Recensie

Recensie Boeken

Een prachtig kinderboek over kunst

Ted van Lieshout Onconventioneel denker en kinderboekenauteur Van Lieshout waagt zich aan een kunstdefinitie. Een raamvertelling en een reeks rijk geïllustreerde anekdotes maken een hybride boek dat zelf ook een kunstwerk is.

Je moet het maar durven, een boek schrijven getiteld Wat is kunst? Velen zullen zeggen dat het onmogelijk is deze te beantwoorden: kunst is te veelomvattend voor een eenduidige definitie. Maar Van Lieshout, een onconventionele denker en kunstenaar die het experiment niet schuwt, is de uitdaging aangegaan, met succes: in een visueel verbluffend boek ontrafelt hij even speels als verbeeldingsvol het raadsel kunst.

Dat doet hij niet door in zijn rol te kruipen van de museumgids die hij was in zijn Papieren Museum-serie (2002-2007). Die (jeugd)boeken waren non-fictie, terwijl Wat is kunst? dat geenszins is. Net als zijn boek Bloot over naakt in de kunst rekt Van Lieshout de grenzen op van wat je met een boek kunt doen. Geen genre-etiket past. Het meest nog lijkt Wat is kunst? op een raamvertelling: met als kader een fictieve dialoog tussen een tienermeisje dat het boek komt binnenwandelen met de huiswerkvraag wat kunst is, en de schrijver, die anekdotisch vertelt over allerhande kunst(werken).

Schilderkunst, industrieel design, fotografie, gastronomie, muziek en zelfs sport als ‘kunst van de lichamelijke inspanning’ passeren de revue. Mooi is dat die ruime blik overeenkomt met de aanvankelijke stelling van de schrijver: ‘Kunst is alles wat je doet om je niet te vervelen’. Wat overigens geen willekeur inhoudt: de hybride vorm hangt samen met de inhoud en Van Lieshouts kunstopvatting, waarmee het boek in feite ook een soort conceptueel kunstwerk is.

Meesterlijk

Iedere spread opent met het tweegesprek, waarna de schrijver aan de hand van een uitgelicht woord een kunstanekdote vertelt. Zo volgt een uiteenzetting over letterkunde en kalligrafie, wanneer het meisje vertelt dat ze met schelpen ‘HELP!’ in het zand heeft geschreven. En als ze moet plassen, volgt de pispot van Marcel Duchamp. ‘Kunst mocht voortaan bestaan uit een idee, een gedachte die bevrijd was uit het hoofd van de kunstenaar’, schrijft Van Lieshout over hem, wat weer knap aansluit bij zijn eigen uitgangspunt dat alles kunst kan zijn.

De ludieke toon en het authentieke gesprek tussen de schrijver, die zich opstelt als de meester die uitdaagt, en het schoolse meisje, maakt het kaderverhaal spannend en plezierig. Als ze het antwoord dat kunst uit verveling voortkomt onacceptabel noemt (‘daar krijg ik geen voldoende voor’), nodigt de schrijver haar uit af te reizen naar een imaginair, onbewoond eiland. Daar wordt ze eerst op zichzelf teruggeworpen en begint dan, gedreven door verveling, haar wereld op te fleuren. Ze bouwt zandkastelen, verstuurt flessenpost, en maakt kokosnootbekers. ‘Nu weet je niet alleen wat kunst is, maar je bent ook kunstenaar geworden’, zegt de schrijver betekenisvol.

Je gaat gemakkelijk mee in Van Lieshouts gedachte-experiment. Hij schrijft helder en de beelden prikkelen. Geestverruimend zijn ook de pagina-overschrijdende schilderijen van zeegezichten bij de flessenpost-intermezzo’s. Tot slot openbaart Van Lieshout waarom kunst belangrijk is. Dat doet hij meesterlijk, geholpen door twee sigarenblikjes en drie met pasta gevulde weckpotten. Wie wil weten wat die met de zin van kunst te maken hebben, leze dit prachtige boek.