Overstappers naar de zorg kwamen van een koude kermis thuis

Aan de slag in de zorg De zorg staat te springen om personeel, valt al jaren te horen. Nooit kreeg omscholen naar de zorg zoveel aandacht als dit jaar. Maar zij-instromen is niet zo eenvoudig. „We zien mensen die instromen net zo hard weer uitstromen.”

Verpleegkundigen verzorgen de voormalig illegale werkers in Apeldoorn, november 1945.
Verpleegkundigen verzorgen de voormalig illegale werkers in Apeldoorn, november 1945. Foto Charles Breijer / Anefo Nationaal Archief

Ze was 21 jaar in dienst. Een droombaan, vond Mariska Mostermans (46) haar werk als stewardess bij KLM. Ze kan er een boek over schrijven: de verhalen van passagiers, wat ze met hen meemaakte.

Toch schoolt Mostermans zich om voor werk in de zorg. In de toeristische sector zit minder toekomstmuziek en bovendien past een sociaal beroep bij haar.

Nooit kregen de personeelstekorten in de zorg zo veel aandacht als dit jaar. Het is de reden dat er tijdens de ‘coronagolven’ zo weinig ziekenhuisbedden beschikbaar waren. En de tekorten worden alleen maar erger. De Sociaal-Economische Raad schat dat de zorg in 2040 meer dan 2 miljoen mensen nodig heeft. Nu werken er 1,4 miljoen in deze sector.

De zorg staat dus te springen om personeel. En toch is zij-instromen niet makkelijk, zeggen experts. Omscholers komen vaak op lage niveaus terecht en lopen tegen een gebrek aan opleidingsplekken op. Verpleegkundigen hebben het te druk om ze te begeleiden.

Reanimeren in een vliegtuig

Mostermans dacht vijf jaar geleden voor het eerst na over een baan in de zorgsector. In een vliegtuig gaat weleens iemand onderuit, maar één reanimatie maakte veel indruk. Een echtpaar was onderweg naar Washington: ze zouden hun kleinkinderen na jaren weer zien. Boven de Atlantische Oceaan kwam de vrouw grauw uit het toilet. „Ze zakte zo ineen voor mijn neus”, zegt Mostermans. Aan boord waren tientallen medici, op reis voor een congres. Van alle kanten werd wat geroepen, en dat hielp allemaal niet. De purser wees een wat oudere arts uit het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen aan als leider. Mostermans ging hem assisteren. Ze hielp een infuus inbrengen en met de reanimatie.

Verpleegkundigen hebben het te druk om zij-instromers te begeleiden

Na de noodlanding zei de arts dat hij bij haar aan een „half woord genoeg” had gehad. Mostermans: „Hij zei: als je in de buurt van Nijmegen had gewoond, had ik je graag uitgenodigd voor een gesprek. Wie weet wil je je wel omscholen naar de zorg.”

Corona gaf haar het laatste zetje. „Door het virus hadden we nog maar weinig contact met passagiers. Ook mochten we niet van onze hotelkamers af. Het ging me tegenstaan: mijn baan ging juist om contact met mensen.”

Lees ook dit verhaal: Zij verlieten de zorg, maar corona bracht ze terug. ‘Is het wel verstandig, Henk?’

Het traject waar Mostermans voor koos vloeit voort uit een samenwerking tussen zorgorganisatie Actiz en KLM. Mostermans mocht, terwijl ze in dienst bleef van de luchtvaartmaatschappij, twee maanden een oriënterende stage lopen. Dat beviel; en ze gaat verder – ofschoon ze er straks wel in salaris op achteruit denkt te gaan. Wel heeft KLM voor de oud-stewardessen een hogere startvergoeding bedongen.

Inmiddels volgen veertig KLM’ers dit traject naar de zorg, en enkele honderden hebben laten weten geïnteresseerd te zijn. Een mooi maar zeldzaam voorbeeld van personeelszorg, vindt Irmgard Borghouts-Van de Pas, universitair docent Arbeidsmarkt en Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Tilburg. „Het gaat om twee heel grote werkgevers die makkelijk onderling afspraken kunnen maken over baangarantie en een goed salaris.” Maar veel mensen die zouden kunnen overstappen, werken in kleinere bedrijven zonder sociaal plan.

Volledig van sector wisselen is niet makkelijk, zegt Borghouts-Van de Pas. „Zeker na ontslag. Omscholingstrajecten nemen tijd in beslag en rijmen niet altijd met de verplichtingen die UWV of gemeenten opleggen, zoals direct beschikbaar zijn voor ander werk.”

Afwijzing op afwijzing

Wie op hbo-niveau in de zorg wil werken, had bovendien lange tijd weinig keus in omscholingstrajecten. Daarom zijn grote onderwijsinstellingen er recent mee begonnen. Het gaat onder andere om de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) en Avans Hogeschool in Noord-Brabant.

Overstappers dachten dat zorgbedrijven hen met open armen zouden ontvangen. „Maar ze kwamen van een koude kermis thuis”, zegt Femke Donderwinkel, leider van het omscholingsproject van de HAN. „Ze kregen afwijzing op afwijzing.”

De bottleneck zit volgens Donderwinkel in het aantal leerwerkplekken. Zorgverleners hebben het zo druk dat de tijd ontbreekt om ook nog veel mensen op te leiden. „We merken weerstand om trajecten aan te gaan met carrièreswitchers”, zegt Donderwinkel. „Een voltijd-stagiair moet je tien of twintig weken begeleiden, en die gaat terug naar de studie. Een zij-instromer neem je aan als leerling in wie je jaren investeert zonder garantie dat die blijft.”

Bij de HAN volgen studenten nu een deeltijdprogramma van vier jaar. Het begint met een intensieve scholingsperiode, zodat ze snel kunnen meedraaien in de praktijk. Interesse ervoor bleek uit allerlei hoeken afkomstig: van een jurist tot een oud-directeur van een bouwbedrijf.

RegioPlus, een samenwerkingsverband van werkgeversorganisaties in de zorg, herkent het gebrek aan tijd om mensen op te leiden. „In deze crisis is dat nog erger”, zegt directeur Jelle Boonstra. „We schieten tekort in de organisatie van voldoende begeleiding voor mensen die willen instromen in de zorg.”

Lees ook: Werkgeluk in coronatijd: dat is niet eenvoudig in de zorg

Investeren in opleiden

Het is een vicieuze cirkel, zegt Boonstra. „Zorgorganisaties investeren te weinig tijd en geld in zichzelf en maken te weinig opleidingsplekken. Daardoor houd je een personeelstekort en hoge werkdruk.”

Wat ook niet helpt, zegt Boonstra, is dat organisaties worden betaald voor ‘productie’, per handeling. „We moeten naar een ander financieel systeem, met meer ruimte om te investeren in de toekomst, in opleiden.”

Wie toch een opleidingsplek bemachtigt en wordt klaargestoomd voor de zorg, loopt weer een ander risico. „We zien mensen die instromen net zo hard weer uitstromen”, zegt Titjana Brillenburg Wurth-Ruygt, directeur van werving- en selectiebureau BKV. Ze verwijst naar een onderzoek van de commissie Werken in de Zorg. Die liet in januari zien dat 43 procent van de nieuwe medewerkers in de zorg binnen twee jaar weer is vertrokken.

Dat komt bijvoorbeeld door onvoldoende begeleiding, onregelmatige diensten en te veel verantwoordelijkheid. Een andere belangrijke reden is dat er te weinig mogelijkheden zijn voor persoonlijke ontwikkeling. „Veel mensen, vooral de jonge generatie, willen niet meer hun hele leven dezelfde baan”, zegt Brillenburg Wurth-Ruygt. „Alleen is de zorg wat dat betreft nog een beetje star ingericht.”

Haar bureau kijkt naar andere modellen van werken, die meer afwisseling geven. Bijvoorbeeld: drie dagen werken in de zorg en twee dagen onderwijs. Brillenburg Wurth-Ruygt: „Of twee dagen ziekenhuis en twee dagen jeugdzorg, waarom niet? Ik geloof dat je zo een heel nieuwe groep mensen heel lang voor je kunt winnen.”