Opinie

Zonder gekken is het doodsaai

Michel Krielaars

Over de doden niets dan goeds, maar toch moest ik bij het overlijden van uitgever en recensent Martin Ros, afgelopen week, allereerst denken aan wat Theo Sontrop, zijn jarenlange collega bij de Arbeiderspers, over hem zei: ‘Een groter warhoofd heb ik nooit ontmoet. Hij kwam met twintig ideeën. Daarvan waren er tien absurd. Alleen een gek kon ze bedenken.’

Nu ben ik ervan overtuigd dat je in de boekenwereld gekken nodig hebt, omdat er anders nog maar zelden iets origineels geschreven of uitgegeven wordt. En daarom sloeg ik Ros’ autobiografie Liefde en ouderdom (1993) er weer eens op na. Het is een vermakelijk en soms krankzinnig boek, vooral als het over zijn amoureuze avonturen gaat, die altijd verkeerd aflopen. Niet voor niets had hij het in de Tros Nieuwsshow, waar hij boeken soms met de slotwoorden ‘Lees dat boek, Mieke, léés het!’ besprak, vaak over ‘dat heel erge – seks, incest, overspel’, wat hij bijkans uitgilde van opwinding.

De beste delen uit Liefde en ouderdom gaan over zijn katholieke jeugd en over boeken. Zo vertelt hij hoe tijdens zijn studie geschiedenis in Utrecht professor Geyl, die volgens hem bij vrouwelijke studenten zijn naam eer aandeed, de eerstejaars altijd inpeperde dat ze meer hadden aan de romans van Flaubert, Stendhal, Tolstoj, Dostojevski en Mann dan aan het volgen van colleges en het lezen van historische studies. En dan is er ook nog de gestoorde aanhangster van de Maranatha-beweging, met wie hij in een religieuze roes met een busje de wereld wil intrekken om er ‘koloniën voor Jezus’ te stichten.

Een groot deel van zijn kennis deed Ros op in de openbare leeszaal van Hilversum. In dat walhalla ontdekte hij behalve de grote Russische, Franse, Engelse en Duitse schrijvers van de 19de eeuw ook de door Vestdijk tijdens de bezetting gemaakte vertalingen van derderangs Duitse Blut-und-Boden-romans en alle belangrijke boeken over het socialisme, het communisme en het fascisme. Woest was Ros dan ook toen die bibliotheek begin jaren zeventig werd gesaneerd door een modieuze activistische directeur, die meende dat ‘de zogenaamde cultuur van gisteren, die in feite pure reactie en repressie was, diende te worden opgeruimd’.

Aan Ros is bovenal Privé-domein te danken, de legendarische serie dagboeken, brieven, autobiografieën en memoires, van grote schrijvers zoals Paustovski, Herzen, Achmatova, Bakoenin, Toergenjev, Flaubert, Léautaud, Canetti, Pessoa, Colette, de Goncourts. Alleen verbaast het me dat Chateaubriands Amour et vieillesse, dat als voorbeeld diende voor Liefde en ouderdom, nooit in die serie is opgenomen.

Zelf bezat Ros meer dan 60.000 boeken, die, sinds hij in een verzorgingstehuis was opgenomen, in een garage lagen. Die collectie zal door de erven ongetwijfeld te gelde worden gemaakt en een lusthof worden voor iemand als uitgever, bibliograaf en bloemlezer Cornelis Jan Aarts. Van zijn hand verscheen onlangs Boekenjacht. Verhalen uit de boekenwereld, dat gaat over verzamelaars zoals Ros – die er echter niet in voorkomt. Wel staan er smakelijke verhalen in over Aarts’ favoriete schrijvers Elsschot en Havank, op wiens detectives hij jaagt. Mooi zijn ook de necrologie van boekhandelaar annex kolenboer Hoogstraat en de satire op de fanclub van Boudewijn Büch, een schrijver die door Ros is ontdekt. Zulke verhalen versterken mijn mening dat het zonder gekken doodsaai is.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.