Reportage

De rondvaartbootschipper wil naar de concurrent

Economie & Recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal: arbeidsrecht.

Foto Ramon van Flymen/ANP

Door de lockdown dit voorjaar staat de rederij Lovers in de overlevingsmodus. In een e-mail aan het personeel waarschuwt het bedrijf half april voor ‘impopulaire beslissingen’. Begin mei wordt die boodschap herhaald met het advies „om je heen te kijken naar werk in branches die niet (zo hard) zijn getroffen door het Covid-19-virus”.

Een van de schippers, tevens OR-lid, zegt half september zijn contract op. Hij heeft werk gevonden bij een andere rederij. Lovers accepteert de opzegging, maar meldt de schipper een week later hem te houden aan het concurrentiebeding: hij mag niet naar de concurrent. In afwachting van de rechtszaak tussen hem en Lovers, wil de schipper dat de kortgedingenrechter het concurrentiebeding opschort – hij heeft inmiddels geen inkomen én hij is nog niet begonnen bij zijn nieuwe werkgever.

Bij de rechter betoogt Lovers dat de schipper strategische en financiële kennis van het bedrijf heeft. Het concurrentiebeding beschermt de werkgever voor een overstap naar een concurrent. Lovers vreest doorgifte van bedrijfsgeheimen, zeker omdat de man eerder een geheimhoudingsverplichting schond.

De rechter ziet geen onaanvaardbare aantasting van het bedrijfsbelang: de schipper had geen commerciële functie of bijzondere kennis van bedrijfsgeheimen. Dat hij ervaren is en dat zijn vertrek daarom niet wenselijk is, kan het concurrentiebeding niet ondervangen. Bovendien, de rederij zelf spoorde zijn personeel aan ander werk te zoeken. Lovers’ verweer dat schippers hun baan zouden houden, veegt de rechter van tafel. Het bedrijf maakte dat onderscheid niet.

Omdat de schipper al enige tijd inkomen mist en voor een verdere juridische strijd staat, schort de rechter het concurrentiebeding op. Hij kan aan de slag bij de andere rederij.