Esther Ouwehand: De coronacrisis legt de gevaren bloot van de manier waarop wij met dieren omgaan.

Foto Andreas Terlaak

Interview

‘We staan open voor een groen en progressief kabinet’

Esther Ouwehand De Partij voor de Dieren is er klaar voor om mee te regeren, zegt partijleider Esther Ouwehand. „We zijn bereid om te praten.”

De Partij voor de Dieren wil volgend jaar in een nieuw kabinet de ‘eerste groene landbouwminister van Nederland’ leveren. Een radicale, die niet bang is voor trekkers op het Malieveld, zegt lijsttrekker Esther Ouwehand (44). Ze ziet het echt voor zich: haar partij die meedoet aan het eerste groene kabinet van Nederland. De partij is er klaar voor, zegt ze, na veertien jaar oppositie.

Het is opvallend dat Ouwehand zich zo openlijk uitspreekt vóór regeringsdeelname. De partij was altijd wars van ‘compromisme’ en deed in 2017 niet mee aan de formatieonderhandelingen, ondanks forse verkiezingswinst. En ook lokaal nam de partij nooit deel aan een bestuurscoalitie.

Ouwehand volgde een jaar geleden Marianne Thieme op, die de partij in 2002 oprichtte en sindsdien het boegbeeld was, als partijleider en fractievoorzitter. Thieme en Ouwehand vormden een tweekoppige fractie, tot de partij in 2017 groeide naar vijf zetels. In de peilingen staat de PvdD op vier tot zes zetels. Ouwehand denkt dat het er wel acht kunnen worden. Dit weekeinde stellen de leden het verkiezingsprogramma vast en wordt Ouwehand formeel als lijsttrekker gepresenteerd.

Lees ook over het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Dieren: natuur en woningbouw op boerengrond

Hoe goed kent u uw kiezers? Hoe staan die bijvoorbeeld tegenover het corona-beleid en een vaccinatieplicht?

„Ik begrijp de vraag. Er is verdeeldheid in de samenleving over het coronabeleid en dus ook bij de achterbannen van politieke partijen. En wij trekken naar verhouding meer mensen aan die systeemkritisch zijn. Maar er zijn bij ons niet méér mensen tegen het coronabeleid of tegen vaccineren. Wat ons formele partijstandpunt is? Wij zijn, net als een meerderheid in de Kamer, tegen een vaccinatieplicht.”

U redeneert altijd vanuit het belang van dieren, natuur en klimaat. Hoe doet u dat bij de coronadebatten?

„De hele coronacrisis legt de gevaren bloot van de manier waarop wij met dieren omgaan. Vogelgriep, besmettingen in de vleesindustrie, handel in wilde dieren, deze week kwamen er de risico’s bij van bestrijdingsmiddelen in de landbouw. Met als gevolg schimmelbesmettingen die coronapatiënten op de intensive care extra kwetsbaar lijken te maken. Terwijl de Tweede Kamer al sinds 2013 een verbod op die bestrijdingsmiddelen wil. Dan zeggen wij tegen Rutte: voer nu eindelijk die motie eens uit.”

In het debat ging het deze week vooral over de vraag of de horeca weer open mag. Heeft u daar geen standpunt over?

„Jawel, maar wij beginnen er zelf niet over, want wij willen in onze beperkte spreektijd de punten agenderen waar niemand over begint. Ik snap dat een cafébaas zegt: ik noem mijn bar gewoon IKEA, want dan mag iedereen komen. Het wordt tijd om de belangen van het grootbedrijf en kleine ondernemers, zoals in de horeca, beter af te wegen. En om tegen de grote winkelconcerns te zeggen: jullie moeten nu even dicht, zodat de horeca open kan.”

In jullie verkiezingsprogramma staat dat de coronacrisis een ‘keerpunt’ is. Jullie willen een radicale inkrimping van de veeteelt en een snelle vergroening van de economie. Houdt dat de kiezer in deze coronatijd wel bezig?

„Mensen worden natuurlijk enorm in beslag genomen door de coronamaatregelen, dat snap ik. Maar veel mensen zullen ook zien dat we verder vooruit moeten denken. Als je nu met steunpakketten voor de economie komt, is het dom om daarmee niet meteen ook die ándere crisis op te lossen – het klimaat. Anders zadelen we toekomstige generaties niet alleen op met hoge kosten en een recessie, maar ook met de klimaatproblemen die we maar even hebben laten liggen. Want dat vonden de traditionele partijen te ingewikkeld.”

U fungeert als het geweten van de Kamer, door andere partijen voortdurend te wijzen op hun eigen idealen en beloftes in verkiezingsprogramma’s. Ziet u dat als uw belangrijkste taak?

„Ja, wij zien onszelf als aanjagers van andere partijen, influencers avant la lettre. De onderwerpen die wij op de agenda zetten zijn niet allemaal nieuw. Het kabinet Paars II erkende al dat dieren levende wezens zijn met bewustzijn en gevoel en dat de bio-industrie niet houdbaar is. Maar vervolgens is daar nooit naar gehandeld. Als we de idealen die andere partijen ook zeggen te hebben nou eindelijk eens gaan realiseren, wat is daar dan radicaal aan? Ze staan al 25 jaar op papier.”

Lees ook: Het ging Marianne Thieme nooit om politieke resultaten

Zou u die aanjaagfunctie ook binnen een kabinet kunnen vervullen, of alleen vanuit de oppositie?

„Ik denk dat de tijd rijp is voor een groener en progressiever kabinet. Daar staan wij zeker voor open. We hadden jarenlang maar twee zetels, dan moet je het niet hebben over regeringsdeelname. Nu staan we na de groei van 2017 in de peilingen op nog meer groei. Voor een nieuw kabinet zijn er vermoedelijk vier, misschien vijf partijen nodig. Door de veranderende tijdgeest komt er meer ruimte voor een partij als de onze. Veel partijen komen terug van de kille, neoliberale gedachte dat de markt alles wel oplost en dat meer handel en groei goed is voor iedereen. Zelfs de VVD wil de rafelranden van het kapitalisme bijschaven.”

Coalitiedeelname vergt compromissen sluiten. Daar waren jullie onder Thieme toch niet van?

„Ik ben voorstander van een hoofdlijnenakkoord, waarin niet alles is dichtgetimmerd. We zijn echt bereid om te praten, maar houden ook vast aan onze idealen. Ons belangrijkste breekpunt is de transitie in de landbouw. We willen dat er fors minder dieren worden gefokt, dan neemt de veestapel vanzelf af. Als je de vrijgekomen grond dan omvormt tot natuurgebied heb je meteen ook de stikstofcrisis opgelost en kan er weer gebouwd worden. Ik lever graag de minister van Landbouw die dat regelt. Andere partijen zijn misschien nog niet toe aan regeren met ons, maar wij zijn er klaar voor. Als de VVD zegt: wij willen toch die oude lijn doorzetten in de landbouw en de stikstofcrisis oplossen met wat technologische innovatie, dan houdt het na één gesprek op. Maar als er bereidheid is om de veestapel met bijvoorbeeld 50 procent te verminderen, dan praten we door. Dan gaan we graag dat tweede gesprek aan.”