Omscholen? Vind eerst maar eens je weg in het doolhof van opleidingen

Omscholing De omscholingsmarkt is groot en diffuus. Private opleidingsreus, eenpitter of instituut, certificaat of diploma: wie zich wil laten omscholen, moet veel uitzoeken. Betrokkenen pleiten daarom voor een beter overzicht van het aanbod.

Minister Roolvink van Sociale Zaken in het kabinet-De Jong opende in 1968 het centrum voor vakopleiding van volwassenen aan de Turbineweg Amsterdam.
Minister Roolvink van Sociale Zaken in het kabinet-De Jong opende in 1968 het centrum voor vakopleiding van volwassenen aan de Turbineweg Amsterdam. Foto Ron Kroon / Anefo Nationaal Archief

Van knuffelen met koeien tot erkend internationaal management: de markt voor omscholing is groot en divers. Grote private spelers, die duizenden opleidingen aanbieden, bestaan naast talloze eenmanszaken en publieke opleiders zoals mbo’s, hogescholen en universiteiten. Er gaat veel geld in om – ruim 5 miljard, volgens een inventarisatie van de Sociaal Economische Raad (SER). Maar een helder overzicht van het aanbod ontbreekt.

„Het aanbod aan opleidingen, cursussen en trainingen is groot. Zo groot, dat het voor mensen vaak onduidelijk is wat ze moeten kiezen en hoe ze die opleiding kunnen betalen”, schreef de SER vorige maand in een advies aan minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66). Dat is zorgelijk, vindt de SER, één van de belangrijkste organen die het kabinet adviseert over sociaal-economische thema’s. Want „juist [overzicht, red.] is van groot belang voor een leven lang ontwikkelen en het kunnen toetreden of blijven participeren op de arbeidsmarkt. Door de coronacrisis is dit nog extra duidelijk geworden.”

Om maar te beginnen met het overzicht dat er wél is: er zijn ongeveer 14.000 private opleiders in Nederland. De overgrote meerderheid daarvan is zzp’er: zo’n elfduizend stuks. Van de opleiders die geen eenpitter zijn, hebben er ongeveer vijfhonderd meer dan tien werknemers in dienst. Dat zijn grote bedrijven, zoals de NCOI-groep (waaronder LOI en NTI vallen) en Schouten & Nelissen.

Deze ‘private’ opleiders hebben gezamenlijk circa 85 procent van de opleidingsmarkt in handen. „Nederland heeft hier een traditie in opgebouwd”, zegt Ria van ’t Klooster, directeur van brancheorganisatie NRTO. „Volwassenen opleiden, is iets wat de markt hier doet.” Wie een korte module wil volgen of een deelcertificaat wil halen, meldt zich doorgaans bij een opleidingsinstituut op de private markt. Maar wie een opleiding met een erkend diploma wil, zal eerder beginnen bij een publieke onderwijsinstelling – al bieden sommige private opleiders ook geaccrediteerde mbo-, hbo- en masteropleidingen aan.

Het is de reden waarom publieke aanbieders al langere tijd aandringen op meer flexibiliteit. „De wet verplicht ons nu nog om hele opleidingen aan te bieden, van twee of vier jaar”, zegt Aldert Jonkman, coördinator onderwijsbeleid bij de Vereniging Hogescholen, de belangenvereniging van 36 hogescholen. „Maar we krijgen steeds vaker vragen van studenten die een opleiding van een half jaar willen doen. Er is behoefte aan maatwerk, aan kleinere brokken.”

Astronomisch hoge vraag

Jonkman zag dat de vraag naar omscholing de afgelopen jaren hard groeide. En hij voorziet voor de komende jaren een nog grotere vraag. Niet alleen door de coronacrisis, maar ook door de energietransitie. „Neem alleen al Groningen dat van het gas af gaat en zich op waterstof wil richten. Dan heb je het over duizenden mensen die moeten bij- of omscholen.”

„Er is zó veel te doen”, zegt ook Eric Verduyn, directeur onderwijs bij NCOI Opleidingen, één van de grote private spelers. „Corona maakte in een klap duidelijk dat het niet zo vanzelfsprekend is dat je je baan houdt.” De vraag is „astronomisch”, zegt hij, zowel bij werkgevers als werknemers. „Dat kunnen wij als private sector niet alleen. Ik heb hier bijvoorbeeld een onderzoek liggen uit Zuid-Holland. Daar hebben ze in kaart gebracht waaraan regionale werkgevers behoefte hebben. De uitkomst is schrikbarend: 425.000 werknemers moeten worden omgeschoold om in het onderwijs, de techniek en de zorg te werken. Daar is de vraag gigantisch.”

Om die sterk groeiende vraag aan te kunnen, moet de sector beter samenwerken, bepleit Verduyn. „Dat doen we al, maar er valt nog veel winst te behalen.” Als goed voorbeeld noemt hij een opleidingstraject voor werknemers in de logistiek. Zij krijgen opleidingen aangeboden via regionale ROC’s, maar die krijgen steeds vaker vragen over opleidingen op managementgebied. „Die expertise hebben de ROC’s niet, maar wij wel”, zegt Verduyn. „Nu verwijzen we naar elkaar. Het kan dus wél.”

Het probleem is ook dat omscholing via vier ministeries loopt

Eric Verduyn Directeur Onderwijs LCOI

Verduyn pleit voor een „deltacommissaris omscholing” die alle partijen bij elkaar moet brengen en vraag en aanbod beter op elkaar aan laat sluiten. Het probleem is ook, zegt hij, dat omscholing via vier ministeries loopt: Onderwijs, Sociale Zaken, Financiën en Economische Zaken; alle vier hebben ermee te maken. „Je kunt er geld in blijven pompen, maar dat helpt niet. Ga samenwerken, dat helpt.”

Ook Van ’t Klooster van brancheorganisatie NRTO is voorstander van samenwerking, want private en publieke opleiders kunnen best wat aan elkaar hebben. „Publieke instellingen zijn doorgaans goed in het bedienen van grote groepen, en kunnen veel investeren. Private opleiders kunnen weer sneller voldoen aan de vraag naar een bepaalde opleiding en meer maatwerk bieden dan een publieke opleiding.”

Nog een verschil: private opleidingen zijn meestal duurder doordat zij geen subsidie van de overheid krijgen, zoals mbo’s en hogescholen. Om echt goed samen te werken, zou ook dat gelijk moeten worden getrokken, vindt Van ’t Klooster. Zij is voorstander van een systeem waarin de financiering niet naar de aanbieder, maar naar de deelnemer gaat, bijvoorbeeld in de vorm van een ‘leerbudget’.

„Wij krijgen geld van de overheid, maar zijn daardoor gehouden aan landelijke wet- en regelgeving”, zegt Jonkman van de Vereniging Hogescholen. „Daar staat tegenover dat we geen aandeelhouders hebben om winst aan uit te keren.” Hij wil maar zeggen: er zijn twee manieren om het spel te spelen. „Elk systeem heeft zijn voor- en nadelen.”

Versnippering

Dat het aanbod op de opleidingsmarkt onoverzichtelijk is, herkennen alle betrokkenen. Dat werkt in het nadeel van werkzoekenden, maar ook van werkgevers in sectoren die met grote arbeidstekorten kampen. Van ’t Klooster: „Stel, je bent één van de stewardessen die net bij KLM is ontslagen en je wilt je laten omscholen voor de zorg. Dan is dat nog best een zoektocht. Niet alleen omdat er zoveel keus is. Je moet ook uitzoeken welke financieringsmiddelen er zijn.”

Adnan Tekin, voorzitter van de MBO Raad, ziet ook de versnippering waar de SER op wijst. Op het mbo worden, naast regulier onderwijs aan studenten, talloze ‘leertrajecten’ aangeboden. Volgens hem vindt omscholing en bijscholing vooral op regionaal niveau plaats en is enige versnippering dus onvermijdelijk . „Versnippering betekent ook dat we maatwerk leveren. Dat is juist prima.” De behoeften in de regio Amsterdam zijn anders dan, bijvoorbeeld, in West-Brabant, zegt hij. Wel ziet hij „dat het aanbod soms moeilijk vindbaar is. Terwijl het noodzakelijk is dat mensen wéten wat er is. Die slag moeten we nog maken.”

De SER pleitte in haar advies voor een digitaal overzicht van het scholingsaanbod. In dat ‘portaal’ moet bijvoorbeeld staan welke budgetten er beschikbaar zijn om scholing te betalen. Belangrijk is ook dat zo’n digitaal scholingsoverzicht toegankelijk is voor laaggeletterden en mensen die digitaal niet vaardig zijn, zo adviseerde de SER.

Van ’t Klooster: „Hoogopgeleiden en jongeren kunnen vaak het beste de weg vinden. Mensen die wat ouder zijn of minder met scholing te maken hebben gehad juist weer minder goed.”

Half november lieten de ministeries van OCW en SZW weten dat zij bijna 3 miljoen euro uittrekken om dat landelijke portaal te ontwikkelen. Daarin komt een helder overzicht van alle opleidingen, privé én publiek, en van alle potjes, budgetten en subsidies die beschikbaar zijn voor omscholing.

Adnan Tekin van de MBO Raad is optimistisch over de toekomst van omscholing. Ja, het aanbod is nog te ondoorzichtig en te diffuus. „Maar corona heeft een enorme impuls gegeven aan de noodzaak om mensen weerbaar te maken tegen werkloosheid. Misschien heb je wel een crisis nodig om een doorbraak te forceren.”