Opinie

Met dienstplichtigen de volgende epidemie te lijf

Aylin Bilic

In zijn verkiezingsprogramma van 2017 pleitte het CDA voor invoering van de ‘maatschappelijke dienstplicht’. Dienstplichtige jongeren zouden bijvoorbeeld zwemles aan statushouders kunnen geven, of in ziekenhuizen het eten rondbrengen. Daarmee zou het aantal moeilijk vervulbare vacatures kunnen dalen en het zou de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren vergroten. Een paar zinnen daarover belandden zelfs in het regeerakkoord. Pas dit jaar is de vrijwillige ‘maatschappelijke diensttijd’ – duur: drie weken tot zes maanden – serieus gaan draaien. Op Doemeemetmdt.nl kunnen jongeren die zin hebben, zelf kiezen voor welk project ze zich inzetten.

De overheid heeft bijna tienduizend jongeren tussen 17 en 27 jaar ‘geworven’. Na voltooiing krijgen zij een certificaat dat hun voorrang geeft bij sollicitaties op overheidsbanen.

Het CDA zou het liefst verder gaan. Tweede Kamerfractievoorzitter Pieter Heerma opperde om de maatschappelijke diensttijd voor probleemjongeren verplicht te stellen. De partij verlangt blijkbaar nog steeds terug naar de ‘Lubbers-kampementen’ uit de jaren negentig, waar criminele jongeren na flinke tuchtiging als herboren de samenleving weer zouden betreden. De kampementen stierven na een aantal jaren een stille dood.

De liberale partijen VVD en vooral D66 staan niet te juichen bij een nieuwe maatschappelijke diensttijd. Ik zelf tot voor kort ook niet. Maar nu we met corona weer ouderwets een echte vijand hebben, die we alleen sámen eronder kunnen krijgen – onze premier wordt tijdens persconferenties niet moe dat te herhalen – denk ik dat de dienstplicht daarvoor het juiste middel is. En dan niet die slappe hap van ‘vrijwillig’ en alleen ‘iets met dieren’, maar gewoon iedereen, verplicht, een jaar of zelfs iets langer het land dienen.

Want als corona iets bewezen heeft, dan is het dat we het met ‘beroepszorg’ niet redden als er iets misgaat in dit land. Net zoals we tijdens de Koude Oorlog wisten dat we het niet zouden redden met alleen een ‘beroepsleger’.

Corona heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat onze zorg een paar duizend extra patiënten (op ruim 17 miljoen inwoners) niet aan kan. Die pasten niet in onze ziekenhuizen, en – groter probleem – daar waren niet genoeg verpleegkundigen voor. Onze zorg blijkt zo ingericht dat het aantal patiënten nauwelijks van het gemiddelde mag afwijken. Daardoor ging het tijdens de griepepidemie van 2018 overigens ook al mis. Ook toen moest de reguliere zorg onder meer in Brabant flink worden afgeschaald.

En zo kon het gebeuren dat een relatief onschuldige nieuwe ziekte – de gemiddelde leeftijd van de overledenen ligt in Nederland ruim boven de tachtig, de gemiddelde levensverwachting wordt er nauwelijks door beïnvloed – onze samenleving en economie totaal kon ontwrichten. Ook zal deze ziekte waarschijnlijk duizenden extra doden veroorzaken door uitgestelde reguliere zorg, de levensvreugde van vooral jongeren behoorlijk verstieren en ontelbare vooral alleenstaanden de eenzaamheid induwen.

We hadden geen keus. Als we corona zijn gang hadden laten gaan, was de zorg ingestort en zouden duizenden extra ouderen thuis of in ziekenhuisgangen hebben liggen creperen zonder dat iemand ze kon helpen. Dat wilde niemand, en daarom waren de maatregelen van het kabinet terecht.

Maar laten we van deze pandemie de enige echte les trekken: ons zorgstelsel is totaal niet op rampen berekend. Stel dat er weer een epidemie uitbreekt, maar dan een zoals de Spaanse griep honderd jaar geleden, of de middeleeuwse pestepidemieën. Of dat er oorlog uitbreekt. Als er tienduizenden gewonden vallen, zou dat de capaciteit van de zorg in de complete Benelux vele malen overtreffen. Zo beschouwd is corona een relatief onschuldige waarschuwing voor de inflexibiliteit van ons zorgsysteem.

Ik snap ook wel dat forse overcapaciteit opbouwen in de zorg onbetaalbaar is. De zorgkosten rijzen al de pan uit. En de vacatures in de zorg zijn nauwelijks te vervullen. Juist daarom moeten we het anders aanpakken. In de Koude Oorlog hebben we ook niet een enorm beroepsleger opgebouwd om een invasie van de Russen te kunnen keren. Laten we dit probleem daarom op dezelfde manier tackelen zoals we dat destijds gedaan hebben: door een groot reserveleger op te bouwen van dienstplichtigen. Ditmaal leren we ze niet schieten en handgranaten gooien, maar infusen aanbrengen en ambulances besturen. Net als in de Koude Oorlog maken we uitgebreide draaiboeken, waarin bijvoorbeeld staat welke gebouwen zullen worden gevorderd om te dienen als noodhospitaal.

De Rus is uiteindelijk nooit gekomen. Maar ik vrees dat onze nieuwe vijand, de volgende pandemie, ons land wel binnenvalt. Daar moeten we ons sámen op voorbereiden.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.