Recensie

Recensie Beeldende kunst

De onbeantwoorde liefde tussen mens en natuur

Tentoonstelling De expositie ‘A New Order, A New Earth’ in Garage Rotterdam gaat over de gespannen relatie tussen mens en natuur. Het meest geslaagd is een video over mannen die de liefde bedrijven met varens.

De film ‘Pteridophilia’ (2016) van de Hongkongse kunstenaar Zheng Bo
De film ‘Pteridophilia’ (2016) van de Hongkongse kunstenaar Zheng Bo Foto Aad Hoogendoorn

Je kijkt nooit meer hetzelfde naar een varen, na het zien van de film Pteridophilia (2016) van de Hongkongse kunstenaar Zheng Bo. In zijn film trekt een groep naakte jonge mannen de jungle in, om daar de liefde te bedrijven met lokale Taiwanese vogelnestvarens. Minutenlang lijkt het te duren, dat een van de mannen met opgewonden gezicht met zijn heupen tegen een bosje varens aanbotst. Het ongemak wordt nog groter wanneer je beseft dat die varens geen toestemming (kunnen) geven voor deze seksuele toenadering. Zelfs als de mens de natuur eens een keer liefdevol wil koesteren, blijft die liefde onbeantwoord.

Sinds de oprichting in 2012 organiseert de Rotterdamse kunstruimte Garage sympathieke thematentoonstellingen met hedendaagse kunst rond een bepaald onderwerp. Eerdere exposities gingen onder andere over het lichaam, dieren, de stad of duisternis. Het mooie van zo’n thema-expositie is dat je in één keer een veelheid aan perspectieven te zien krijgt, waardoor je zelf een rond verhaal kunt bedenken.

De expositie waarvan Pteridophilia onderdeel is, heet A New Order, A New Earth en gaat over de menselijke relatie met de natuur. ‘Zijn we in staat ons te verplaatsen in het perspectief van de natuur?’, is een van de vragen die curator Imke Ruigrok stelt in de tentoonstellingstekst. De zoektocht naar het perspectief buiten de mens krijgt in veel werken een spirituele betekenis, die helaas niet altijd overtuigt.

De tentoonstelling A New Order, A New Earth. Links: Afscheid van het Holoceen door Ambassade van de Noordzee, rechts: AKWA van Annika Kappner. Foto Aad Hoogendoorn

Rotsfonteintje

De installatie AKWA (2020) van Annika Kappner bijvoorbeeld, bestaat uit een door blauwgekleurde doeken en zeilen omringd tapijt met daarop twee kiezelvormige kussens. De toeschouwer wordt met koptelefoon op uitgenodigd deel te nemen aan een nogal pompeuze meditatie over de biologische, economische, politieke en persoonlijke dimensies van het fenomeen ‘water’. Natuurlijk, het is overal, het stroomt door je lichaam en het ligt in je mond, het heeft een waarde die in geld is uit te drukken en grote politieke betekenis – maar ondertussen zit je vooral te kijken naar dat goedkoop ogende rotsfonteintje, dat is beplakt met blauwe glitters.

Van het kunstenaarsduo Idiots (Afke Golsteijn en Floris Bakker) zijn twee grote sculpturen te zien. Niet gemaakt van opgezette dieren zoals ze vaker doen, maar dit keer van dode planten (door de kunstenaars gekweekt op een braakliggend stuk land naast het atelier). Die planten zijn ontbladerd en ontschorst en hangen als een cirkel en een wervelende stroom in de ruimte. Mooi, maar anders dan in het oeuvre van Giuseppe Penone, de Italiaanse meester in het genre kunst-met-bomen, wordt het spanningsveld tussen menselijke hand en de ontembare natuur nergens echt voelbaar. Het werk van Idiots zou als een ‘louterend ritueel’ tot stand zijn gekomen, omdat de planten groeiden op een verwaarloosd niemandsland, het werk moet daarmee symbool staan voor de ‘veerkracht van natuur en mens’. De vraag is of de toeschouwer dat ook zo ervaart bij het zien van die zielige dode plantjes met kluit.

Detail uit de installatie Afscheid van het Holoceen van Ambassade van de Noordzee op de tentoonstelling A New Order, A New Earth. Foto Aad Hoogendoorn

De installatie Afscheid van het Holoceen (2020) door het kunstenaarscollectief Ambassade van de Noordzee slaagt er beter in het perspectief buiten de mens te verbeelden. Zij richtten een altaar in voor alles dat we mogelijk verliezen door de opwarming van de aarde: een schaats uit de Elfstedentocht, een benzinetankje van Shell. Daarbij klinkt het geluidswerk Schaal van de aarde, waarvoor Harpo ’t Hart de geluiden componeerde die zo luid zijn dat hun klanken over de hele aarde zouden donderen: niet hoorbaar met het oor, maar wel meetbaar met instrumenten: het gezoem van het elektriciteitsnetwerk bijvoorbeeld, blikseminslagen van over de hele wereld en de harde knal van de Haringvlietsluizen. Met deze schaalsprong, de poging het voor mensen onhoorbare hoorbaar te maken, slaagt dit werk er wél in om via de verbeelding de kloof tussen mens en die onbevattelijke grote aarde te overbruggen.