Opinie

Hugo de Jonge speelde de afgelopen maanden te veel rollen

Geen lijsttrekker meer

Commentaar

Weinig mensen zullen jaloers zijn geweest op Hugo de Jonge. Als minister van Volksgezondheid is hij verantwoordelijk voor de aanpak van de coronacrisis. Iedere beslissing gaat over mensenlevens, of het welzijn van de bevolking. Alle kritiek komt direct bij hem terecht. Als lijsttrekker van het CDA leidde hij bovendien een partij in permanente staat van chaos. Het is niet rustig geworden in de partij na de verkiezing van De Jonge tot lijsttrekker – integendeel. Niemand betwist dat De Jonge moedig aan de slag is gegaan en hard heeft gewerkt. Maar beide dossiers gingen elkaar volkomen in de weg lopen. In de eerste plaats omdat een dag maar 24 uur heeft, ook in het leven van Hugo de Jonge. Maar ook omdat het vak van lijsttrekker iets anders vergt van De Jonge dan dat van crisismanager. En de minister wekte de laatste maanden de indruk beide rollen niet altijd goed te kunnen scheiden. Zijn terugtreden als lijsttrekker is daarom begrijpelijk.

Hugo de Jonge pakt problemen graag projectmatig aan, het liefst zo concreet mogelijk, en het liefst met een resultaat en een einddatum. Om die ‘Rotterdamse aanpak’ is de oud-wethouder vaak geprezen. Het leidde tot actieprogramma’s, bijvoorbeeld op het gebied van eenzaamheid. De Jonge liet zich hier ook als CDA-lijsttrekker op voorstaan. Maar de coronacrisis is geen ‘project’ dat je met ‘targets’ kan ‘managen’. De Jonge belooft veel en kondigt van alles aan, maar wekt de indruk veel meer controle te hebben dan hij in werkelijkheid heeft.

Toen hij zich als kandidaat voor het CDA-leiderschap meldde, zei Hugo de Jonge dat corona hét campagnethema zou worden. Zijn campagne zou in het teken van de corona-aanpak staan. Hij wílde als lijsttrekker dus afgerekend worden op zijn resultaten als crisismanager. Dat betekende dat zijn daden als ‘chef corona’ in een partijpolitiek licht stonden. Een onhandige vermenging van rollen.

De Jonges neiging te veel te beloven werd de afgelopen week zichtbaar toen het over coronavaccins ging. De Jonge had, weliswaar met een slag om de arm, de datum van 4 januari genoemd. Dan zouden er waarschijnlijk een miljoen vaccins beschikbaar zijn, waarmee ouderen en kwetsbaren ingeënt zouden kunnen worden. Deze week bleek dat het maar om de helft van het aantal Pfizer/BioNTech-vaccins gaat, en dat pas later kan worden begonnen. Dit leidde tot terechte irritatie in de Kamer. De betrouwbaarheid van de overheid staat op het spel. Het woord van de minister moet een kompas zijn in onzekere tijden, geen holle belofte. Ook op andere momenten sprak De Jonge met meer vertrouwen dan hij waar kon maken. De ‘routekaart’, de app, het ‘dashboard’ – het moest de illusie wekken van controle, maar in de praktijk bleek dat vaak tegen te vallen.

In het kabinet ging oud CDA-zeer een rol spelen. De verhouding met partijgenoten, zoals minister Wopke Hoekstra (Financiën) en staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken), was nooit goed. De Jonge werd deze week in verlegenheid gebracht door een gelekte notitie van EZK over de sluiting van de horeca. Die notitie had als conclusie dat het aantal coronabesmettingen zou dalen als de horeca weer zou openen, op dit moment geen optie voor De Jonge. Verantwoordelijk bewindspersoon: Mona Keijzer, rivaal van De Jonge. De kwestie had de schijn van een rekening die nog vereffend moest worden. De Jonge bleef door de onhandige vermenging van rollen een kwetsbare minister. Nu dat probleem uit de wereld is, kan hij zijn aandacht volledig op de corona-aanpak richten.