Rondscharrelen voor een lekker stukje

Vanuit de Verenigde Staten schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: In Amerika gebeurt ook een heleboel níét.
Illustratie Eliane Gerrits

Vier uur rijden voor vijfhonderd woorden, echt? Dat is regelmatig de klacht van onze kinderen op de achterbank, als we weer eens met het hele gezin op weg gaan naar een twijfelachtige bezienswaardigheid. Alleen omdat mama zo nodig een geschikt onderwerp voor haar stukje in de krant moet hebben. Een familie-uitje afgedwongen door de dreigende valbijl van de deadline.

Want net als een krokodil in de dierentuin moet een columnist minstens één keer per week gevoerd worden. Liefst met een sappig verhaal waar wat aan te knagen valt, zonder dat er een graat in de keel van de lezer blijft steken. „Columnvoer” noemen we dat in ons gezin. En net als ieder ander dier moet de schrijver lang rondscharrelen voordat zich zo’n lekker stukje voordoet. Een hongerige schrijver is een waarlijke alleseter, een aasgier die zonder bezwaar op de vuilnisbelt van het nieuws snuffelt. Mijn motto is de bekende uitspraak van de schrijfster Nora Ephron: „Everything is copy” – alles en iedereen is kopij voor een mogelijk stukje. Onze kinderen zijn dan ook altijd extra alert als ik bij hun vrienden weer eens doorvraag, hoe het nu precies met ze gaat. Pas op, voor je het weet staan je verhalen, al dan niet aangedikt, in de krant.

Men zegt dat het nieuws op straat ligt, maar in mijn ervaring moet je er toch flink wat stoeptegels voor lichten. Zeker hier in Amerika, waar ook een heleboel niet gebeurt. Helemaal als je voorbij de krantenkoppen en het geschreeuw op kabeltelevisie gaat en „hem met het oranje haar” eens ongenoemd wilt laten. Dan loop je keihard tegen een torenhoge muur van saaiheid aan. Amerika blijft grotendeels een braaf en aangeharkt land dat nog steeds met één been in de jaren vijftig staat. Zeker in de keurige ‘burbs’ waar wij wonen, met hun eindeloze cocktailparty’s, handgeschreven bedankbriefjes, trouw kerkbezoek en praktische kledij. Of zoals iemand het onlangs beschreef: „Hier vind je geen vuilnis.” Slecht nieuws voor een beroepssjacheraar zoals ik.

Nu is deze streek ook niet echt een toeristische topbestemming. Princeton mag dan een lommerrijk, pittoresk stadje zijn, New Jersey wordt door de rest van Amerika graag beschreven als ‘de oksel van de natie’. Met enige fantasie kun je dat lichaamsdeel terugzien in de vorm van het land, met New England als een uitgestrekte arm. Maar meestal doelt men eerder op de dikke walmen afkomstig uit de vele olieraffinaderijen en chemische installaties, de wirwar aan tienbaanssnelwegen en de stinkende reputaties van dubieuze politici en maffiosi. Denk aan oud-gouverneur Chris Christie of The Sopranos.

Ik weet het, niet alles wat ik u serveer is een vijfsterrenbestemming. Maar wees gerust, regelmatig is het resultaat van ons gedwongen dagje-uit zó teleurstellend dat ik met het knagend gevoel van een lege pagina onverrichter zake de vier uur naar huis terugrijd.

Dan leest u maar niet over Lucy de Olifant, een huis van drie verdiepingen in de vorm van een olifant met daarin een museum over… Lucy de Olifant. Zelfs het ergste vuilnisbakkenras onder de schrijvers heeft zo haar principes.

Reacties naar pdejong@ias.edu