Wie kan bijleren, blijft aan het werk

Arbeidsmarkt In de komende vijftien jaar zal de arbeidsmarkt flink veranderen. Dat hoeft niet erg te zijn – als werkenden het maar kunnen bijbenen.

Telefonistes aan het werk in een telefooncentrale, 1945.
Telefonistes aan het werk in een telefooncentrale, 1945. Foto Charles Breijer / Anefo Nationaal Archief

Hoefsmeden, molenaars, wevers en vooral veel boeren. Wie honderdvijftig jaar terug gaat in de tijd, ziet heel andere banen. Landbouw en industrie waren goed voor twee derde van de werkgelegenheid, nu is dat nog maar 10 procent.

Wie in de toekomst kan kijken, ziet óók een andere arbeidsmarkt. Daarvoor hoef je maar vijftien jaar vooruit te kijken. Dan zijn er banen verdwenen, nieuwe ontstaan en vooral: veel bestaande banen van karakter veranderd. Dat verwacht de OESO, een denktank en samenwerkingsclub van rijke industrielanden.

Zo’n 30 procent van de Nederlandse banen verandert de komende vijftien jaar zo sterk dat er nieuwe kennis en vaardigheden voor nodig zijn, becijferde de OESO vorig jaar. Een kleiner deel, maar toch nog ruim 10 procent van de Nederlandse banen loopt zelfs een groot risico om te verdwijnen door automatisering.

De coronacrisis kan die trend versnellen, denken deskundigen, bijvoorbeeld in de detailhandel. Door de florerende webshops groeit de vraag naar ict’ers, logistiek medewerkers en pakketbezorgers. En zijn er uiteindelijk minder verkoopmedewerkers nodig in de winkelstraat.

Is dat erg? Niet per se, zegt hoogleraar Maarten Goos van de Universiteit Utrecht, die veel onderzoek doet naar de invloed van technologie op de arbeidsmarkt. Er ontstaan genoeg nieuwe banen, bijvoorbeeld rond algoritmes en de energietransitie. „Er zijn ook geen stenografen meer. Die mensen hebben nu ander werk.”

Maar dan moeten werkenden het tempo van die veranderingen wél kunnen bijbenen. „Je competenties hebben continu een update nodig”, zegt Andries de Grip, hoogleraar economie en directeur van het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt in Maastricht. „Een automonteur moet nu veel meer van elektrotechniek weten. Secretariaten werken totaal anders dan twintig jaar geleden.”

Daarvoor is het, vaker dan vroeger, nodig om je hele leven te blijven leren. Niet alleen omdat de arbeidsmarkt verandert, ook omdat loopbanen langer duren. Vroegpensioenregelingen zijn afgeschaft en de AOW-leeftijd schuift langzaam op. „Je kunt niet zomaar meer van je 17de tot je 67ste bij één werkgever blijven”, zegt Marjolein ten Hoonte, directeur arbeidsmarkt van uitzendbedrijf Randstad.

‘Ronduit gevaarlijk’

Al sinds de jaren 90 wordt gepleit voor een sterkere ‘leercultuur’ onder volwassenen, waar overheid en werkgevers meer in moeten investeren. Het geldt als een van de belangrijkste problemen van de arbeidsmarkt en er verschijnen veel rapporten over.

Toen de Sociaal-Economische Raad in 2002 opriep tot actie op het gebied van ‘een leven lang leren’, omarmde politiek Den Haag de aanbevelingen direct. Maar in 2017, zes kabinetsperiodes later, constateerde diezelfde regeringsadviseur weinig structurele verbetering. Het onderwerp werd nu ‘een leven lang ontwikkelen’ genoemd. Critici spreken inmiddels van ‘een leven lang leuteren’.

Nog wordt te weinig geïnvesteerd in bijscholing, omscholing, praktijkscholing, concludeerde de commissie-Borstlap in januari, die in opdracht van het kabinet een advies had opgesteld voor een beter functionerende arbeidsmarkt. „De nonchalance en gelatenheid die we nog steeds vertonen is ronduit gevaarlijk en bedreigend voor de welvaart van nu en straks”, zei commissievoorzitter Hans Borstlap.

Óf het scholingsbeleid wordt ingrijpend verbeterd. Óf deze mensen zullen „afvloeien in uitkeringsregelingen”

Hans Borstlap voorzitter commissie-Borstlap

Hij wees erop dat veel Nederlanders de komende jaren hun kennis en vaardigheden zullen zien verouderen. En dan staat Nederland voor een keuze. Óf het scholingsbeleid wordt ingrijpend verbeterd. Óf deze mensen zullen „afvloeien in uitkeringsregelingen”, omdat geen werkgever ze meer wil hebben.

Lees ook: 47 adviezen over de arbeidsmarkt - dit zijn de belangrijkste

Soms is wat bijscholing genoeg, zegt hoogleraar De Grip, om bij te blijven bij nieuwe ontwikkelingen. Soms zul je je kennis en vaardigheden op een hoger niveau moeten brengen, bijvoorbeeld als je functie door nieuwe technieken ingewikkelder wordt. Voor mensen in een ‘krimpend beroep’, zoals administratieve functies, kan omscholing nodig zijn naar een beroep waar wél veel vraag naar is.

Maar bijleren kan soms ook gewoon in je baan. Zo ziet Ten Hoonte van Randstad voor administratief personeel kansen bij banken: op afdelingen die fraudesignalen moeten herkennen. Die groeien flink sinds het Openbaar Ministerie in 2018 een miljoenenschikking trof met ING wegens nalatigheid bij signaleren van witwassen.

Voor deze functies is vaak geen specifieke opleiding vereist. Je moet vooral analytisch kunnen denken. Maar zodra je die nieuwe baan hebt, doe je wél allerlei nieuwe kennis op, over opsporing en de financiële sector. „Dat kun je later bijvoorbeeld gebruiken om bij de politie te werken”, zegt Ten Hoonte.

Beroepsklassen in de komende vier jaar:

Meer mensenkennis nodig

Werknemers moeten niet alleen technologische kennis blijven bijhouden. Banen worden ook sociaal en emotioneel veeleisender, schreef de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in januari.

De raad deed onderzoek naar zes veelvoorkomende beroepen, waaronder leerkrachten, beveiligers, ict’ers en vrachtwagenchauffeurs. Allemaal moeten zij nu beter kunnen communiceren, stressbestendiger zijn en over meer mensenkennis beschikken dan een paar decennia geleden. Zo krijgen vrachtwagenchauffeurs te maken met boze klanten en opdrachtgevers als ze te laat komen en moeten ze dat soort conflicten vaker zelf oplossen.

Lees ook: Werk moet mensvriendelijker worden, zegt de WRR

Naarmate robots en algoritmes meer routinematige taken uitvoeren, zijn de sociale vaardigheden van werknemers belangrijker, zegt ook Goos. Die kan de technologie niet zomaar overnemen.

Het grote risico van al deze veranderingen, ziet Goos, is dat de kwaliteit van ‘nieuwe banen’ lang niet altijd goed is. Zo hebben de fietskoeriers van Deliveroo en taxichauffeurs van Uber geen mens, maar een algoritme als leidinggevende: een app op hun smartphone vertelt wat ze moeten doen. Ook werknemersbescherming hebben ze niet, want ze werken als zzp’er. Goos: „Nu wordt technologische ontwikkeling gedreven door het drukken van kosten, het halen van meer marktaandeel.”

De hoogleraar is ervan overtuigd dat technologie de arbeidsmarkt beter kan maken. „Maar dan moet het doel zijn om er goede banen mee te creëren.” Ook Ten Hoonte vindt dat daarover nagedacht moet worden. „In de zorg kunnen machines de administratie overnemen”, zegt ze. „Dan krijgt het personeel eindelijk weer tijd om dat geliefde praatje te voeren.”