Na de persconferentie genieten van de Vlaamse viroloog

Zap Na de persconferentie, die inmiddels aanvoelt als een vastliggend ritueel, voelde viroloog Marc van Ranst op de VRT als een frisse wind.

Had de verslaggever van RTL wel naar de tekst geluisterd? Tijdens de voorlaatste corona-persconferentie van 2020 wierp ze Mark Rutte voor de voeten dat het woord ‘horeca’ in zijn hele verhaal eigenlijk niet was gevallen. Ze had vier ‘restaurants’, twee ‘horeca’s’ en een ‘café’ over het hoofd gezien. Niet dat een duimendraaiende caféhouder iets koopt voor ministeriële lippendienst, maar het tekende de ritualisering van deze persconferenties. De vragen en de antwoorden leken vooraf al vast te staan.

Zelfs de wijze waarop Hugo de Jonge, grootgrutter in mededelingen tussen neus en lippen door, terloops een halvering van de eerste zending vaccins meldde, voelde vertrouwd. Zoals gebruikelijk begon het nagesprek in M bij Sven Kockelmann, de interviewer die daar inmiddels functioneert als Hoofdanalist van Alles. „Het gáát ook niet goed”, viel Kockelmann zijn premier bij. „Kijk naar de straten.”

Voor de eeuwig echoënde roep om versoepeling was bij M geen plaats. Kockelman kraakte ook nog een uitgelekte notitie over heropening van de horeca. De rituelen voor de late avond stonden in de steigers. Horecaman Robèr Willemsen bij Beau, patiëntenspreider Ernst Kuipers bij Op1.

Uit verlangen naar een frisse coronablik schakelde ik naar de VRT, waar ik plotsklaps betoverd raakte door de Vlaamse viroloog Marc Van Ranst. Waarschijnlijk zijn Belgen allang op hem uitgekeken, maar zoals Vlaanderen Jan Mulder in de armen sloot toen wij het mulderisme al achter ons hadden gelaten, keek ik mijn ogen uit bij Van Ranst.

De setting hielp mee: een lang interview in een speciaal ingericht huis (het programma heet dan ook Het huis) door Eric Goens. Dat bleek een ondervrager te zijn die niet bang is om een stilte te laten vallen en die zijn gesprekspartners ook hun zwijgende momenten gunt. Het resultaat was een gesprek waarin je de zinnen stuk voor stuk kon proeven. Dan vroeg Goens of de viroloog ooit had kunnen vermoeden dat hij in het oog van de storm zou leven. Het antwoord: „Nee, maar ik kon me mijzelf ook niet aan de zijlijn voorstellen.” Waarna een stilte volgde waaruit je kon opmaken dat Van Ranst dit zelf ook wel fraai getroffen vond.

Over de momenten waarop het publiek hem zag worstelen met het verdedigen van overheidsmaatregelen waar hij niet achter stond, zei hij: „Het is de bedoeling dat je dat ziet.” Van Ranst (55) moest fysieke oefeningen doen, waaruit bleek dat hij een ‘cardio-vasculaire leeftijd’ van zeventig had. „Je kunt een kaarsje niet aan twee kanten opbranden”, zei hij. Toen hij een foto zag van zijn vrouw met hun pasgeboren kind, zei de evidente workaholic Van Ranst: „Dat was in 2009, tijdens de Mexicaanse griep.” Goens: „Nee, dat was in 2009 na de geboorte van je zoon.”

De broer doet niet mee

Soms oogde Van Ranst kwetsbaar. Hij hoorde dat zijn broer niet wilde optreden in de aflevering van Het huis, uit vrees dat de bedreigingen die Van Ranst krijgt, op hem zouden overslaan; de viroloog doet regelmatig politieke uitspraken uit de linkerhoek. In dat stukje gesprek krabde de viroloog ongemakkelijk aan zijn schouder en grimaste hij als Dick Advocaat na een nederlaag. „Plooien is geen optie.”

Van Ranst bleek zichzelf ooit met een virus besmet te hebben om het effect ervan te ondervinden: hij filterde het uit de poep van een patiënt. „Daarna in wat fruitsap, het moet toch ergens in. Ik ben er vreselijk ziek van geworden.” Dit vertelde deze man („het leven begint na de lunch”) tijdens het eten van een stukje zalm dat hij net uit een pakje van aluminiumfolie had geschoven. De vis had hij bereid in de vaatwasser. Mijn avond kon niet meer stuk.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.