Reportage

Klaar met het kapitalisme: zij strijden voor een socialistische staat

Communisten Het marxisme wint aan populariteit onder jongeren – niet alleen binnen de SP. „Het kapitalisme is een destructief systeem.”

Auke den Otter: „Racisme en slavernij vinden hun wortels in het kapitalisme.”
Auke den Otter: „Racisme en slavernij vinden hun wortels in het kapitalisme.” Foto Dieuwertje Bravenboer

Waar blijft de tijd? Lees het programma van het Communistisch Platform en je waant je op de linkse universiteiten van de jaren zeventig. Het kapitalisme moet om zeep worden geholpen. Het volk moet zich bewust worden van zijn revolutionaire belang. „Zonder eigendom te hebben over de productiemiddelen in de maatschappij heeft het niets te verliezen behalve haar kettingen.”

Het streven is een communistische staat. „Een samenleving zonder staat, zonder klassen, zonder geld, zonder armoede en zonder oorlog. Een samenleving van vrije producenten waarin we collectief de baas zijn over de economie. Een samenleving die draait om mensen en onze leefomgeving, niet de dictaten van kapitaal.”

De geharnaste taal is de partijraad en het partijbestuur van de SP onlangs te veel geworden. Zes leden van het Communistisch Platform, in handen van radicale SP’ers, moeten hun lidmaatschap inleveren. Het platform wordt beschouwd als een politieke partij en een dubbel lidmaatschap is niet toegestaan. Partijraad en partijbestuur vinden het „onwenselijk” dat de radicale groep de SP wil „omvormen” tot een „klassiek marxistische partij”.

Lees ook: Conflict met de SP-jongeren splijt de partij

Zeker niet omdat ook wordt opgeroepen tot geweld tijdens het toewerken naar een socialistische maatschappij, volgens klassiek communistisch standpunt onvermijdelijk. „Vreedzaam als het kan, met geweld als het moet.” Reactie van het partijbestuur: „Oproepen tot geweld is volstrekt onacceptabel en past op geen enkele manier bij de SP.”

Zijn er meer jongeren met een bovengemiddelde interesse in het communisme? Jazeker. De populariteit van marxistische literatuur is met sprongen gestegen. Jongeren zagen na de financiële crisis van ruim tien jaar geleden dat het kapitalisme niet bestand is tegen een crisis binnen het eigen systeem, en begonnen het Communistisch Manifest uit 1848 van Marx en Engels weer te lezen.

Studenten sloten zich aan bij ‘rethinking economics’, een beweging die niet alleen theorieën over de martkteconomie wil bestuderen, maar ook andere theorieën en meer aandacht voor de praktijk. De belangstelling voor communisme en marxisme is ook te verklaren uit de groei van de bewegingen tegen de klimaatcrisis en racisme.

„Jongeren binnen die beweging zien dat ze aanlopen tegen de beperkingen van het kapitalistische systeem. Kapitalisme is de kern van waartegen ze vechten en dus zijn ze logischerwijs op zoek naar een alternatief”, zegt Auke den Otter, lid van de Internationale Socialisten, die als „revolutionair socialisten buitenparlementair actie voeren”. Den Otter: „Racisme en slavernij vinden hun wortels in het kapitalisme. En de groei op basis van het uitputten van de aarde is niet zo eindeloos als kapitalisten doorgaans denken.”

Wellicht de belangrijkste verklaring voor de bovengemiddelde interesse in communisme: jongeren verliezen het vertrouwen in een systeem dat maakt dat zij de eerste generatie sinds lange tijd zijn die het slechter krijgt dan hun ouders. „Millennials en jongeren zijn op allerlei manieren fucked”, zegt Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam en geïnteresseerd buitenstaander. „Ze hebben veelal geen vast arbeidscontract en geen pensioen en geen toegang tot de huizenmarkt. Ze lijden onder slecht en duur onderwijs, en onder het leenstelsel. Er is een klimaat dat naar de ratsmodee gaat. De kosten van de maatregelen tegen Covid-19 worden de komende tien tot vijftien jaar uitgesmeerd over de werkenden. Dat krijgen zij allemaal op hun bord gegooid. Ze zijn absolutely fucked, en ze weten het.”

Millennials en jongeren zijn op allerlei manieren fucked

Ewald Engelen hoogleraar

In onzekere tijden hoeven jongeren zich niet vanzelfsprekend te wenden tot een links alternatief voor het in hun ogen doorgeschoten kapitalisme; ze kunnen even goed naar rechts of extreemrechts zwenken. Toch maakt het marxisme een opmerkelijke revival, waarvan de onenigheid bij de SP slechts een van de verschijningsvormen is. „Het kapitalisme is een destructief systeem, dat fundamenteel niet kan functioneren zonder uitbuiting”, zegt Gus Ootjers uit Utrecht, een van de onlangs geroyeerde SP-jongeren. „Wie in een bedrijf werkt, weet dat de baas altijd meer aan jou verdient dan andersom. Dat is nodig om winst te maken. Dat leidt tot ongelijkheid in elk facet van de maatschappij. Een kleine groep kapitaalbezitters staat tegenover de grote massa die in loondienst is. Dat conflict leidt tot sociale strijd.”

De twintiger werkt een jaar of zes in verschillende baantjes. „Nu toevallig in een callcenter, maar eerder ben ik conducteur geweest en heb post gesorteerd. Ook heb ik in de keuken van McDonald’s gewerkt. Ik was al marxist toen ik daar ging werken en ik kan niet zeggen dat die ervaring me heeft gederadicaliseerd. Volgens de marxistische theorie is het zo dat mijn werk meer opleverde dan ik ervoor terugkreeg. Dat klopte. Maar ik werd gewoon onderbetaald. Lange uren en weinig pauzes. Roosters klopten niet. Veilige werkomstandigheden ontbraken. Mijn collega’s zaten in de shit, ze konden niet rondkomen. Veel mensen durven hun baas op dit soort dingen niet aan te spreken; ze zijn bang hun baantje te verliezen. Toch kan dat omslaan. Slechte omstandigheden creëren de basis voor een andere wereld.”

‘Geen oproep tot burgeroorlog’

Ootjers’ kameraad Olaf Kemerink werd eveneens uit de SP gezet. De rechtenstudent uit Nijmegen is het „in grote lijnen” eens met het programma van het Communistisch Platform, ook al wordt daarin gerept van een gewapende strijd. „Dat is geen oproep tot een burgeroorlog of zo.” Die gewapende strijd komt aan de orde zodra er „weerstand” zal ontstaan bij het wijzigen van de productieverhoudingen in de nieuwe socialistische staat. „Het is logisch dat je nadenkt over hoe je met die weerstand omgaat.” Als je de klassenstrijd levert, moet je jezelf kunnen verdedigen. „Er zijn mensen die pacifistischer zijn ingesteld. Maar ik vind dat geen gekke gedachte. Ik haal vaak het voorbeeld van de democratisch verkozen president Allende in Chili aan. Die wilde hervormingen doorvoeren en kreeg het leger op z’n dak.”

Olaf Kemerink, ex-voorzitter van Rood: „We streven naar het einde van het kapitalisme.”

Foto Piroschka van de Wouw / ANP

Hoe zou Nederland er idealiter uit kunnen zien? „We streven naar het einde van het kapitalisme. Dat willen we bereiken door middel van democratie en gebaseerd op het winnen van een meerderheid, maar niet door gewapende coups of aanslagen of iets dergelijks.” Een voorbeeld nemen aan voormalig communistische staten lijkt hem geen goed idee. „Het reëel bestaand socialisme was geen daverend succes. Een planeconomie onder strakke bureaucratische controle, met daarmee samenhangende inperking van persoonlijke vrijheden, lijkt me niet de goede weg.”

Minder negatief over het reëel bestaande socialisme is de twintiger Levin, bestuurslid van de Communistische Jongeren Beweging, een jongerenafdeling van de Nieuwe Communistische Partij Nederland. Zijn achternaam wil hij niet in de krant; dat kan z’n carrière schaden. „Er is een klassenstrijd gaande. Een kleine groep kapitalisten heeft de boel in handen en als bekend wordt wie hun macht wil ondermijnen, dan worden mijn kansen kleiner. In mijn eerste baan ben ik opgekomen voor wettelijke betalingen, zoals voor toeslagen of bij ziekte en we kregen daarin gelijk. Vervolgens werd mijn contract niet verlengd en dat was niet omdat ik mijn werk niet goed deed. Ik heb daarna nooit meer werk gekregen in de sector waar ik toen werkte.”

De jonge communist uit Haarlem deinst terug voor stevige kritiek op het verslagen communisme. „We moeten ons realiseren dat de geschiedenis van het socialisme wordt geschreven door de kapitalistische winnaars die er alle belang bij hebben het socialisme af te schilderen als onmogelijk en onmenselijk”, zegt hij. Volgens hem is er in Oost-Europa veel bereikt. „Wij kennen veel positieve verhalen. Over vrede en sociale zekerheid en kansengelijkheid; die zijn mensen in 1990 in een klap kwijtgeraakt.” Je kon tijdens het socialisme in Oost-Duitsland „heel kritisch” zijn op van alles en nog wat, stelt hij. „Burgers wezen de staat erop als er niet goed voor hen werd gezorgd. Je kon klagen. En daar werd naar geluisterd.”

Strijden voor een socialistische staat is meer dan ooit nodig, meent Levin. „Veel jongeren zijn toe aan een alternatief voor het kapitalisme. Neem de klimaatverandering. Ze zien dat de politiek daar halfslachtig aan werkt en dat de leiders in de economie en het bedrijfsleven heel graag op dezelfde voet voort willen gaan en de rekening voor veranderingen ook nog eens bij ons jongeren willen leggen. Zo worden er kolencentrales gesloten, maar vervolgens moeten we voor de misgelopen winsten in de toekomst compensatie betalen. Dat is te idioot voor woorden.”

Tel daar het persoonlijke leed van jongeren bij op en je voelt op je klompen aan dat, met een leninistische uitdrukking, het klassenbewustzijn groeiende is. Levin: „Ik heb een vaste baan, maar mijn vriendin werkt in het onderwijs en loopt van contract naar contract. Hoe moeten wij een gezin beginnen? We hebben twee inkomens nodig om rond te komen. We wonen in mijn voormalige studentenwoning in Haarlem, maar die is voor een gezin ontoereikend.”

Strijd ja, maar geweld is niet aan de orde, zeggen de kameraden. Moorden plegen om het kapitalisme in het hart te treffen, zoals de Rote Armee Fraktion? Auke den Otter van de Internationale Socialisten: „Dat soort radicale activisten zag zichzelf als vervanging van de massa. Wij zien het anders. Het gaat om de kracht van de massa, zoals je die ziet bij stakingen. De democratische controle op de economie ligt bij de massa, niet bij een klein groepje radicalen die met gewapende strijd een revolutie afdwingt.”

Maar kan de massa in het huidige parlementaire stelsel eigenlijk ook niet gewoon meepraten? Nee, zegt Den Otter. „Er bestaat een kunstmatige scheiding tussen politiek en economie. De economie is niet democratisch. In een bedrijf bepaalt een directeur of een raad van bestuur hoe jij je werk doet en hoe veel jij verdient. Democratie op de werkvloer is er niet.”

Het is niet alleen maar diepe ernst onder de communisten. Ze houden ook van wandelen en sporten in de natuur, zelf schilderen en de geschiedenis van het socialisme bestuderen. Bij de Kameraadschappij bijvoorbeeld, een vereniging die de solidariteit van de werkende klasse wil versterken. „Wij streven ernaar onszelf op fysiek en cultureel vlak te verheffen”, aldus de organisatie, die enkele maanden geleden werd opgericht.

Een van de oprichters is Senna Turksema, student geschiedenis in Groningen. „Veel jongeren hebben een zwaar leven”, zegt hij. „Dan is het gezellig om samen lekker de bossen in te gaan. Plezier maken.” De vereniging telt nu tachtig leden. „Dat is een veelbelovende start, zeker in coronatijd. Wij zitten in een politieke niche. Het socialisme is niet de grootste politieke stroming van Nederland. Maar we groeien sterk. Ik ben ervan overtuigd dat we nog heel groot gaan worden.”