Tata IJmuiden wil overlast in omgeving bestrijden met flinke investeringen

Milieuvervuiling Met flinke investeringen hoopt Tata een eind te maken aan een van de meest complexe botsingen tussen industrie en leefomgeving in Nederland.

Meetstation van de provincie Noord-Holland aan de Kanaaldijk in IJmuiden. Het meet de luchtkwaliteit. In de IJmond staan vijf van dit soort stations.
Meetstation van de provincie Noord-Holland aan de Kanaaldijk in IJmuiden. Het meet de luchtkwaliteit. In de IJmond staan vijf van dit soort stations. Foto Olaf Kraak

Het kost wat, maar dan is het als het goed is ook eindelijk écht gedaan met de overlast van de staalfabriek van Tata Steel in IJmuiden. Maandag maakte het bedrijf bekend dat het de komende jaren voor 300 miljoen euro gaat investeren in maatregelen om overlast terug te dringen. Er komen bijvoorbeeld meer afzuiginstallaties en een speciale installatie die de uitstoot van allerlei soorten stoffen bij de pelletfabriek, die ijzerertsballetjes maakt, moet tegengaan.

Met de maatregelen hoopt Tata een eind te maken aan een van de meest complexe botsingen tussen industrie en leefomgeving in Nederland. De fabriek in IJmuiden, met circa 9.000 werknemers de grootste werkgever in de regio, komt de afgelopen jaren regelmatig in het nieuws vanwege de impact op de omgeving. Met name bewoners van het nabijgelegen dorp Wijk aan Zee (2.200 inwoners) zijn boos op Tata Steel. De veelbesproken ‘grafietregens’ (grote stofwolken) zijn vanwege een nieuwe bedrijfshal inmiddels verleden tijd, maar er is nog altijd sprake van ‘gewone’ stofuitstoot en uitstoot van zware metalen. Vensterbanken en speeltuinen raken snel vies, en in het dorp ruikt het vaak smerig. Tevens is Tata Steel gedagvaard door het Openbaar Ministerie in verband met het wegwaaien van een hoeveelheid stof in maart 2018.

Soms zijn er ook nog losse incidenten. Vorige week nog ontstond onrust in Wijk aan Zee nadat ’s avonds plotseling een zwavelachtige lucht in het dorp te ruiken was en de brandweer massaal uitrukte. Uiteindelijk bleek het te gaan om een opgestookte ‘staalpan’ in de oxystaalfabriek op het terrein, de brandweer doet nog onderzoek naar welke stoffen er precies zijn vrijgekomen.

Hoewel precieze correlaties lastig zijn vast te stellen, concludeerde het RIVM al een aantal keer dat de uitstoot van de fabriek waarschijnlijk gevolgen heeft voor de volksgezondheid. Dit omdat bijvoorbeeld blootstelling aan fijnstof gevolgen kan hebben voor de luchtwegen.

Set maatregelen, ook minder stikstof

Tata komt nu met maatregelen die komende jaren moeten zorgen voor minder stofuitstoot. Bij fabrieken die bijvoorbeeld de grondstoffen voor staal bewerken, komen afzuiginstallaties, of worden gaten waardoor stof kan ontsnappen gedicht.

Pronkstuk is de nieuw te bouwen ‘de-NOX-installatie’. Die zorgt primair voor minder stikstofuitstoot bij de sterk vervuilende pelletfabriek: deze stoot ongeveer 1 procent van de Nederlandse stikstofoxiden uit, dus „een reductie valt landelijk te merken”, zegt directeur Hans van den Berg. De exacte reductie is nog niet bekend, maar bedraagt vermoedelijk meer dan de helft.

En de installatie doet meer: ook de uitstoot van zware metalen en fijn stof neemt af. De hele opstelling is „zo groot als een flatgebouw” en kost ruim 150 miljoen euro.

Apparaat dat stikstof, zware metalen en fijnstof reduceert is zo groot als flatgebouw

Waarom komt het bedrijf nu met alle maatregelen, aangezien de problemen de afgelopen jaren al bekend waren? Volgens Van den Berg moesten eerst de nodige studies gedaan worden, en metingen van waar welke stof precies vrijkwam. „We hebben bijvoorbeeld met elektronische neuzen” – een type meetapparatuur – „aan drones rondgevlogen.”

Voor de de-NOx-installatie voerde Tata bovendien samen met de omgevingsdienst een kosteneffectiviteitsstudie uit. Als het bedrijf tegen redelijk kosten de uitstoot van stikstof zou kunnen terugdringen, dan moet dat ook volgens de wet. Dat bleek het geval. Van den Berg verwacht dat omwonenden „vanaf 2024, 2025” de eerste concrete resultaten zullen merken. Dat duurt even, maar zo’n de-NOX-installatie – die dus ook andere stoffen dan stikstof tegenhoudt – heb je niet zomaar gebouwd.

Een investeringsbedrag van 300 miljoen euro is voor de fabriek aanzienlijk. Hoewel de omzet vóór de coronacrisis ongeveer 5 miljard euro bedroeg, schommelt de winst doorgaans rond de 300, 400 miljoen euro – de marges liggen bij staalmaken niet erg hoog. In de coronacrisis gaat het om nog kleinere bedragen. Tata investeert sowieso al ongeveer 200 miljoen euro per jaar in onderhoud aan de gigantische installaties.

De investeringen worden aangekondigd een paar weken nadat het Indiase moederbedrijf Tata Steel bekend had gemaakt te onderhandelen met het Zweedse SSAB over een verkoop van ‘IJmuiden’. Speelt bij de timing misschien mee dat de aandeelhouder met een verkoop in het vooruitzicht pas akkoord is gegaan met de forse investeringen? Volgens Van den Berg moeten we daar niet te veel in lezen. „De verkoop is echt een heel ander proces, dat zijn verschillende paden.”

Lees ook: Tata in IJmuiden heeft ander groen geloof dan Zweedse koper

Bewustwording bij personeel

Opvallend is dat Tata ook aankondigt meer te gaan doen aan bewustwording op het gebied van overlast bij het personeel. Zo wordt het personeel in een interne campagne aangespoord om overlastbronnen „direct te melden en bij incidenten onmiddellijk te stoppen”, aldus het persbericht. Directeur Van den Berg erkent dat dat soms beter kan. Met de „ogen van de buitenwereld” naar de fabriek kijken is niet voor elke werknemer vanzelfsprekend. Kan de fabrieksdeur dicht tegen geluidsoverlast? Moet die stinkende treinwagon wel daar aan de rand van het terrein staan? Moet er bij windkracht 9 buiten doorgewerkt worden met processen die veel stof veroorzaken?

Hans Dellevoet, woordvoerder van de Dorpsraad Wijk aan Zee, zei dinsdag “blij” te zijn met de maatregelen. „300 miljoen is niet niks.” Maar tegelijkertijd waarschuwde hij dat het allemaal nog wel uitgevoerd moet worden. „Mooie praatjes, daar hebben we er al genoeg van gehad. We willen resultaat zien.” Al in 2008 zou volgens hem gezegd zijn dat een van de cokesfabrieken, waar grondstoffen voor staalmaken worden bewerkt, binnen een paar jaar een stuk schoner zou zijn.

Dat sentiment zegt directeur Van den Berg ook wel te snappen. „We hopen dat de omgeving het positief oppakt. Maar ik snap ook wel dat er mensen zijn die zeggen: eerst maar eens kijken of wat die meneer Van den Berg beweert ook echt gaat gebeuren.”