te gaan, zegt Irene Stengs. Maar dit jaar is ook dat anders.

Toch zijn sommige dingen nog wél mogelijk. Stengs denkt dat „blokjeskerstvieringen” en kerstlunches in de buitenlucht soelaas kunnen bieden. En bij „investeringen in de huiselijke sfeer” zoals kerstverlichting hoeven mensen zich sowieso niet in te houden: „Ik zie al veel langer lampjes dan normaal. Of lijkt dat maar zo?”

Volgens Peter Jan Margry hangt een comeback van de kerstkaart in de lucht: „Mensen willen aandacht besteden aan degenen met wie ze anders samen waren geweest. En niet met digitale kerstwensen via Facebook, zoiets is haast onethisch om in deze tijden te doen.”

Joost Röselaers probeert in zijn gemeente de eenzamen extra aandacht te geven. Hij belt ze op, brengt ze met elkaar in contact, of nodigt ze expliciet uit om bij de live-dienst om 10 uur te zijn, die volgt op de Zoom-dienst van 8 uur. De live-dienst zal eigenaardig worden, denkt Röselaers: „Alleen de vier voorzangers mogen zingen, de anderen moeten hun mond houden.” Toch ziet hij ook een positieve kant van het intieme format. „Normaal komen er tweehonderd mensen die net goed hebben gegeten en een glaasje op hebben. Het kleine gezelschap van dit jaar brengt me dichter bij het kerstverhaal. Dat is helemaal geen jubilerend verhaal, het gaat over een kleine groep die samenkomt in de nacht en de hoop levend houdt.”