Opinie

Vervolging Hamers in witwaszaak staat voor meer dan zaak zelf

Vervolging topman

Commentaar

Ruim twee jaar leefden ING en voormalig topman Ralph Hamers in de veronderstelling dat een schikking met het Openbaar Ministerie afdoende was om de fouten die de bank tussen 2010 en 2018 maakte bij het voorkomen van fraude en witwassen, te doen verdwijnen. Aan die veronderstelling maakte het gerechtshof in Den Haag deze woensdag bruut een einde. Ralph Hamers, van 2013 tot medio dit jaar bestuursvoorzitter van ING, moet van het hof door het OM alsnog persoonlijk vervolgd worden voor zijn rol in het witwasschandaal.

De uitspraak is het gevolg van een zogeheten artikel-12-procedure, aangespannen door bedrijfsonderzoeker Pieter Lakeman en zijn Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie. Lakeman kon zich niet verenigen met het feit dat ING op kosten van de aandeelhouders in 2018 een schikking met het OM had getroffen van 775 miljoen euro en schuld had erkend in nalatigheid bij voorkoming van witwassen en fraude, terwijl de verantwoordelijken daarvoor geen rekenschap hoefden af te leggen. Hij heeft daarin volledig gelijk gekregen.

Het oordeel van het hof is een tegenvaller voor Hamers, die begin dit jaar de overstap maakte van ING naar het Zwitserse UBS. In zekere zin is het oordeel ook een tegenvaller voor het OM. Na kritiek op het schikkingenbeleid wilden de aanklagers het beeld corrigeren dat grote bedrijven vervolging konden afkopen met een schikking in een achterkamertje. De schikking met ING werd dan ook de ‘transparantste’ ooit: de overeenkomst werd gepubliceerd en ING erkende schuld.

De maatschappelijke weerstand tegen de deal was enorm. Ook de politiek sprak zich uit tegen deze gang van zaken. Het leidde ertoe dat bij dergelijke hoge schikkingen altijd een rechterlijke toets moet volgen. Daarmee was het probleem van de bestuursverantwoordelijkheid nog niet opgelost.

Welke aanklacht het OM Hamers precies voor de voeten zal werpen, laat staan welke strafmaat daarop staat is nog niet bekend. Hoe het ook moge aflopen, het valt te prijzen dat het hof gehoor heeft gegeven aan de brede maatschappelijke wens om bestuurders niet meer weg te laten komen met een schikking op vennootschapsniveau. In het moderne ondernemersbestuur hebben bestuurders ook een persoonlijke verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen van hun bedrijf. De beloning die zij daarvoor krijgen, is mede zo hoog omdat zij niet alleen zakelijk, maar ook persoonlijk aansprakelijk zijn.

Het hof houdt bij de uitspraak nadrukkelijk rekening met de uitstraling van een dergelijke zaak naar het bredere publiek. Door Hamers openbaar te vervolgen, wordt de norm bevestigd dat ook bestuurders van een bank niet vrijuit gaan als zij feitelijke leiding hebben gegeven aan verboden gedragingen. Het is van groot belang dat een overheid laat zien dergelijk handelen niet te accepteren, meent het hof. Daarbij heeft Hamers het deels aan zichzelf te wijten dat hij nu alsnog vervolgd wordt: hij heeft, in tegenstelling tot zijn opvolger, nooit „publiekelijk verantwoordelijkheid (...) genomen voor zijn handelen”, en dat rekent het hof hem nu zwaar aan.

Het OM had eerder mede afgezien van vervolging omdat een zaak tegen ING er een van de lange adem zal zijn. Succes is allerminst gegarandeerd en de kosten zullen gigantisch zijn. Het hof zegt zich daarvan bewust te zijn. Toch mag dit niet doorslaggevend zijn, schrijft het hof: „Berechting heeft ook normbevestiging tot doel. Dat staat weer in verband met samenleven, met maatschappelijke solidariteit, met laten zien wat van belang is in onze samenleving en met wat wij niet willen als samenleving.” Een dergelijke stellingname valt alleen maar toe te juichen.