Waar maak je je de meeste zorgen om in deze coronapandemie?

Pandemiepost In veel landen heeft de tweede coronagolf inmiddels toegeslagen. Opnieuw lockdowns, bedrijven gesloten en geen toeristen. Onze correspondenten vroegen aan mensen in hun regio: waar maak je je de meeste zorgen om?

De Vlaamse aardbeienteler Rudi Boermans aan het werk op zijn kwekerij. Buiten zijn familie ziet hij nauwelijks nog iemand.
De Vlaamse aardbeienteler Rudi Boermans aan het werk op zijn kwekerij. Buiten zijn familie ziet hij nauwelijks nog iemand. Ans Brys

Het coronavirus raakt alle wereldburgers, maar niet iedereen wordt even hard door de crisis getroffen. Om de impact van de pandemie te laten zien, volgen correspondenten en verslaggevers van NRC iemand in hun regio. Hun bijzondere verhalen leest u in de serie Pandemiepost. Iedere aflevering staat een ander thema centraal.

De serie begon met de vraag: hoe lang kun jij het in deze crisis nog uitzingen? Die kunt u hier lezen. De tweede aflevering had de vraag: wie geloof jij nog in deze crisis? Deel drie ging over hoe dichtbij de dood kwam tijdens de pandemie. Deel vier had de vraag: ‘Laat u zich testen?’. Aflevering vijf vroeg zich af: ‘Gaat u zich laten vaccineren?’ In de zesde aflevering was het dilemma: wat doe je bij een loopneus of kuchje? Aflevering zeven vroeg zich af: ‘Hoe beleven je kinderen de pandemie?’

William Edwards - afdelingshoofd bij autodealer in Michigan, VS
‘Er is veel werkloosheid, veel mensen zijn hun bedrijf kwijt’

William Edwards hoeft niet lang na te denken over de vraag waar hij zich vooral zorgen over maakt als het aankomt op het coronavirus. Meer dan het virus zelf vreest de inwoner van de Amerikaanse staat Michigan de beperkingen en de economische gevolgen daarvan.

„De beperkingen hebben veel schade aangericht”, zegt Edwards, die in het voorjaar zijn baan bij een autodealer tijdelijk kwijtraakte wegens de lockdown in Michigan. „Er is veel werkloosheid, veel mensen zijn hun bedrijf verloren. Er zijn banen die gewoon niet terugkomen. En dat is moeilijk.”

Hoewel de 53-jarige Edwards sinds de zomer weer aan het werk is, vertrouwt hij er niet zonder meer op dat het bij de lockdown van het voorjaar zal blijven – vooral gezien de nieuwe golf aan besmettingen in de staat, waar de autoriteiten actief zijn met beperkende maatregelen. „Ik denk dat het de eerste keer te ver is gegaan, en ik denk dat het een tweede keer heel makkelijk opnieuw te ver kan gaan.”

Edwards verzorgde dit voorjaar thuis zijn vrouw, nadat zij besmet was geraakt en ziek werd. Zelf testte hij later ook positief, maar hij vertoonde geen symptomen. Pas na een negatieve test kon hij in juni weer aan het werk. Zijn conclusie: „Het geneesmiddel is erger dan de kwaal.” Volgens hem moeten risicogroepen als ouderen worden beschermd, door hen beter te isoleren en te helpen. „In plaats van: iedereen naar huis, deuren dicht en iedereen leeft in grote angst.”

Voor de komende maanden vreest Edwards dan ook vooral nieuwe maatregelen. „Wat is het volgende dat we moeten doen? Wanneer krijgen mensen hun levens terug? En wanneer krijgen bedrijven weer de vrijheid om te werken op de manier die ze willen?”

Wayan Suantara - chauffeur, gids en bezorger op Bali, Indonesië
‘Er komt geen geld meer van buiten’

Er staat nog 1,9 miljoen roepia, omgerekend nog geen 120 euro, op zijn bankrekening. Dus ja, het gebrek aan inkomsten is veruit zijn grootste zorg. „Ze zeggen dat geld niet gelukkig maakt, en ik dacht altijd dat dat waar was. Maar nu blijkt toch wel hoe belangrijk het is. Tot nu toe is het gelukt om elke dag eten te regelen.” Al sinds de toeristen wegblijven, vanaf maart, probeert Wayan Suantara om op een andere manier geld te verdienen voor zijn gezin.

Eerst begon hij met eten rondbrengen en kroepoek verkopen, nu is hij met traditionele medicinale kruiden in de weer. „Het moeilijke is dat bijna iedereen hier nu zulk soort dingen probeert. We krijgen geen geld van buiten.” Een groot deel van de bevolking op Bali leeft normaal gesproken van het toerisme en heeft dus precies hetzelfde probleem als Wayan. Neem zijn buurman, die verhuurde auto’s en scooters aan toeristen. Hij stapte over op het produceren van wierook. „Hij heeft al een flink deel van zijn spaargeld ervoor gebruikt, maar winst maakt hij nog lang niet.”

Wayans grote hoop is dat Bali en de rest van Indonesië in januari weer opengaat voor buitenlanders. Of dat ook echt gaat gebeuren, weet hij niet. En wat het coronavirus betreft weet Wayan ook niet goed meer wat hij moet geloven. Bij hem in het dorp durven mensen niet meer naar de dokter of het ziekenhuis als ze zich ziek voelen. „We zijn bang omdat het veel geld kost, maar ook omdat je misschien wel Covid-19 als diagnose gesteld krijgt.” Er gaan wilde verhalen rond dat ziekenhuizen valse diagnoses stellen, omdat ze ervoor betaald krijgen als ze corona bij patiënten vaststellen. „Dus ik heb geen idee meer of de aantallen besmettingen kloppen.”

Eduardo Muñoz - bierverkoper in Madrid, Spanje:
‘Onder de noemer noodtoestand kan van alles worden afgekondigd. Heel gevaarlijk’

„Je zou hopen dat het leven er na de pandemie anders uit zou komen te zien. Dat we er iets van zouden hebben geleerd met z’n allen, maar ik vrees het ergste. Dat mensen weer snel in oude fouten zullen vervallen. Dat is mijn grootste angst”, zegt Eduardo Muñoz, via de telefoon vanuit het centrum in Madrid.

Zo is Muñoz juist geen Spanjaard die terugverlangt naar het pré-coronatijdperk. Hij maakt zich met name druk over de grote ongelijkheid, de scherpe tegenstellingen tussen links en rechts en de toekomst van de planeet. „Misschien zorgt het coronavirus er zelfs wel voor dat het neoliberale systeem nog verder wordt uitgebouwd”, stelt Muñoz somber. „Zelfs tijdens deze coronacrisis draait alles er nóg om dat iedereen zoveel aan het werk blijft. Het draaiende houden van de economie. Ten koste van alles.”

Muñoz maakt zich zorgen over het verlies aan vrijheden. De autoriteiten maken volgens hem misbruik van de uitbraak van het coronavirus om de bewegingsvrijheid van sommigen in te perken en een deel van de samenleving te stigmatiseren. „Er zijn in Madrid letterlijk stadswijken afgesloten waar de onderklasse woont, met het excuus dat het besmettingsgevaar er groter zou zijn”, legt Muñoz uit. „Onder de noemer van een noodtoestand kan er van alles worden afgekondigd. Heel gevaarlijk.”

Muñoz zou veel liever een maatschappij zien waar op alle fronten een stapje terug wordt gedaan. Waar het klimaat, het genieten van het leven en de onderlinge solidariteit voorop staan. „Een wereld waarin we genoeg produceren om van te leven. Waar we hooguit vier uur per dag werken en de rest aan onze hobby’s en onze naasten besteden. Met de juiste verdeling van de middelen moet dat mogelijk zijn. Dan zou het coronavirus toch ergens goed voor zijn geweest.”

Prakamya Singal, psychiater in opleiding in New Delhi, India:
‘De gedachte dat er vóór mij iemand aan dat tafeltje zat, beangstigt me’

Naar restaurants gaan, huisfeestjes, nieuwe mensen ontmoeten. Dingen die normaal afleiding van haar werk in het ziekenhuis bieden, zegt Prakamya Singal. Nu moet ze het al maanden zonder doen. „Sommige van mijn niet-arts vrienden gaan weer uit eten sinds de restaurants in Delhi open zijn. Fuck it, denken ze. We hebben zes maanden binnengezeten. Maar ik kan dat niet. De gedachte dat ik aan een tafel zit waar net voor mij nog iemand anders zat, beangstigt me.”

Daten, verzucht de psychiater in opleiding. Nog zoiets. Ze heeft een paar dates gehad, maar het blijft gecompliceerd. „Ik weet niet met wie zij in contact zijn geweest.”

Het aantal coronabesmettingen in India is de afgelopen maanden geëxplodeerd. In Singals ziekenhuis wordt het steeds drukker, mede doordat het openbaar vervoer weer rijdt en reguliere behandelingen zijn hervat. Daardoor is ze veel meer dan eerst aan het virus blootgesteld, zegt Singal.

„Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe ouders van vrienden aan corona zijn bezweken. Dat is mijn allergrootste angst. Dat hen iets overkomt. Ik mis hen, maar ik wil dat risico niet nemen.” Toch raakten Singals ouders en broertje besmet. Wat volgde, waren wat Singal omschrijft als de meest stressvolle en vermoeiende weken in haar leven. Alledrie werden opgenomen in de speciale corona-vleugel van haar ziekenhuis. In eerste instantie uit voorzorg, maar al snel kreeg haar vader hoge koorts en toen ook haar moeder. Zij eindigde uiteindelijk acht dagen op de intensive care.

Inmiddels is iedereen weer thuis. Haar broertje trok tijdelijk in bij hun vader terwijl Singals nog altijd zwakke moeder voor nu bij haar in haar appartement verblijft. „Zo verdelen we de last”, zegt ze.

Robert Ochola - sociaal werker in Nairobi, Kenia
‘Niet iedereen heeft de middelen om voortdurend online te zijn’

„Overleven man, het leven in het getto is meer dan ooit een strijd om te overleven”, zegt sociaal werker Robert Ochola. Toen het virus in maart in Kenia landde, brak ook in de sloppenwijken van de hoofdstad Nairobi paniek uit. „In het begin sloeg de angst me om het hart dat het net zo erg zou worden als in Europa. Corona domineerde toen mijn hele leven. Ik, mijn vrouw Jackie en twee kinderen bleven heel de dag thuis.”

Thuisblijven is niet gemakkelijk als je woonruimte maar een paar vierkante meter beslaat. „We zaten op elkaar gepakt. Daarom zie je in arme buurten altijd zo veel mensen op straat. Zeker toen Jackie positief was getest, kreeg ik het benauwd.”

Ook in Kenia is een tweede golf van besmettingen, met honderden nieuwe gevallen per dag. „Toch houden inwoners van Nairobi zich nauwelijks meer aan de voorschriften, en daarom kost het moeite mijn gezin te overtuigen corona niet te vergeten.”

De economische gevolgen komen wel keihard aan. Volgens de Wereldbank zijn twee miljoen Kenianen in armoede vervallen door de pandemie. „De armen werken niet digitaal, die gaan iedere ochtend de straat op om het geld te verdienen voor het avondeten”, zegt Ochola.

Hij werkt samen met een ontwikkelingsorganisatie om in arme buurten radicalisering tegen te gaan door de terreurgroep Al Shabaab. „Die organisaties hebben nu ontdekt dat ze gemakkelijk kunnen zoomen, of web-seminars houden. Dat is goedkoper voor ze. De wereld is nu online. Maar niet iedereen heeft daarvoor de middelen. Die organisaties betalen niet eens mijn telefoonkrediet. In drie uur vergaderen gaat je hele beltegoed eraan. Arme mensen kunnen dat niet opbrengen. Ik leef van het ene salaris naar het andere. Dit soort pandemieën wijst ons armen erop dat het leven steeds moeilijker wordt.”

Arsalan Abu Much - Palestijns internist in Ramat Gan, Israël:
‘In het noorden worden de ziekenhuizen nu overspoeld’

„We zijn de moed verloren”, zegt de Palestijns-Israëlische internist Arsalan Abu Much. „Mijn grootste angst is dat met het winterseizoen de combinatie van griep en corona tot grote aantallen patiënten zal leiden en de ziekenhuizen het niet meer aankunnen.” Aan het begin van de zomer zag het plaatje er nog heel anders uit. „Het aantal besmettingen per dag was acceptabel, we konden de intensive cares sluiten”, zegt hij. „In juli en augustus gingen mensen zich met alle sociale gelegenheden steeds minder aan de regels houden, en toen liep het aantal gevallen snel op, eerst in de Arabische dorpen en vervolgens ook in de Joodse.”

In ‘zijn’ ziekenhuis aan de rand van Tel Aviv valt het aantal ernstige gevallen nog mee. „Maar in het noorden van Israël, waar veel Arabische Israëliërs wonen, was al vóór corona een tekort aan faciliteiten”, zegt hij. „Daar worden de ziekenhuizen overspoeld.”

Als arts hoeft Abu Much zich geen zorgen te maken over gebrek aan werk. Ook zijn dagelijks leven ging gewoon door, met kleine aanpassingen door de coronamaatregelen. De grootste verandering is dat hij niet meer kan reizen. „Ik ging vier, vijf keer per jaar ergens heen”, zegt hij. „Ik ben vrijgezel, ik heb geen kinderen, dus ik kon dat doen.” Ook voor zijn carrière moet Abu Much reizen. Hij had nu in het Verenigd Koninkrijk moeten zijn voor een medisch examen.

Abu Much is nog steeds voorzichtig optimistisch dat de situatie niet verder uit de hand zal lopen. „Maar nu de tweede golf er is, kunnen we weer niet reizen, niet op vakantie, niet de dingen doen die we willen doen. Voorlopig staat alles op zijn kop.”

Rudi Boermans - aardbeienteler in Heusden-Zolder, België
‘In onze leeftijdsgroep is het sociaal stilgevallen’

Bij aardbeienteler Rudi Boermans thuis zal niet snel totale paniek uitbreken. Dus ook niet toen de coronacrisis België in maart bereikte en in Europa de grenzen steeds verder dichtgingen. Toen miste hij tientallen tijdelijke arbeidskrachten omdat ze België niet konden bereiken. Arbeidskrachten die hij elk jaar nodig heeft om de honderden tonnen aan aardbeien en blauwe bessen op zijn land te plukken. Ingrijpend voor zijn bedrijf was het wel, vertelt hij aan de telefoon: „Deze mensen werden een tijdje afgeschilderd als mensen van vreemde origine die het virus hier zouden brengen”, merkte Boermans.

Hij wist het seizoen uit te zingen door zelf vliegtickets voor arbeiders te kopen en papieren te regelen. Ook kwamen asielzoekers uit de buurt bij het bedrijf werken. Veel regelwerk, zonder al te veel overheidshulp.

Boermans wist het seizoen uit te zingen door zelf vliegtickets voor arbeiders te kopen en papieren te regelen. Ook schoten asielzoekers uit de buurt te hulp.
Foto Ans Brys
Boermans wist het seizoen uit te zingen door zelf vliegtickets voor arbeiders te kopen en papieren te regelen. Ook schoten asielzoekers uit de buurt te hulp.
Foto Ans Brys
Boermans wist het seizoen uit te zingen door zelf vliegtickets voor arbeiders te kopen en papieren te regelen. Ook schoten asielzoekers uit de buurt te hulp.
Foto Ans Brys
Boermans wist het seizoen uit te zingen door zelf vliegtickets voor arbeiders te kopen en papieren te regelen. Ook schoten asielzoekers uit de buurt te hulp.
Foto Ans Brys
Het bedrijf van Rudi Boermans, die zich voorlopig over het werk geen grote zorgen maakt nu het aarbeienseizoen voorbij is.
Foto Ans Brys

Nu het seizoen afgerond is, maakt Boermans zich minder grote zorgen om zijn bedrijf, zegt hij. Wel om zijn sociale leven. „Jonge mensen doen gewoon hun ding. Maar zeker in onze leeftijdsgroep is het sociale echt stilgevallen.” Vroeger ging hij wekelijks „op café” in het dorp, het Belgisch-Limburgse Heusden-Zolder.

Nu ziet Boermans buiten zijn familie nauwelijks nog iemand. „Zij houden het af, en wijzelf ook.” Ook de wekelijkse ontmoetingen in vergaderingen met andere boeren zijn weggevallen. Die zijn nu online. Maar voor dit probleem ziet Boermans, in tegenstelling tot de oplossingen die hij voor zijn bedrijf vond, voorlopig geen uitweg. Totdat er een vaccin of geneesmiddel is. „Er is nu weinig toekomstperspectief.”

Rosilene (Rosi) de Souza - schoonmaakster in Rio de Janeiro, Brazilië
‘Covid brengt onzekerheid en machteloosheid met zich mee’

Rosi de Souza was net weer een paar weken aan het werk. De lange lockdown, waarbij de crèche waar ze schoonmaakster is maandenlang dicht was, had ze overleefd dankzij financiële steun van anderen. Nu ging alles weer open en kon ze volop aan de slag. „De eerste paar weken gingen prima. Ouders waren blij dat ze hun kinderen weer naar de opvang konden brengen. En wij, het personeel, waren opgelucht dat onze werkplek niet failliet was gegaan, en we onze banen terug hadden. Maar toen kwam het bericht dat een van de begeleiders besmet was met Covid”, vertelt Rosi.

Een paar dagen later kreeg ze zelf hoofdpijn en buikpijn, terwijl er inmiddels al meer collega’s positief getest waren. Het was beter als zij zich ook liet testen, suggereerde de directrice. „Ik heb er vervolgens drie gedaan. Twee waren negatief maar het waren sneltesten, niet al te betrouwbaar waarschijnlijk. De klachten werden ondertussen sterker. Ik kreeg ook last van mijn longen en was heel snel moe. Ik heb uiteindelijk, op kosten van de crèche, een PCR-test van driehonderd real (50 euro) gedaan.

Toen ik het resultaat kreeg was mijn dochter bij me op bezoek. Ze las de uitslag hardop voor. ‘Mam, je bent positief!’ Ik begon te trillen van de zenuwen. Mijn dochter liet het papier uit haar handen vallen en keek me verschrikt aan. Ik heb namelijk suikerziekte en verhoogde cholesterol. Ook is mijn bloeddruk vaak te hoog. Dit is het einde dacht ik”.

Inmiddels is ze twee weken verder. De klachten zijn nog niet weg maar zijn ook niet erger geworden. „Vanaf de uitslag heb ik me thuis opgesloten. Ik vind het vreselijk want ik zat immers al lange tijd binnen tijdens de lockdown. En net als het werk dan weer begint raak ik besmet. Mijn buren en kinderen doen boodschappen voor me en zetten die in een tas voor mijn deur”, zegt ze. De crèche is nog steeds open, hoewel inmiddels nog meer personeel – ook de directrice – besmet is geraakt. Rosilene zal zich opnieuw laten testen en als die test negatief is hoopt ze weer te kunnen werken. „Ik heb de laatste weken meegemaakt hoe dichtbij het gevaar kan komen. Covid brengt onzekerheid en machteloosheid met zich mee. Ik heb grote moeite om me daaraan aan te passen, maar een keuze is er voorlopig niet.”

Correctie (14 december 2020): De naam van Rudi Boermans was hierboven twee keer verkeerd gespeld. Dat is gecorrigeerd.