Nokia, bestaat dat nog? Ja, juist! Dankzij patenten

Technologiepatenten Slepende patentruzies zijn al lang niet meer het exclusieve domein van smartphonefabrikanten en chipmakers. Alles wat ‘smart’ is, kan inzet worden van juridische strijd. Dat schaadt de mededinging, vinden critici.

Illustratie Pepijn Barnard

Voor consumenten is Nokia een naam uit het verleden. Ooit dé toonaangevende maker van eerste generaties mobiele telefoons, werd het Finse technologiebedrijf later door de smartphones van Apple en Samsung genadeloos naar de marge verbannen. Nokia’s marktaandeel in mobiele telefoons zakte van meer dan 50 procent eind 2007 naar minder dan 1 procent nu, volgens cijfers van dataverzamelaar Statista.

Maar voor bedrijven die inzetten op digitale smart technologie, van computerproducenten tot autofabrikanten en hun toeleveranciers, heeft Nokia geenszins aan relevantie ingeboet. Integendeel. Vroeger hadden zij meestal niets met de Finse onderneming te maken. Nu voeren ze harde onderhandelingen met Nokia of belanden zelfs tegenover de voormalige mobieltjespionier in de rechtszaal.

Zoals Daimler, moederbedrijf van Mercedes, dat zich in verschillende Duitse rechtbanken verdedigt tegen Nokia. Aanleiding is een ruzie over Nokia’s patenten. Nokia claimt inbreuk en eist een verbod op de verkoop van auto’s van Daimler in Duitsland.

Nokia heeft de slag om de consument dan wel verloren, het bedrijf heeft een uitgebreide en nog altijd groeiende portefeuille van bijna 3.000 ‘patentfamilies’ op draadloze technologieën zoals 3G, 4G en 5G, blijkt uit het jongste jaarverslag. Licentievergoedingen voor gebruik van intellectuele eigendom zijn tegenwoordig zelfs de belangrijkste inkomstenbron van het bedrijf, vorig jaar goed voor een operationele winst van meer dan 1 miljard euro..

Nokia behoort daarmee tot een relatief kleine groep multinationals die het overgrote deel van de octrooien bezitten op cruciale communicatie- en netwerktechnologieën, waaronder 3G, 4G, 5G en wifi. Andere belangrijke patenthouders op dit gebied zijn onder meer telecombedrijven Ericsson (Zweeds) en Huawei (Chinees), chipmaker Qualcomm (Amerikaans), techconglomeraat Samsung (Koreaans) en zelfs – in mindere mate – het Nederlandse Philips. En dan is er nog een categorie bedrijven die er puur en alleen in zijn gespecialiseerd patenten op te kopen en die vervolgens uit te winnen – ook wel non-practising entities (npe’s) of patent trolls genoemd.

De manier waarop grote patenthouders hun intellectuele eigendom te gelde maken, is op zijn minst omstreden. Dat valt af te leiden uit de aanzwellende stroom aan juridische gevechten in de voorbije jaren. Volgens een rapport uit 2019 van juridische database Darts-IP, gespecialiseerd in intellectuele eigendom, loopt het aantal rechtszaken over patenten die betrekking hebben op cruciale communicatie- en netwerktechnologieën opgeteld inmiddels in de duizenden. En de frequentie neemt snel toe, aldus de Brusselse organisatie.

Slimme koelkasten

Deskundigen die NRC sprak, zijn er bovendien van overtuigd dat de vele rechtszaken slechts een klein maar zichtbaar deel van de onvrede weerspiegelen. Veel patentconflicten zouden al in een eerder stadium worden geschikt omdat vooral kleinere partijen geen heil zien in rechtszaken die jaren kunnen voortslepen. Of omdat ze er simpelweg de middelen niet voor hebben.

Waar komen al die patentconflicten vandaan? Het antwoord op die vraag ligt voor een deel in de opkomst van ‘slimme technologieën’, van smart home-spulletjes als speakers en koelkasten met wifi, tot intelligente stroomnetwerken (smart grid) en moderne auto’s. Al die slimme apparaten zijn aangewezen op dezelfde ‘gestandaardiseerde’ technologie, denk aan 4G, om verbinding te maken met internet of te communiceren met andere apparatuur. En op die standaardtechnologie rusten weer tienduizenden patenten.

„Inbreuk op een doorsnee patent kun je vermijden, simpelweg door iets anders te ontwerpen”, vertelt Rudi Bekkers, hoogleraar Intellectueel Eigendom aan de Technische Universiteit Eindhoven. „Maar bij patenten die onderdeel zijn van een technologische standaard [internationale afspraken over wélke technologie wordt gebruikt], kan dat niet. Dat geeft de eigenaar van het patent een ongebruikelijke machtspositie.”

Om te voorkomen dat misbruik van die machtspositie de mededinging schaadt en innovatie in de weg staat, zijn houders van deze zogeheten ‘standaard-essentiële patenten’ min of meer verplicht die tegen een „eerlijke, redelijke en non-dicriminatoire” vergoeding in licentie te geven aan iedereen die er gebruik van wil maken.

Dat klinkt mooi. Het probleem is alleen dat nergens is vastgelegd wat een redelijke vergoeding is of hoe die kan worden berekend. Licentieafspraken tussen partijen zijn bovendien vertrouwelijk, dus referenties zijn er niet. Sterker nog: van een aanzienlijk deel van de tienduizenden patenten waarvan houders cláímen dat ze „essentieel” zijn voor een standaardtechnologie, is twijfelachtig of zij dat ook echt zijn. De enige manier om daar achter te komen, is een gang naar de rechter.

„Het is als een spel met knikkers, waarbij niemand weet hoeveel er in het spel zijn, wat ze precies waard zijn en wie ze heeft”, zegt Wim Maas, advocaat bij Taylor Wessing in Eindhoven en gespecialiseerd in intellectueel eigendom. „Die onduidelijkheid leidt voortdurend tot conflicten en rechtszaken.”

Mistige wereld

Als relatief klein technologiebedrijf is het extra moeilijk navigeren in de mistige wereld van technologische standaarden en intellectueel eigendom, vertelt Raluca Radu, jurist van Fairphone. De Amsterdamse onderneming, die duurzame telefoons verkoopt, kreeg al snel na haar oprichting in 2013 de eerste brieven van patenthouders (waarvan Radu de namen niet kan noemen in verband met geheimhoudingsverklaringen). Die claimden dat Fairphone inbreuk maakte op hun patenten en eisten licentievergoedingen.

„We respecteren intellectueel eigendom, maar het is vrijwel onmogelijk te beoordelen waarmee je te maken hebt en wat er later nog op je af kan komen”, zegt Radu. „Er zijn zoveel patenten die door eigenaren als essentieel worden aangemerkt voor technologische standaarden. Niemand weet hoeveel precies of wat andere partijen voor licenties betalen. Dat moet je zelf maar uitzoeken. En wij hebben niet het geld om juridische gevechten aan te gaan met patenthouders.”

Fairphone is lid van de Fair Standards Alliance (FSA), een Brusselse club van bedrijven die lobbyt voor meer transparantie op het gebied van standaard-essentiële patenten en licentievergoedingen. Andere leden zijn onder meer TomTom, Daimler, Apple, BMW en Continental. Zij lijken gehoor te vinden bij Eurocommissaris Margrethe Vestager (mededinging), die eind vorige maand aankondigde dat het tijd is voor hervormingen om „frictie en rechtszaken te verminderen”. Hoe die er precies uit gaan zien, is niettemin onduidelijk. Vestager zet voorlopig in op initiatieven die „geleid worden vanuit de sector”.

Het meest concrete voorstel dat op tafel ligt, komt van een onderzoeksgroep onder leiding van hoogleraar Rudi Bekkers. In opdracht van de Europese Commissie onderzocht die groep de haalbaarheid van een onafhankelijk instituut om te beoordelen welke patenten daadwerkelijk „essentieel” zijn voor technologische standaarden. Zo’n beoordeling is een monsterklus, gezien de onmetelijke lijst van patenten die onder de loep moeten worden genomen. Maar het kan, concludeerden Bekkers en zijn collega’s. En het is nodig.

Vraag is alleen of er voldoende draagvlak voor is bij belanghebbenden, beseft Bekkers. „Sommige partijen hebben baat bij een gebrek aan transparantie. Maar ik hoop en ik denk dat ook zij inzien dat eindeloos gesteggel over patenten uiteindelijk in niemands belang is.”