De boekhouder die kattentrimmer werd - deze mensen gooiden hun carrière radicaal om

Portretten Na een soms decennialange loopbaan kozen deze vijf mensen voor een ander beroep. Waarom, en hoe hebben zij deze overstap ervaren?

Sharina Waalzaam, Matthijs Mahler en Marie Rademaker kozen voor een heel ander vak. Op de foto’s bij dit artikel zijn het oude en nieuwe beroep verenigd.
Sharina Waalzaam, Matthijs Mahler en Marie Rademaker kozen voor een heel ander vak. Op de foto’s bij dit artikel zijn het oude en nieuwe beroep verenigd. Foto’s Lars van den Brink
 

Marie Rademaker (51) ‘Twintig jaar geleden had ik het niet gedurfd, zo’n overstap’

Marie Rademaker werkte bijna 30 jaar als boekhouder. Ze heeft nu zo’n drie jaar haar eigen kattentrimsalon. Foto Lars van den Brink

 

„Ik ben na het vwo meteen gaan werken. Daarnaast deed ik een deeltijdstudie in accountancy. Ik koos voor veiligheid. Boekhouders zijn altijd nodig. Ik ben geen dag in m’n leven werkloos geweest. Maar ik keek wel elke dag steeds op de klok om te zien of ik al naar huis mocht.

„Ik was bijna 50. Dan denk je: nu is mijn carrière wel voorbij. Maar je moet nog 18 jaar werken. Ik dacht: Als ik nu niet iets anders ga doen, doe ik het nooit meer.

„Mijn hart ligt meer bij dieren dan bij cijfers. Ik was al bijna 20 jaar vrijwilliger bij het dierenasiel in Amsterdam. Iemand zei: ‘Jij bent zo geduldig met katten. Waarom word jij geen kattentrimster?’ Een geweldig idee. Ik heb mijn diploma behaald en kon bij het asiel een kamertje huren. Alles viel op z’n plek.

„Vroeger was ik een beetje die stugge boekhouder op kantoor. Nu heb ik met emoties te maken! Vorige week zat er nog iemand te huilen omdat de kat was overleden. Die moet je dan troosten. Ik heb nog nooit zoveel contact gehad met mensen, nu ik met dieren werk.

„Kattentrimmen is de laatste jaren populair geworden. Vroeger had iedereen gewoon een huis-tuin-en-keukenkat. Maar nu zijn er veel meer langharige katten. Dat er zo veel vraag naar zou zijn, had ik niet verwacht. Ik open in januari mijn tweede locatie.

„Ik ben eigen baas en daar zitten risico’s aan. Een vaste baan heeft voordelen: goed pensioen, doorbetaling bij ziekte. Dat heb ik niet meer. Ik fiets nu voorzichtiger. Als ik val of aangereden word, kan ik morgen niet werken. Daar ben ik me nu meer bewust van. Ik hoop dit nog heel veel jaren te doen.

„Twintig jaar geleden had ik het niet gedurfd, zo’n overstap. Als je ouder bent, word je minder onzeker. De keuzes die je maakt, maak je voor jezelf. Ik dacht: wat heb ik te verliezen? Als ik moet bezuinigen ga ik bezuinigen. Het is het helemaal waard.”

Sharina Waalzaam (32) ‘Het was zo leuk om weer eens iets nieuws te leren’

Sharina Waalzaam uit Purmerend werkt in de kinderopvang en heeft daarnaast een nagelsalon. Foto Lars van den Brink

 

„Toen ik klaar was met de middelbare school, wilde ik eigenlijk iets met beauty en nagels doen, maar mijn ouders vonden dat niets. Zij zagen het meer als een hobby, niet als een serieuze optie voor een carrière. Ik heb toen de mbo-opleiding sociaal-pedagogisch werk niveau drie gedaan en daarna ben ik doorgestroomd naar sociaal-cultureel werk niveau vier. Na mijn stage op een kinderdagverblijf kreeg ik een contract aangeboden en na de opleiding ben ik daar blijven werken.

„Na drie jaar ben ik gestopt. Ik wilde nog reizen en andere opleidingen en banen uitproberen. Ik heb bijvoorbeeld een tijd in de beveiliging gewerkt op Schiphol. Maar de onregelmatige werktijden waren te lastig met mijn tweede kind te combineren. Ik wilde stabiliteit en ben weer bij een kinderdagverblijf gaan werken.

„De laatste jaren zag ik op social media zó veel jonge meiden die hun eigen goedlopende zaak hadden met kleding of make-up. Ik dacht: ‘Ik moet het nu gewoon gaan doen.’ Ik heb me opgegeven voor een opleiding van drie maanden voor nagelstyliste. Het kostte achthonderd euro – best een investering. Maar ik wist zeker dat ik het wilde. Het was zo leuk om weer eens iets nieuws te leren en te doen wat ik echt wilde. Voordat ik m’n diploma had, stond ik al ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en ik had meteen een werkplek in een salon geregeld. Inmiddels heb ik mijn bedrijf aan huis.

„Ik werk nu drie dagen in de kinderopvang en drie dagen als nagelstyliste. Het is mijn ambitie de salon steeds verder uit te breiden en dat werk uiteindelijk fulltime te doen. Ik maak nu ook mijn eigen scrubjes. Het leuke aan dit werk is dat je creatief bezig bent en veel contact hebt met mensen. Als ik het allemaal over mocht doen, had ik toch meteen voor beauty en nagels gekozen. Mijn ouders staan inmiddels ook 100 procent achter me. Ze zien dat dit bij me past.”

Matthijs Mahler (34) ‘Niets is me te gek, ik ben wel wat chaos gewend’

Matthijs Mahler werkte acht jaar als acteur en is twee maanden geleden begonnen als begeleider van mensen met een verstandelijke beperking. Foto Lars van den Brink

 

„Er is in de toneelwereld een ongeschreven regel: tien jaar na je opleiding moet je kunnen leven van je inkomsten. Dat lukte mij aardig, maar het werd wel steeds lastiger door alle bezuinigingen. Een pensioen opbouwen zat er niet in. In maart vervielen al mijn voorstellingen. Ik besloot een ander vak te gaan leren.

„Ik wilde iets maatschappelijks gaan doen. In de zorg zijn mensen heel hard nodig. Dat motiveerde me. Je weet dat je erg gewenst bent. In oktober begon ik bij de Hartekamp Groep als begeleider van mensen met een verstandelijke beperking. Ik kreeg een salaris voor 32 uur in de week, en ook mijn hbo-opleiding wordt betaald. Elke maand een vast bedrag op mijn rekening. Dat was voor het eerst in mijn leven! Je levert wel een deel van je vrijheid in. Je bent niet langer eigen baas.

„Een kunstenaar associëren mensen met vrijheid, ongebondenheid en creativiteit. Dat roept bewondering op. Als zorgmedewerker treed je minder op de voorgrond. Je bent dienstbaar. Het werk is voorspelbaarder. Maar ik ben blij dat ik op deze plek de komende jaren mijn tijd ga investeren. Het is mooi en belangrijk werk.

„Opeens ben ik verantwoordelijk voor het leven van andere mensen. Mijn theaterachtergrond komt daarbij goed van pas. Ik kan op een hele positieve manier contact maken met bewoners en collega’s. Eigenlijk is niets me te gek, ik ben wel wat chaos gewend. Dat komt goed uit, want als begeleider van een woning met acht mensen gaat nooit iets zoals je gepland hebt. De eerste keer dat ik poep van de vloer moest dweilen, was nieuw. De tweede keer was het al makkelijker.

„Voor ieder mens is het goed om nieuwe dingen te leren. De liefde en passie voor het theatervak zullen niet verdwijnen. Ik blijf artistiek leider van een gezelschap, en ga hier en daar een voorstelling spelen – als het in m’n agenda past. Misschien dat ik over een jaar in m’n vrije tijd een solo ga maken. Ik stort me nu in dit avontuur en dat vind ik heerlijk.”

Leonie Grit (36) ‘Ik ben nu weer positief over de toekomst van de wereld’

Leonie Grit uit Amsterdam werkte bij Hivos, een organisatie voor ontwikkelingssamenwerking. Ze liet zich omscholen tot docent maatschappijleer. Foto Lars van den Brink

 

„Na de middelbare school heb ik politicologie en Arabisch gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. In 2010 studeerde ik af en wilde ik een spannende en internationale baan. In het kader van een traineeship bij Buitenlandse Zaken, aan het begin van de Arabische Lente, begon ik als beleidsmedewerker bij de Nederlandse ambassade in Caïro.

„Na 2,5 jaar ging ik terug naar Nederland en solliciteerde ik bij Hivos. Mijn werk, ondersteunen van vrouwenorganisaties in het democratiseringsproces in de Arabische wereld, was interessant en ik reisde veel. Maar de problemen die ik tegenkwam, waren zo complex dat ik het idee kreeg dat ik niet meer wist wat ik aan het doen was. De verwachte democratisering na de Arabische Lente bleek een desillusie. Ik werd verdrietig van m’n werk. In 2016 stopte ik bij Hivos en ging ik op reis naar China.

„Toen ik terugkwam, besloot ik de eenjarige lerarenopleiding aan de Vrije Universiteit Amsterdam te volgen. Ik wilde docent maatschappijleer worden: nog steeds een idealistisch beroep, maar concreter en minder complex. Het was mijn tweede master, maar ik betaalde het ‘gewone’ tarief aan collegegeld. Omdat je het onderwijs ingaat, hoef je geen instellingstarief te betalen.

„Ik vond het leuk om weer te studeren, maar stagelopen was lastig. Je hebt weinig aanzien, zowel bij collega’s als leerlingen. Orde houden vond ik moeilijk. Ik had niet eens een e-mailadres met mijn naam, ik heette gewoon ‘stagiair’. Ik had lang een baan gehad waar mensen toch een beetje tegen opkeken en die status was ik nu kwijt.

„Inmiddels bevalt het onderwijs supergoed. Ik ben docent en decaan op het Joke Smit College in Amsterdam. Onze leerlingenpopulatie is een afspiegeling van de samenleving en ik leer zelf heel veel. Ik ben nu weer positief over de toekomst van de wereld. Mijn vader was leraar en zei altijd al: ‘Jij moet docent maatschappijleer worden.’ Het leek me heel saai en ik wilde juist een spannende baan. Die heb ik nu gehad en het was niets voor mij. Toch ben ik blij dat ik het gedaan heb: al die ervaringen helpen me in de les.”

Aldert Boersma (59) ‘Huisartsen zijn eigenlijk de dominees van het ontkerkelijkte Nederland’

Aldert Boersma (59) uit Wagenborgen was dominee en is sinds 2012 huisarts. Foto Lars van den Brink

 

„Als je dominee wordt, na de zevenjarige studie theologie, dan ga je ervan uit dat je dat voor je leven doet. Ik stopte ermee na veertien jaar. Ik ging scheiden, raakte in de knoop met mezelf en vond dat ik geen dominee meer kon zijn. Het was erg jammer, maar de juiste keus.

„Toen had ik geen werk, en na een tijdje kwam ik in de bijstand. Ik heb me suf gesolliciteerd, maar niemand zat op een ex-predikant te wachten. De enige baan die ik kreeg aangeboden bij het arbeidsbureau, was die van imam in een moskee. Maar dan moest ik wel eerst Turks en Arabisch leren. Dat heb ik maar niet gedaan. Ik ben als vrijwilliger gaan werken, en dat kan ik iedereen aanraden die werk zoekt. Ik werd voorzitter bij de cliëntenraad van het toenmalige Delfzicht Ziekenhuis in Delfzijl en van daaruit ben ik secretaris geworden van de medezeggenschapsraad van Lentis, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg in Groningen. Dat was weer een betaalde baan. Daarna ben ik als geestelijk verzorger in de forensische psychiatrie gaan werken.

„Mijn tweede tip is: ga netwerken. Ik had inmiddels veel met artsen te maken en toen ik een keer zei dat ik vroeger naast dominee ook dokter wilde worden, zeiden zij: ‘Dat kan nog steeds!’ Dat wist ik helemaal niet, maar de opleiding geneeskunde aan de Universiteit Groningen had inderdaad dertig plekken per jaar voor zij-instromers. De vereisten waren een diploma vwo-B, dat had ik, en behalen van het toelatingsexamen. Het collegegeld was niet hoger dan voor reguliere studenten. Ik was 44 toen ik begon.

„We kregen de eerste drie jaar van de opleiding in één jaar. Daar moesten we hard aan trekken, maar we waren ook enorm gemotiveerd. Na dat eerste jaar stroom je in het reguliere programma in. In 2009 was ik basisarts en toen solliciteerde ik voor de huisartsenopleiding. Met 51 was ik klaar.

Voor een deel doe ik nu hetzelfde werk als toen ik dominee was. Een huisarts begeleidt chronisch zieken en doet aan stervensbegeleiding. Daar kan ik misschien toch wat makkelijker mee omgaan dan een jonge arts met minder levenservaring. Huisartsen zijn eigenlijk de dominees van het ontkerkelijkte Nederland.”