Componist Yannis Kyriakides

Foto Andreas Terlaak

Interview

Componist Kyriakides: ‘Ik hoorde Brahms en wist: dit wil ik ook’

Zaterdag krijgt componist Yannis Kyriakides voor zijn oeuvre de Johan Wagenaarprijs van de gemeente Den Haag uitgereikt. „Ik vertrek vaak vanuit filosofische concepten.”

Drie maanden geleden ging er nog een groot orkeststuk van hem in première in de ZaterdagMatinee. One Hundred Years bleek een vintage Kyriakides: koele klankwereld, conceptueel van opzet en consequent in uitwerking. In dit geval ploos de Nederlands-Cypriotische componist een eeuw aan volledige zonsverduisteringen uit. De betreffende data converteerde hij naar materiaal voor het Radio Filharmonisch Orkest: statische strijkersclusters en cleane blazersakkoorden die als planeten om elkaar heen cirkelden. Muziek met de precisie van een astronomisch uurwerk, aangedreven door een ingenieus versleutelingsalgoritme.

Noem het klinkende cryptografie, muziek als spel met codes. Het is een methode die Yannis Kyriakides (Limasol, 1969) vaker toepast. Zijn doorbraak beleefde hij met a conSPIracy cantata (Gaudeamusprijs 2000), een raadselachtige mengeling van onthecht pianospel en cryptische radiotransmissies van de CIA, de Israëlische Mossad en de Britse geheime dienst MI6. Met Telegraphic (2007), hypnotiserende morsemuziek voor kamerensemble en seinsleutels, bracht hij een ode aan het telegrafietijdperk. Of neem Trench Code (2015), een trits „interactieve videopartituren”, waarin militaire codeboeken uit de Eerste Wereldoorlog als handvat dienen voor groepsimprovisatie.

Lees ook: Voor One Hundred Years ploos Kyriakides een eeuw aan volledige zonsverduisteringen uit. 

Het is maar een greep uit een oeuvre dat zich ontvouwt op het grensvlak van muziek en taal, klank en code. Aanstaande zaterdag ontvangt Kyriakides voor dat oeuvre de Johan Wagenaarprijs van de gemeente Den Haag. Dag in de Branding, kwartaalfestival voor nieuwe muziek, programmeert rond de uitreiking drie concerten met zijn werk, plus een online uitzending.

„De gemene deler is communicatie”, analyseert Kyriakides begin december zijn meervoudige fascinatie voor muziek, taal en code. „Ik ben geïnteresseerd in hoe informatie wordt overgedragen en hoe dat werkt in verschillende media. Natuurlijk verschilt muziek van taal, en taal weer van getallen of beeld. Maar er is ook een overkomst: ze communiceren allemaal een betekenis. In mijn werk streef ik naar een combinatie van die verschillende modi. Ik houd van gelaagdheid, van het gevoel dat er onder het direct waarneembare een diepere betekenis schuilt.”

Als componist heb ik het gevoel dat ik een constante strijd moet voeren om mijn werk te kunnen doen

Zelf communiceert Kyriakides het liefst in het Engels, een gevolg van zijn meertalige levenswandel die van Nederland via Engeland terugvoert naar Cyprus. Zijn vader runde er jarenlang een nachtclub in Nicosia. Tot de Turken in augustus 1974 het eiland bezetten en diens zaak in beslag namen. Kyriakides was slechts vier jaar oud, maar herinnert zich de invasie nog levendig: „We waren op vakantie in Famagusta. Ik zat op het strand te spelen toen plotseling het luchtalarm ging. Halsoverkop vluchtten we naar de kelder van een nabijgelegen hotel, nog net op tijd voor de bommen en het artilleriegeschut. Na afloop verzamelde ik met mijn broertje kogelhulzen in de kapot geschoten lobby.”

Het gezin Kyriakides week noodgedwongen uit naar Engeland, een geëmigreerde oom achterna. Het was hier dat de kleine Yannis, tot dan toe opgegroeid met de Turks-Arabische popbands die zijn vader boekte, kennis maakte met klassieke muziek. Kyriakides: „Op school liet een leraar ons de Eerste symfonie van Brahms horen. Ik was verkocht en wist: dit wil ik ook.”

Na stevig zeuren kwam er een viool, gevolgd door pianolessen van een leraar met een zwak voor modern repertoire. Enter: Schönberg, Webern en Xenakis. Ondertussen lonkte de jazz, begon hij te improviseren, en werd hij dankzij een muziekbeurs toegelaten tot de prestigieuze kostschool Eton. Kyriakides zong er als koorzanger in het beroemde koor, maar een gelukkige tijd was het niet: „Het was een omgeving die me volkomen vreemd was. Heel Engels, heel upperclass, heel elitair. Het muziekonderwijs was uitzonderlijk, maar uiteindelijk werd ik die mentaliteit zo beu dat ik weg wilde uit Engeland.”

Yannis Kyriakides: „Ik vertrek vaak vanuit filosofische concepten.” Foto Andreas Terlaak

Haagse invloeden

Het zou nog even duren voordat hij definitief zijn koffers pakte. Na een year off in Griekenland, waar hij zich verdiepte in de volksmuziektradities van zijn geboorteregio, schreef hij zich in voor een studie muziekwetenschap aan de universiteit van York. Bij een concert van het pas opgerichte Icebreaker ensemble hoorde hij een stuk van ene Louis Andriessen. Nog zo’n eureka-moment: „De directheid, de conceptuele helderheid. Dit was muziek waar ik helemaal achter kon staan.”

En dus toog hij in 1992 naar het Conservatorium van Den Haag om bij Andriessen in de leer te gaan. Kyriakides herinnert zich de soms pittige discussies over vorm en harmonie: „Louis dacht als een muzikale architect. Je kunt zijn grote stukken vergelijken met kathedralen, gebaseerd op een onwrikbaar harmonisch grondplan. Voor mij ontbreekt er in die visie iets wezenlijks, want muziek bestaat pas echt als iemand die klankruimte daadwerkelijk binnengaat. Ja, vorm en structuur zijn belangrijk, maar de perceptie van de luisteraar is dat ook.”

Toch waren zijn jaren bij Andriessen van onschatbare waarde, beaamt Kyriakides. Wie zich een weg door zijn werkenlijst luistert, hoort nog altijd hoezeer. De koele klankwereld, de afkeer van vals sentiment en romantisch gepsychologiseer, de voor ieder werk strikt afgebakende conceptuele context. Het zijn ontegenzeggelijk Haagse invloeden.

‘Filosoof in klank’

De Nederlands-Ierse musicoloog Bob Gilmore beschreef hem eens als „een filosoof in klank”, een knipoog naar het conglomeraat aan denkers dat Kyriakides’ oeuvre bevolkt, van oud-Griekse presocratici als Heraclitus en Zeno tot Spinoza. Gegrinnik: „Een fantastische bijnaam inderdaad. En het is waar, ik vertrek vaak vanuit filosofische concepten, als uitgangspunt voor mijn eigen denken over muziek. Ik streef naar een reflexieve laag in mijn stukken. ‘Wat is klank?’ ‘Hoe verhoudt geluid zich tot ruimte en tijd, tot beeld?’ Dat zijn belangrijke kwesties voor me, die ik op een bepaalde manier voelbaar wil maken. Uiteindelijk gaat het om de vertaalslag van concept naar een zintuiglijke ervaring.”

Nog een invloedrijke mentor uit Kyriakides’ Haagse studiejaren was elektronicapionier Dick Raaijmakers. „Ik heb Dick bij een aantal projecten mogen assisteren en heb ontzettend veel van hem geleerd. Over elektronica, over de aard van technologie en het werken met nieuwe media. Die ervaringen zijn zonder meer bepalend geweest voor het vinden van mijn eigen stem.”

Wat heet: Kyriakides groeide de afgelopen jaren uit tot een uitgesproken multimediacomponist. Neem zijn recente ensemblestuk Face (2018), een bespiegeling op de werking van kunstmatige intelligentie en biometrische technologie, waarin softwarematige analyses van de gezichtsuitdrukkingen van de musici de live elektronica aansturen.

Een zelfbenoemd subgenre in Kyriakides’ oeuvre zijn ‘music-text-films’ als Dreams of the Blind(2006) en Satyr Drama (2017). Hybride mengvormen van muziek, videobeelden en tekstprojecties zijn het, waarin lezen en kijken een wezenlijk onderdeel worden van het luisterproces. In het proefschrift Imagined Voices (2017), voor zijn promotie aan de Universiteit Leiden, doet Kyriakides uit de doeken hoe die multizintuiglijke werkwijze hem toegang verschaft tot de innerlijke belevingswereld van de toeschouwer. Samengevat voor de eenvoudige muziekjournalist: „Ik ontdekte dat die tekstfragmenten de innerlijke stem van de luisteraar activeren. Wanneer mensen tijdens het stuk meelezen, ontstaat een limbo tussen buiten- en binnenwereld. Inwendig horen de toeschouwers hun eigen stem meeklinken in de muziek. Ze worden als het ware tot mede-uitvoerder en raken zo volledig ondergedompeld in het stuk.” .

Dobberen tussen tradities

Inmiddels woont Kyriakides een kleine dertig jaar in Nederland, waar hij doceert aan het Koninklijk Conservatorium en ook actief is als improviserend laptopmusicus, onder meer bij ensemble MAZE en met experimenteel gitarist Andy Moor, met wie hij onlangs nog het album Pavilion uitbracht.

Waarom hij na zijn conservatoriumstudie bleef plakken in Nederland? „In de jaren negentig was het hier een paradijs voor jonge componisten. Nederland was een internationaal centrum voor moderne muziek, de veelgeroemde ensemblecultuur was op haar hoogtepunt en het muziekleven was een bonte lappendeken van allerlei verschillende scenes. Gecomponeerde muziek, jazz, vrije improvisatie en experimentele elektronica, it really was a crossroads of everything.”

Inmiddels liggen de kaarten anders, zegt Kyriakides. „Het muziekleven hier is veranderd. Zeker sinds de ingrijpende cultuurbezuinigingen van tien jaar geleden. Die zijn niet alleen desastreus gebleken voor de muzikale infrastructuur, ook de attitude ten opzichte van cultuur is veranderd. Als componist heb ik het gevoel dat ik een constante strijd moet voeren om mijn werk te kunnen doen. Soms lijkt het zelfs alsof ik me voor mijn vak moet verontschuldigen. Die situatie is fnuikend voor het vertrouwen van kunstenaars.”

Of de zoeker Kyriakides inmiddels zijn muzikale plek heeft gevonden? Meer dan voorheen, zegt hij, maar in zekere zin is hij altijd een buitenstaander gebleven: „Ik kan muziek ten diepste liefhebben, maar tegelijkertijd voelen dat ik er toch niet helemaal mee samenval. Er zijn altijd andere tradities en stijlen, die ik minstens even interessant en waardevol vind.”

Het is de relativerende blik van de emigré, analyseert Kyriakides: „Als je opgroeit in verschillende culturen, leer je je omgeving van een afstand te bekijken, al was het maar omdat je de taal niet beheerst. Zo’n ervaring zorgt er ook voor dat je nooit ergens echt wortel schiet. Misschien ben ik daarom wel gaan componeren. In zekere zin heb ik van mijn werk mijn thuis gemaakt.”