Opinie

Vijf jaar na het Parijsakkoord staat de klimaatcrisis ten onrechte op het tweede plan

Klimaatbeleid

Commentaar

Een verantwoordelijkheidscrisis. Zo wordt de klimaatcrisis genoemd in het toneelstuk De zaak Shell dat deze weken in theaters is te zien. In monologen leggen consument, burger, overheid en het olie- en gasconcern uit waarom zijzelf niet in staat zijn doeltreffend te handelen teneinde de opwarming te stoppen. Allemaal hebben ze gelijk.

Op 12 december 2015, nu vijf jaar geleden, werd het Klimaatakkoord van Parijs gesloten. Die dag, waarop de lidstaten van de Verenigde Naties afspraken dat aan de verandering van het wereldklimaat een einde moest komen, was historisch. Als de opwarming van de aarde wordt beperkt tot ruim onder de twee graden Celsius of liever nog tot anderhalve graad, zoals in Parijs werd overeengekomen, zal de planeet grotendeels leefbaar blijven. Zo hoog is de inzet.

Het is al ruim één graad warmer dan het rond 1900 was. In de afgelopen zomer leefden mensen en dieren in de VS door de bosbranden in een oranje mist. Het orkaanseizoen brak records, de poolzee vriest momenteel met moeite dicht. De klimaatcrisis is begonnen: dit jaar telde de financiële schade op tot 150 miljard dollar. En totdat de CO2-uitstoot tot nul is teruggebracht, wordt die crisis ieder jaar erger.

Het Parijsakkoord kwam te laat. Al decennia hadden wetenschappers in steeds duidelijkere taal uitgelegd hoe de opwarming doorzet zolang de CO2-uitstoot niet wordt aangepakt. In 1989 was tijdens de eerste internationale klimaattop in Noordwijk tevergeefs geprobeerd het ‘broeikaseffect’ samen te bestrijden. De opwarming was toen nog een abstract vooruitzicht. Nederland had net twee Elfstedentochten achter de rug.

Inmiddels koesteren oudere kinderen heimwee naar hun eigen kleutertijd, omdat ze toen nog zo vaak sneeuwballen gooiden. Als de wereld niet messcherp ingrijpt, maken die kinderen mee hoe tegen het einde van de eeuw de drie graden opwarming wordt aangetikt.

Het Akkoord heeft belangrijke veranderingen teweeggebracht. Zonder ‘Parijs’ zou de Europese Unie niet hebben afgesproken dat ze in 2050 klimaatneutraal is. Een groeiend aantal bedrijven, waaronder Shell en andere energieconcerns, zegt te streven naar ‘netto nul’ uitstoot halverwege deze eeuw. Toen de Chinese president Xi Jinping in september aankondigde dat China voor 2060 datzelfde doel nastreeft, noemde hij het Klimaatakkoord van Parijs als ijkpunt.

Maar ondanks die goede voornemens – en de aanstaande terugkeer van de Verenigde Staten in het Akkoord – is een effectieve aanpak van de klimaatcrisis ver te zoeken. Sinds 2015 komen internationale onderhandelaars na elke volgende klimaattop teleurgesteld thuis.

Binnen Nederland was het niet anders. Het vorige kabinet schreef direct na het Parijsakkoord dat het tot 2020 kon volstaan met het bestaande klimaatbeleid en de uitvoering van het Urgenda-vonnis. Maar van de vijf doelen voor 2020 waarop het kabinet zich destijds richtte, worden naar verwachting slechts twee verzilverd.

Lees ook: Nederland haalde zes van de vijftien gestelde klimaatdoelen

Nog altijd kan iedereen zijn verantwoordelijkheid voor klimaatverandering ogenschijnlijk pijnloos afwegen tegen andere prioriteiten. De pensioengerechtigde wil eindelijk de Galapagoseilanden weleens zien. Het oliebedrijf heeft net enkele winstgevende nieuwe velden aangeboord. Het kabinet versoepelt de komende jaren de CO2-heffing voor de industrie, want nu is het coronacrisis.

Ieders voordeel, dat zo’n beslissing op de korte termijn oplevert, is concreet en invoelbaar. Toekomstige misoogsten, overstromingen, vissterftes, watertekorten en bosbranden zijn niemands schuld. In 2006 noemde de Amerikaanse ethicus Stephen Gardiner klimaatverandering vanwege die scheve verdeling a perfect moral storm. Daaraan heeft het Akkoord van Parijs niets veranderd.

De coronacrisis legde dit jaar bloot dat de wereld bij een concrete dreiging wel degelijk in staat is om acuut op te treden. Dan mag de schatkist tot de bodem leeg. De Nederlandse staat besteedde dit jaar al 37 miljard euro aan economische coronasteun. Wereldwijd wordt de omvang van de steun inmiddels geschat op 12.000 miljard dollar.

Die andere crisis staat intussen in de wacht. De coronasteun draagt nauwelijks bij aan verduurzaming, inventariseerde het VN-Milieuprogramma deze week. Wanneer de coronagelden wél gericht zouden worden besteed aan ‘groen economisch herstel’, neemt de CO2-uitstoot zo sterk af dat de opwarming van de aarde al beperkt wordt tot twee graden Celsius. Dan komt het doel van Parijs dichtbij.

Met andere woorden: het nu uitgegeven bedrag is zo astronomisch dat het de wereld kan redden. Als over vijf jaar geconstateerd moet worden dat het niet gelukt is, komt die kans geen tweede keer.