Nederland haalde zes van de vijftien gestelde klimaatdoelen, ambities bleken te hoog

Milieuprogramma Nederland is sinds 2005 met klimaatmaatregelen gaan achterlopen, zegt een expert van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Inzet van windenergie draagt bij aan behalen van de klimaatdoelen.
Inzet van windenergie draagt bij aan behalen van de klimaatdoelen. Foto Vincent Jannink/ANP/ Hollandse Hoogte

Van de vijftien klimaat- en energiedoelen die Nederlandse kabinetten sinds 1990 hebben gesteld, zijn slechts zes doelen bereikt. In zeven gevallen bleek de ambitie te hoog gegrepen en bij twee doelen, zoals het bekende Urgenda-doel, is nog niet duidelijk of de beoogde eindstreep op tijd wordt gehaald. Dat schrijft Pieter Boot, sectorhoofd klimaat bij het Planbureau voor de Leefomgeving, in een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift TPEdigitaal. „Ten opzichte van vergelijkbare landen is Nederland vanaf 2005 achter gaan lopen”, stelt Boot. Hij kwalificeert de score als „niet niets maar toch ook niet zeer overtuigend”.

In het Nationaal Milieu Programma (NMP) werd in 1989 afgesproken dat de uitstoot van CO2 in het jaar 2000 maximaal op het zelfde niveau zou liggen. In 1991 werd in NMP+ zelfs naar een daling van minimaal 3 procent gestreefd. Maar rond de eeuwwisseling bleek de CO2-uitstoot 5,6 procent hoger te liggen.

In 1996 werden voor het eerst afspraken gemaakt over hernieuwbare energie. Energie uit zon, wind en biomassa moest in 2020 10 procent van het totaal vormen. Dat percentage komt dit jaar op circa 11 uit. Die ambitie is gehaald, maar niet de aanscherping uit 2009 (14 procent hernieuwbare energie in 2020).

Dat minder dan de helft van de doelen is gehaald, komt volgens Boot vooral door ontbreken van langetermijnbeleid. „Elk nieuw kabinet had de neiging te denken dat het beter was opnieuw te beginnen dan stug een tandje bij te zetten op de ingeslagen weg.” Mogelijk helpt de vorig jaar aangenomen klimaatwet. Die dwingt kabinetten onder meer tot een jaarlijkse evaluatie van de klimaatdoelen.