In Rotterdam ontwikkelt Robert Winkel met Mei Architects het gebouw SAWA, grotendeels van hout, wat een grote reductie van CO2-uitstoot betekent.

Beeld WAX / Mei architects and planners

Interview

‘De woningbouw is hard toe aan een reset’

Architectuur De architect wordt steeds meer in een keurslijf gedrongen, en klimaatverandering en ongelijkheid zijn ondertussen grote uitdagingen. Maar daar valt wel iets aan te doen, vindt Robert Winkel van Mei architects.

„Kijk hier eens naar beneden”, zegt architect Robert Winkel in zijn appartement op de zestiende verdieping van de Schiecentrale in Rotterdam. „Bijna alle woningen in de omgeving zijn van woningcorporatie Woonbron. Maar alleen op de paar private woningen zie je zonnepanelen op het dak. Terwijl het voor een corporatie toch niet zo moeilijk moet zijn om collectief zonne-energie te regelen? Daar wind ik me over op. De woningbouw in Nederland zit muurvast en kent nauwelijks innovatie. En vernieuwingen zijn juist hard nodig, in verband met alles wat in de bouw moet gebeuren wegens de klimaatverandering.”

Robert Winkel, oprichter van Mei architects and planners die onder meer de verbouwing van de Schiecentrale in de Rotterdamse buurt Delfshaven tot woon- en werkgebouw in 2007 ontwierpen, is een van de 22 architecten die in het deze week verschenen boek Manifest uitleggen welke rol klimaatverandering en ongelijkheid, de twee grote thema’s van deze tijd, spelen in hun werk.

Laten we met ongelijkheid beginnen. Fenix 1, de door Mei architects verbouwde loods met 212 loftappartementen, is door de redactie opgenomen in het Jaarboek Architectuur in Nederland 2019/2020. Maar de redacteuren plaatsten er de kanttekening bij dat Fenix 1 had bijgedragen aan de gentrificatie van Katendrecht.

„Dat is een belachelijk verwijt. Gentrificatie doet zich voor als bewoners met lage inkomens uit socialehuurwoningen worden gejaagd om plaats te maken voor nieuwkomers met hogere inkomens. Maar de appartementen van Fenix 1 zijn gebouwd op een oude loods die nu onder meer dienst doet als dansschool. Er zijn geen socialehuurwoningen verdwenen, de nieuwbouw is toegevoegd aan het woningbestand op Katendrecht. Toen de bouw van Fenix 1 begon, was de omgeving een no go area – en dat is nu niet langer het geval. Huishoudens met lage en hogere inkomens zijn nu meer gemengd. Wel is het waar dat de huizenprijzen ook op Katendrecht zijn gestegen. Maar daar kan ik als architect niets aan doen.”

Wie dan wel?

„De enorme prijsstijgingen van woningen zijn het gevolg van beleid. Simpel marxistisch gezegd: de politiek heeft de woningbouw overgeleverd aan het grootkapitaal. De afgelopen dertig jaar was het uitgangspunt van de achtereenvolgende regeringen dat de woningbouw moest worden overgelaten aan de markt. Maar een markt werkt alleen goed als die echt vrij is, dat wil zeggen: gemakkelijk toegankelijk zijn en veel concurrentie kennen. En dat is niet het geval in Nederland: de woningbouwmarkt kent cliëntelisme en wordt beheerst door een beperkt aantal partijen die vooral blijven doen wat ze al kennen en kunnen, en veel te weinig innoveren. En dat niet alleen: jarenlang heeft de markt veel te weinig woningen voortgebracht, zodat de prijzen exorbitant zijn gestegen en wonen in de grote steden nu onbetaalbaar is geworden voor starters en zelfs middeninkomens.

Architecten hebben het laten gebeuren dat ze alleen nog maar een geveltje mogen ontwerpen

„De situatie doet denken aan het einde van de negentiende eeuw, toen de markt in Nederland het woningprobleem ook niet kon oplossen, met veel woonellende tot gevolg. Toen greep de staat fors in met onder meer de Woningwet van 1901. Dat is nu weer nodig, de woningbouw is hard toe aan een reset. Het gaat nu weer om de herverdeling van de rijkdom, er moet weer geld worden gepompt in de socialewoningbouw.”

De jaarboekredactie stelt ook vast dat de architect in het tijdperk van het neoliberalisme steeds verder in een keurslijf is geperst.

„Wat ik nu als voorzitter van de welstandcommissie van Amsterdam aan bouwplannen voorbij zie komen, is inderdaad vaak treurig en zelfs rampzalig. Heel veel peperdure woninkjes van 25 vierkante meter aan weerszijden van een binnencorridor waar heel weinig aan te ontwerpen valt en die later ook heel moeilijk zijn te veranderen. Toch is de afkalvende macht van de architect niet een ontwikkeling die zich pas de afgelopen tien of twintig jaar heeft voorgedaan. In de tijd van de wederopbouw was de architect nog een held die op tv zijn werk mocht komen uitleggen. Maar dat is hij al lang niet meer. Architecten klagen er al tientallen jaren over dat ze zijn gereduceerd tot een schakel in een lange bouwketen.

„Daar staat tegenover dat architecten het ook hebben laten gebeuren dat ze alleen nog maar een geveltje mogen ontwerpen. We hebben ons echt de kaas van het brood laten eten door bouwers met hun calculators, bouwmanagers, installateurs en andere specialisten. En ik verdenk sommige collega’s er ook van dat ze het wel best vinden om alleen een voorlopig ontwerp te leveren en de overige negentig procent door de projectontwikkelaar te laten doen.”

Hoe kan de architect terrein terugwinnen?

„Door zelf het initiatief te nemen voor bouwprojecten en allerlei taken naar zich toe te trekken. Mei architecten zijn daarmee begonnen in de vorige economische crisis. We waren toen de partij die een al lang te koop staand kaaspakhuis van omstreeks 1900 in Gouda heeft aangekocht. Projectontwikkelaars durfden het niet aan om dit Rijksmonument te verbouwen, maar wij hebben er met succes loftappartementen in gebouwd. Op soortgelijke wijze zijn we nu bezig met SAWA, een innovatief appartementengebouw op een stuk grond hier vlak bij de Schiecentrale. De helft van de ongeveer honderd appartementen krijgt, zoals de gemeente voorschrijft, middenhoge huur. Projectontwikkelaars bouwen die nu nauwelijks, maar als je niet streeft naar winstmaximalisatie kun je zelfs rendabele socialehuurwoningen bouwen.

„SAWA wordt, op een betonnen kern na, helemaal van hout gebouwd, wat een grote reductie van CO2-uitstoot betekent. Bouwen met hout is nog pionierswerk in Nederland. Maar juist doordat we nu opdrachtgever en architect tegelijk zijn, is de keten heel kort en kun je snel problemen oplossen en beslissingen nemen. Het poldermodel staat innovatie in de weg, voor echte vernieuwingen zijn verlichte despoten als Henry Ford nodig. Die zei eens: als ik aan de mensen had gevraagd wat ze wilden, hadden ze geantwoord ‘snellere paarden.’”

Harm Tilman (red.): Manifest. Architecten over klimaat en ongelijkheid, Uitg. Vakmedianet, 240 blz. € 40,00