Kan het vijf jaar oude akkoord van Parijs klimaatverandering stoppen? En 14 andere vragen over het Klimaatakkoord

Vijftien vragen | Opwarming aarde Precies vijf jaar geleden had Parijs de primeur: een internationaal akkoord dat het einde inluidt van een economie die draait op fossiele brandstoffen. De hoop is nog niet vervlogen, maar er zijn nog veel vragen te stellen.

    15 feitelijke vragen over het Klimaatakkoord van Parijs

  1. Wat gebeurde er vijf jaar geleden in Parijs?

    Iedereen die erbij is die zaterdag 12 december 2015 als het Klimaatakkoord van Parijs rondkomt, beseft dat hier geschiedenis wordt geschreven. Bijna alle landen van de wereld doen een gezamenlijke belofte om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen.

    Natuurlijk bestaat ook dan al het besef dat dit akkoord niet meer is dan het prille begin van een verandering die de mensheid dwingt tot een andere omgang met de planeet. Een verandering die alle landen, alle bedrijven en alle individuen zal raken.

    Bekijk ook de animatie-explainer: Waarom de aarde opwarmt: terug naar de basis

    Hoe moeilijk dat wordt, blijkt al vlak voordat het akkoord wordt gesloten. Er staat per ongeluk één verkeerd woord in de definitieve tekst (‘zullen’ in plaats van ‘zouden moeten’), die daardoor kan worden gelezen als een verplichting tot verandering, en niet als een aansporing. Dat is voor de Verenigde Staten onacceptabel. Voorzitter van de Klimaattop Laurent Fabius, tevens de Franse minister van Buitenlandse Zaken, moet al zijn onderhandelingsvernuft gebruiken om ontsporing te voorkomen.

    Dan volgt het historische moment. „Is er consensus over het akkoord?”, vraagt Fabius. Even kijkt hij in de zaal. Hij negeert een tegensputterende delegatieleider. „Ik kijk in de zaal en zie positieve reacties, ik hoor geen bezwaren”, zegt Fabius en hij laat de voorzittershamer neerkomen. Het akkoord is aangenomen. Er barst een ovationeel applaus los, er wordt gehuild, onderhandelaars vallen elkaar in de armen.

    Op zaterdag 12 december 2015 klonk er gejuich op de klimaattop in Parijs, door onder anderen voorzitter Laurent Fabius, tevens de Franse minister van Buitenlandse Zaken (tweede van rechts), toenmalig president François Hollande (rechts), en VN-chef Ban Ki-moon (midden). Foto EPA

    Nu, vijf jaar later, heeft dat moment nog niets van zijn kracht verloren. En de hoop dat de wereld met dit akkoord het grootste probleem van de mensheid kan oplossen, is er nog. Al zijn er veel vragen te stellen, vijf jaar na ‘Parijs’ – en dat doet NRC in dit stuk. Moeten ook bedrijven voldoen aan ‘Parijs’? Waarom is er elk jaar weer een klimaattop, als er al een akkoord ís? En: welke dingen kun je zélf doen tegen klimaatverandering?

  2. Wat maakt het Klimaatakkoord van Parijs zo bijzonder?

    Voor het eerst in de geschiedenis ligt er een akkoord dat het einde inluidt van een op fossiele brandstoffen gebaseerde economie. Bijna alle landen van de wereld hebben zich eraan gecommitteerd en hebben beloofd in eigen land de uitstoot van broeikasgassen fors terug te dringen.

    Eerdere internationale afspraken, zoals het Kyoto-protocol uit 1997, gingen altijd uit van verplichte emissie-reducties. Op klimaattoppen werd onderhandeld over de vraag wie hoeveel CO2 zou reduceren. In Parijs is besloten dat voortaan aan ieder land zelf over te laten. Alleen het einddoel ligt vast: het beperken van de opwarming aan het einde van deze eeuw tot ruim onder de twee graden – en liefst tot anderhalve graad. En ook wat dat betekent ligt vast: een ‘klimaatneutrale’ wereldeconomie, meestal omschreven als ‘netto nul uitstoot’, zo snel mogelijk na het midden van de eeuw.

    Lees ook deze door NRC geannoteerde uitleg van het Parijs-akkoord

    Deze vaagheid over de bijdrage van individuele landen is de zwakte van het akkoord. Het zou zinnig zijn om landen op hun beleid te kunnen afrekenen. Maar dan zouden ze soevereiniteit moeten inleveren, en daartoe is niemand bereid. Het is al heel wat dat er internationale controle op het beleid komt, al wordt er nog steeds gesteggeld over de precieze invulling.

    De kracht van het akkoord is dat er niet langer een onderscheid wordt gemaakt tussen rijke landen – van oudsher gezien als veroorzaker van het klimaatprobleem en daarmee als verantwoordelijke voor de oplossing – en ontwikkelingslanden, die geen enkele verplichting hadden. Juist dit onderscheid leidde jarenlang tot een verlammende confrontatie tussen die twee categorieën landen.

  3. Waarom is er nog steeds ieder jaar een klimaattop, er is nu toch een akkoord?

    De onderhandelingen gaan na 2015 vooral over de uitvoering van het akkoord, zoals het monitoringsysteem en de vraag wat te doen met emissierechten uit de tijd vóór Parijs. Ook is in het akkoord vastgelegd dat landen eens in de vijf jaar hun klimaatbeloftes zo nodig aanscherpen. De komende klimaattop in Glasgow, die wegens corona is verzet van dit jaar naar eind 2021, is zo’n ijkpunt.

    Dat aanscherpingen hard nodig zijn, blijkt wel uit de cijfers van Climate Action Tracker, waarvoor klimaatwetenschappers regelmatig een optelsom maken van de per land vastgelegde klimaatbijdragen. Ze berekenden dat de plannen uit 2015 de planeet ongeveer 2,7 graden warmer zouden maken ten opzichte van de pre-industriële tijd. Veel te veel dus. En omdat beloftes lang niet allemaal worden nagekomen, stevenen we met het beleid van nu af op +2,9 graden Celsius. Met onzekerheidsmarges kan dat 2,1 maar ook 3,9 graden worden.

     

    Na honderdduizenden jaren plots hoge CO2-concentratie


     

    Inmiddels hebben de EU, Japan en Zuid-Korea een aanscherping aangekondigd: klimaatneutraal in 2050. China hoopt in 2060 zover te zijn. Het wachten is nu op aanstaand president van de VS Joe Biden, die met soortgelijke plannen wil komen. Bij elkaar zou dat de opwarming terugbrengen tot net iets boven de 2 graden. Dat is niet genoeg, maar wel een stap in de goede richting. Ook daarom zijn klimaattoppen belangrijk. Landen moeten elkaar blijven aanspreken op hun gedrag.

    Daarnaast functioneren klimaatconferenties als jaarmarkten voor nieuwe ontwikkelingen. De hoop bestaat dat het reduceren van broeikasgassen op termijn eenvoudiger en goedkoper wordt. Landen leren van elkaar en technologie ontwikkelt zich snel – kijk maar naar de snelle prijsdalingen van zonnepanelen en windmolens. Dat was ook een reden om niet al in 2015 alle plannen voor reductie van broeikasgassen helemaal vast te leggen.

  4. Klimaatonderhandelingen lijken vooral een strijd tussen rijke en arme landen. Hoe komt dat?

    Als de wereld de doelen van Parijs wil halen, mag de aarde nog maar een beperkte hoeveelheid broeikasgassen te verstouwen krijgen. Het maakt van klimaatverandering een verdelingsvraagstuk: hoe die beperkte hoeveelheid eerlijk te spreiden? Geïndustrialiseerde landen profiteren al ruim anderhalve eeuw van fossiele brandstoffen en de meeste zijn juist daardoor rijk geworden. Arme landen moeten zich kunnen ontwikkelen om hun bevolking uit de armoede te bevrijden. Hun economische groei gaat gepaard met een enorme toename in het energieverbruik – plus de bijbehorende broeikasgassen, want steenkolencentrales zijn nog steeds een goedkope en snelle optie. De emissiereducties in rijke landen wordt door die groei meer dan tenietgedaan.

    Ontwikkelingslanden zeggen: wij doen nu wat rijke landen al een eeuw hebben gedaan. Ze willen best overstappen op schone energie, maar dan zullen rijke landen daaraan moeten bijdragen. Die hebben daar over het algemeen weinig zin in.

    Daar komt bij dat de meeste ontwikkelingslanden meer te lijden hebben door de gevolgen van klimaatverandering, zowel door hun geografische ligging als door geldgebrek (Nederland geeft jaarlijks alleen al 1,1 miljard euro uit om voorbereid te zijn op zeespiegelstijging) – terwijl ze er minder de veroorzaker van zijn. Volgens het klimaatakkoord moet er jaarlijks 100 miljard dollar beschikbaar komen voor arme landen – afhankelijk van hoe je telt, zitten we nu op om en nabij 70 miljard.

  5. Waarom moeten ‘we’ ons druk maken over Nederlands klimaatbeleid, als ‘ons’ aandeel aan opwarming zo gering is?

    Dat de bijdrage van Nederland aan klimaatverandering gering is, bracht de Nederlandse staat voor het voetlicht in de Urgenda-rechtszaak. Ingrijpen vanwege dat vonnis, betoogde de landsadvocaat, leidt ertoe dat de temperatuur op aarde „0,000045 graden minder” toeneemt. De CO2-uitstoot van Nederland is ongeveer 0,5 procent van het wereldwijde totaal. Zo bezien moeten vooral China (27 procent) en de VS (15 procent) zich druk maken over het klimaat.

     

    De uitstoot van broeikasgassen blijft toenemen

    Nederland staat in de ranglijst van uitstotende landen net onder de top dertig. Er zijn dus honderdzestig landen in de wereld die minder CO2 uitstoten dan Nederland. Maar als al die landen geen effectief klimaatbeleid voeren, rijst de uitstoot alsnog de pan uit. Voor klimaatbeleid is samenwerking tussen landen noodzakelijk. Dat geldt voor binnen de EU, dat een gemeenschappelijk klimaatbeleid voert, maar ook voor erbuiten. Meer overeenstemming tussen landen over klimaatbeleid maakt invloed op internationaal opererende bedrijven ook effectiever.

     

    China grootste uitstoter

     

    Daarnaast zijn er evidente morele argumenten waarom Nederland een zelfstandig klimaatbeleid moet voeren. Ieder land is verantwoordelijk voor zijn eigen rommel, en dat geldt des te meer voor een rijk en goed georganiseerd land dat door zijn welvaart al vele decennia onevenredig bijdraagt aan klimaatverandering.

  6. Haalt Nederland met het nationale klimaatakkoord de doelen van Parijs?

    Het vorig jaar gesloten nationale Klimaatakkoord heeft als doel de uitstoot van broeikasgassen sterk terug te brengen. Over tien jaar moet die uitstoot 49 procent lager zijn dan die in 1990, en recentelijk stond de vraag centraal of we die halvering met de huidige plannen wel halen. Het antwoord is nee, er moeten echt een paar tandjes bij, concludeerde het PBL eind oktober.

    Zeker zo belangrijk is de vraag of die 49 procent eigenlijk wel voldoende is om Parijs te halen. Lopen we dan wel internationaal in de pas om de opwarming te beperken tot ruim onder de twee graden, of liever anderhalve graad? Veelzeggend is de tempoversnelling waartoe de Europese Commissie in september besloot. In plaats van 40 procent te reduceren wil Brussel in 2030 op 55 procent zitten. Het ligt voor de hand dat Nederland hiervoor ook extra inspanningen gaat leveren.

    Oranje gekleurde rivieren nabij een omstreden kopersulfidemijn in de Oeral, Rusland. Foto AFP

    Uiteindelijk is 2030 niet meer dan een tussenstation, bedoeld om er zeker van te zijn dat we het veel grotere Europese doel gaan halen: klimaatneutraal in 2050. Dat betekent dat er vanaf 2050 niet meer broeikasgassen in de atmosfeer terechtkomen dan er, bijvoorbeeld via bomen, weer uit verdwijnen. Volgens klimaatwetenschappers zouden we in theorie nog zo’n 25 jaar kunnen doorgaan met de huidige mondiale uitstoot. En korter voor een beperking tot maximaal anderhalve graad. Dan moeten de wereldwijde emissies tussen 2030 en 2060 op netto nul uitkomen – en volgens Parijs zullen rijkere landen dat moment eerder moeten bereiken dan ontwikkelingslanden.

    Het Nederlandse klimaatakkoord houdt geen rekening met zo’n aanscherping. De kans dat het hierbij zal blijven, is dan ook niet zo groot.

  7. Waarom haalt de Nederlandse politiek zo vaak zijn eigen klimaatdoelen niet, terwijl iedereen zegt dat het urgent is?

    Al meer dan veertig jaar werkt de Nederlandse politiek van doel naar doel om het milieu te verbeteren, energie te besparen of, meest recent, klimaatverandering tegen te gaan. In 1989 presenteerde toenmalig milieuminister Ed Nijpels (VVD) het Nationaal Milieuplan: het streven was om de groei van de CO2-uitstoot te beperken. In 2000 zou de uitstoot niet hoger mogen zijn dan in 1989. Twee jaar later werd dat doel zelfs nog aangescherpt: de uitstoot moest in 2000 zeker 3 procent lager zijn. En, gehaald? Nee, tijdens de eeuwwisseling lag de uitstoot 5,6 procent hoger dan in 1989.

    Pieter Boot van het Planbureau voor de Leefomgeving zette deze maand voor de wetenschappelijke site TPE Digitaal op een rijtje hoe het met de vijftien kwantitatieve doelen is afgelopen die sinds 1989 door de verschillende kabinetten zijn gesteld. Zes maal werd de doelstelling behaald, zeven maal niet en in twee gevallen is dat nog niet te zeggen. Zo is pas volgend jaar duidelijk of Nederland in 2020 het Urgenda-doel heeft gehaald – een kwart minder uitstoot ten opzichte van 1990.

    Dat minstens de helft van de doelen is gemist, heeft in veel gevallen dezelfde oorzaak. Voor de politiek is het lastig om doelen over een langere termijn te halen, en vaak komen volgende kabinetten met nieuwe ideeën, accenten en soms ook scherpe doelen. Die vervolgens niet worden gehaald.

    Lees ook dit interview uit oktober 2018 met klimaatwetenschapper Heleen de Coninck: ‘Ik blijf geloven dat de wereld te redden is’

    Deze problematiek zou bij het huidige nationaal klimaatakkoord minder moeten spelen, vooral omdat nu in meer detail is afgesproken hoe de doelen van 2030 worden gehaald. Zo zijn er voor de komende jaren afspraken gemaakt over de manieren om het aantal elektrische auto’s drastisch uit te breiden. Daar komt bij dat de deadlines (2030 en 2050) in de recent aangenomen Klimaatwet zijn opgenomen. Verder dwingt de wet af dat er elk jaar naar de effecten van het klimaatbeleid wordt gekeken, en dat het kabinet tijdig met aanpassingen komt als doelen niet worden gehaald.

  8. Kan Nederland de doelen uit het akkoord van Parijs halen en toch evenveel energie verbruiken?

    Dat is niet waarschijnlijk. In 2018 rekende het IPCC vier voorbeeldscenario’s door om te schetsen wat er zou moeten gebeuren om de opwarming van de aarde te beperken tot anderhalve graad, het streven van het klimaatakkoord. Daar is slechts één scenario bij met een wereldwijd energiegebruik per hoofd van de bevolking dat in 2050 groter is dan nu. Als het energieverbruik in de komende decennia blijft groeien, is de kans groot dat de uitstoot van broeikasgassen te hoog blijft. Dan wordt het klimaatprobleem doorgeschoven naar volgende generaties.

    Dat Nederlanders evenveel energie kunnen blijven gebruiken als nu, is nog veel onwaarschijnlijker. In alle geloofwaardige scenario’s voor netto nul CO2-uitstoot in 2050 daalt het energieverbruik in de westerse wereld sterk, terwijl die vooral in Afrika nog toeneemt door de groeiende welvaart van een groeiende bevolking.

    Het is dus niet genoeg om fossiele brandstoffen te vervangen door evenveel duurzame energie. Om het energieverbruik te verminderen moeten fabrieksinstallaties en apparaten energiezuiniger worden en moeten huizen worden geïsoleerd. Zelfs dat is niet genoeg: ook het gedrag van mensen moet veranderen, berekende het Internationaal Energieagentschap dit jaar. Dat betekent bijvoorbeeld dat consumenten bij de aanschaf van, zeg, een airco of vriezer moeten kiezen voor de meest energiezuinige versie. Ook moet het aantal kilometers per auto en vliegtuig sterk omlaag.

  9. Welke verantwoordelijkheid hebben bedrijven? Moeten zij ook voldoen aan Parijs?

    Klimaatmaatregelen behoren tot de grondwettelijk verankerde ‘zorgplicht’ van de overheid. Dat stond centraal bij de rechtszaak die vorig jaar door Urgenda werd gewonnen. De risico’s van klimaatverandering kunnen „inwoners van Nederland ernstig treffen in hun recht op leven en welzijn”, oordeelde de Hoge Raad, die verwees naar het Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De vraag of die zorgplicht ook voor bedrijven geldt, staat centraal in de rechtszaak die Milieudefensie begin december is begonnen tegen Shell. De milieuorganisatie eist dat het gas- en oliebedrijf zich gaat houden aan de afspraken van het Klimaatakkoord van Parijs.

    Onderzoeker Laura Burgers, gespecialiseerd in klimaatrechtszaken, sluit niet uit dat bedrijven een soortgelijke zorgplicht als de overheid moeten betrachten. Op het vlak van mensenrechten worden al decennia bedrijven ter verantwoording geroepen, stelt zij in NRC. Aan de andere kant is het akkoord van Parijs ondertekend door landen, niet door bedrijven. Die zijn daar formeel niet aan gecommitteerd.

    Er zijn meer relevante vragen. Ligt de verantwoordelijkheid alleen bij Shell, of – zoals het olieconcern zelf beweert – vooral bij de klant die benzine koopt? En: maakt het concern zich niet schuldig aan onrechtmatige gevaarzetting, wat zoveel betekent als het onnodig creëren van gevaar? Hadden de multinationals niet veel eerder hun verantwoordelijk moeten nemen, met hun kennis van de klimaatproblematiek?

    Die vragen zullen voor het eerst door een Nederlandse rechter in door Milieudefensie begonnen rechtszaak moeten worden beantwoord. Er zijn wereldwijd al honderden klimaatrechtszaken geweest, maar in de meeste gevallen werden bedrijven om schadevergoeding gevraagd. Dat is nu niet het geval. Milieudefensie eist dat Shell de komende tien jaar zijn emissies met 45 procent reduceert.

  10. Bestaat er nog twijfel over klimaatverandering?

    Op klimaattoppen staat scepsis over klimaatverandering nooit op de agenda. De Verenigde Naties en daarmee ook alle lidstaten onderschrijven officieel de bevindingen van het wetenschappelijk klimaatpanel IPCC. In hun laatste rapport staat dat klimaatverandering met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid (verder kan de wetenschap niet gaan) voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door menselijk handelen.

    Dat betekent echter niet dat er op de achtergrond niet wordt geprobeerd om twijfel te zaaien. Een land als Saoedi-Arabië probeert in VN-documenten verwijzingen naar CO2 en daarmee naar olie te voorkomen. En Polen hield tijdens de klimaattop van 2018 in Katowice nog een pleidooi voor het gebruik van steenkool, al werd dat door niemand serieus genomen.

    Kolencentrale in Duisburg, in het westen van Duitsland Foto AFP

    Toch blijft het voor veel politici moeilijk om de werkelijkheid van klimaatverandering onder ogen te zien, en daarmee de noodzaak voor verregaand beleid. Het leidde tot een heftige discussie op de top in Katowice over een van de laatste IPCC-rapporten, waarin klimaatwetenschappers zeiden dat met een uiterste krachtsinspanning de opwarming nog steeds tot anderhalve graad beperkt zou kunnen worden. In het slotdocument van Katowice stond dat het rapport werd verwelkomd. Maar daarvoor was een langdurige woordenstrijd nodig. Sommige landen, waaronder de VS en Rusland, wilden zich beperken tot het feit dat er ‘kennisgenomen is’ van het rapport. Vooral kleine eilandstaten verzetten zich tegen zo’n neutrale bewoording, in het besef dat een opwarming boven de anderhalve graden letterlijk hun voortbestaan bedreigt.

  11. Hoe gaat de opwarming van de aarde eigenlijk in zijn werk?

    De afgelopen 150 jaar is de aarde opgewarmd doordat de concentratie broeikasgassen in de lucht is toegenomen. Oorzaak is de mens die op grote schaal fossiele brandstoffen verbrandt – kolen, olie, gas. Ook verandert het gebruik van het land. Zo worden bossen gekapt, veenbodems verbrand, en breidt de veestapel uit.

    Broeikasgassen zitten in de lucht sinds het ontstaan van de aarde. Zonder die gassen zou de aarde een ijzige woestijn zijn met een gemiddelde temperatuur van circa -18 °C, terwijl die tegenwoordig op 15 °C ligt.

     

    Het klimmende gemiddelde van de zee-temperatuur

    Broeikasgassen hebben invloed op het klimaat via de zogeheten stralingsbalans, de balans tussen wat de aarde aan straling ontvangt en wat ze naar het koude heelal uitzendt. De aarde ontvangt zonnestraling. Wat ze uitzendt, is allereerst het deel van de inkomende zonnestraling die wordt weerkaatst, op bijvoorbeeld wolken en ijsvlaktes. Daarnaast is er nog een tweede ‘uitzendpost’: een deel van de inkomende zonnestraling bereikt de aardbodem, wordt geabsorbeerd en weer uitgezonden. Maar de straling die de aarde uitzendt is geen UV of zichtbaar licht – het is straling met een lagere frequentie, ook wel ‘warmtestraling’ genoemd. De crux is dat broeikasgassen, zoals CO2, inkomende zonnestraling gewoon doorlaten, maar uitgaande warmtestraling juist absorberen. En vervolgens zenden ze die warmte weer in alle richtingen uit, dus ook terug naar het aardoppervlak. Uiteindelijk gaat alle warmtestraling wel naar de ruimte, maar broeikasgassen houden de warmte dus een tijdje dichtbij het aardoppervlak.

    Groeiende scheur in de Larsen C-ijsplaat op Antartica, hier in 2017. Foto AFP

    Dit alles is te vatten in een rekensom. Als de invallende zonnestraling gelijk is aan de som van de weerkaatste zonnestraling en de door de aarde uitgezonden warmtestraling, is de temperatuur van de aarde constant.

    Maar vaak is er een disbalans, en een aantal factoren kan daarvoor zorgen – ze worden ‘klimaatforceerders’ genoemd. De zon kan bijvoorbeeld tijdelijk meer straling uitzenden, waardoor de aarde meer energie ontvangt, en opwarmt. In reactie gaat de aarde dan meer warmtestraling uitzenden. Als de zon weer ‘normaal’ brandt. volgt afkoeling. Ook broeikasgassen kunnen voor een disbalans zorgen, als hun concentratie stijgt of daalt. De laatste 150 jaar is sprake van een ongekend snelle stijging. Dit wordt het versterkte broeikaseffect genoemd. De warmtestraling moet door een dikkere ‘deken’ van broeikasgassen en komt er vaker mee in botsing. Daardoor duurt het langer voordat de warmte naar de ruimte uitstraalt. Anders gezegd: het warmteverlies neemt af. Zo ontstaat er een disbalans. Er komt meer energie binnen dan er uitgaat. Met als gevolg dat de aarde opwarmt. Dit blijft doorgaan zolang de concentratie broeikasgassen in de lucht toeneemt. Er kan zich pas een nieuw evenwicht gaan vormen als de mens netto geen broeikasgassen meer uitstoot.

  12. Hoe kan het dat CO2, dat weinig in de atmosfeer voorkomt, zo’n groot effect heeft?

    Een lage concentratie zegt niks over de werking. Een paar druppels kleurstof zijn voldoende om een zwembad rood, blauw of groen te kleuren. Het inademen van hele lage concentraties waterstofsulfide kan tot zuurstofgebrek en ademnood leiden. Van de broeikasgassen is CO2 de belangrijkste klimaatforceerder. De afgelopen miljoen jaar schommelde de concentratie ervan in de atmosfeer tussen 170 en 270 ‘parts per million’ (ppm). Maar in de afgelopen 150 jaar is de concentratie toegenomen tot inmiddels gemiddeld 412 ppm. En de concentratie stijgt nu jaarlijks met 2 à 3 ppm.

    CO2 is niet het enige broeikasgas. Van de opwarming komt 55 procent op conto van dit gas. Methaan (CH4) is goed voor 32 procent, en lachgas (N2O) voor 6 procent. Ook waterdamp is een krachtig broeikasgas. De toename van koolstofdioxide, methaan en lachgas in de atmosfeer is veroorzaakt door de mens en zorgt voor opwarming. De toename van waterdamp in de lucht is een logisch en versterkend gevolg van die opwarming. Van dit soort terugkoppelingen zijn er meer. Door opwarming ontdooit bijvoorbeeld de permafrost. De angst is dat hieruit in komende eeuwen grote hoeveelheden methaan vrijkomen die het broeikaseffect verder versterken.

  13. Wanneer heeft de aarde soortgelijke concentraties CO2 in de atmosfeer meegemaakt?

    Om soortgelijke concentraties CO2 in de lucht te vinden als vandaag, moeten we terug naar het Plioceen (5,3 tot 2,6 miljoen jaar geleden). De wereld was toen 2 tot 3 graden warmer, en het zeeniveau zo’n 20 meter hoger. Zover nu bekend was er geen ijskap op Groenland. Volgens Appy Sluijs, hoogleraar paleo-oceanografie aan de Universiteit Utrecht, geeft deze periode „een goede vergelijking met nu”.

    Met dien verstande dat die warmere wereld van toen in evenwicht was – anders dan nu. De concentratie broeikasgassen blijft voorlopig stijgen. „De verandering gaat nu heel snel”, zegt Sluijs. Als de CO2-concentratie door stijgt naar 500 tot 600 ppm komen we in een wereld die niet meer is voorgekomen sinds het Mioceen (23 tot 5,3 miljoen jaar geleden). Sluijs: „Een collega van mij vond ooit, zo’n 5 kilometer over de grens bij Kerkrade, fossiele palmbladeren uit die periode. Dat geeft een indruk van hoe warm het toen was.”

  14. Wat zien we al aan klimaateffecten, en wat staat ons te wachten?

    De opwarming van de aarde heeft al een brede waaier aan gevolgen. Hittegolven zijn warmer geworden, ze komen vaker voor en duren langer, zowel op land als in de zeeën. In sommige gebieden, zoals Canada en Alaska, leidt toenemende warmte en droogte tot meer bliksem, en tot bosbranden. Zware regenbuien zijn heftiger geworden. Delen van Azië, Europa, Zuid-Amerika zijn vergroend, er is meer vegetatie. Maar dat is waarschijnlijk een gecombineerd effect van meer kunstmestgebruik, stikstofneerslag, meer CO2 in de lucht, en een hogere temperatuur. In andere delen van de wereld is de vegetatie juist verbruind. De ijskappen op Groenland en Antarctica zijn versneld aan het smelten, waardoor wereldwijd de gemiddelde zeespiegel sneller stijgt. Klimaatzones verschuiven, en planten en dieren verhuizen mee, wat ecosystemen overhoop gooit. Al die effecten zullen naar verwachting erger worden naarmate de opwarming van de aarde doorzet. De mens zal met meer overstromingen, branden en landverschuivingen te maken krijgen.

    Een ijsbeer staat op een ijsschots in de Canadese Arctische archipel. Foto David Goldman

    In Nederland ligt de jaargemiddelde temperatuur inmiddels zo’n 2 graden hoger dan een eeuw geleden, net als in omringende landen. Jaarlijks valt er nu een kwart meer regen dan een eeuw geleden. In het binnenland zijn de zomers juist droger geworden, met grote schade voor onder meer de landbouw. De kans op een Elfstedentocht is in een halve eeuw tijd al fors gedaald naar zo’n 5 procent – eens in de twintig jaar. In 2050 zal de kans op dit evenement rond de 1 procent liggen. Ook sneeuw zal dan zeldzaam zijn. Hagelbuien en onweer worden juist heviger. De zomers worden droger. Het KNMI verwacht dat Nederland tegen 2050 het klimaat kan hebben van het Bordeaux van nu. In Bordeaux zelf zijn de zomers tegen die tijd naar verwachting zo heet en droog geworden dat bijvoorbeeld de wijnteelt er ingrijpend anders zal uitzien.

  15. Wat kan ik zelf doen of laten, tegen klimaatverandering?

    Zoals hiervoor gezegd: het is onmogelijk om de opwarming van de aarde tot anderhalve graad te beperken als iedereen blijft leven zoals nu. Wat te doen?

    Pak alleen het vliegtuig als het noodzakelijk is. Een onderzoek in opdracht van de Europese Commissie kwam vorige maand met schrikbarende conclusies: de CO2-uitstoot van vliegtuigen is slechts een derde van het klimaatprobleem van de luchtvaart. De condenssporen die vliegtuigen achterlaten, bestaand uit vooral roetdeeltjes en waterdamp, en de stikstof-oxiden in de uitlaatgassen zijn ook heel schadelijk. Daarbij komt dat een vliegtuigpassagier veel meer kilometers maakt dan een automobilist, zodat de vervuiling snel oploopt. De trein is sowieso een CO2-arm alternatief. Elektrisch autorijden ook.

    Eet veel plantaardiger. Vegetarisch eten hoeft niet, maar een dieet dat past bij het VN-klimaatakkoord staat wel ver af van wat de gemiddelde Nederlander eet. Onderzoekers kwamen twee jaar geleden in het wetenschappelijke tijdschrift Nature uit op een voorbeeldmenu met minstens vier of vijf keer per week soja en andere peulvruchten en op de andere weekdagen vis. Verder één glas melk per dag, één ei per week, alleen op hoogtijdagen rood vlees of kaas. Voordeel van zo’n dieet is dat het ook gezond is, mits je let op vitamine B12.

    Koop minder spullen. Bijna 30 procent van de CO2-voetafdruk van een gemiddeld gezin komt van goederen. Daar kan veel vanaf als je alleen koopt wat je echt nodig hebt, ook als het Black Friday is. Marktplaats is al mainstream, websites voor tweedehands kleding worden dat in hoog tempo. En steeds meer spullen zijn te delen (zelfs de auto) of te ruilen.

    Voor meer tips zijn ook de twintig ‘Klimaattoppers’ van adviesorganisatie Milieu Centraal een goed startpunt.

Vragen over klimaatverandering of het Parijs-akkoord? Stel ze via klimaatvragen@nrc.nl