Opinie

Journalistiek moet zelf vertrouwen herstellen

Persvrijheid Als de pers niet meer wordt gezien als geloofwaardig, houdt de rechtsstaat op te functioneren, schrijven en in de week van de Unesco World Press Freedom-conferentie.
Demonstratie tegen de NOS, nepnieuws en lockdown-maartegelen in Hilversum, juli 2020.
Demonstratie tegen de NOS, nepnieuws en lockdown-maartegelen in Hilversum, juli 2020. Foto Joris van Gennip

Iedere journalist die pen, camera of microfoon gebruikt om een gevoelig thema te belichten, heeft het weleens meegemaakt: agressieve mails, scheldtweets of zelfs bedreigingen. Mede dankzij vier jaar Trump is ‘fake news media’ een ingeburgerde beschimping geworden voor een beroepsgroep die feitelijkheid, hoor- en wederhoor en tegenspraak van de macht als uitgangspunten heeft. Dat de NOS verslaggevers tegenwoordig laat vergezellen door beveiligers en besloot het logo van haar busjes te halen, bewijst dat een cultuur van vijandigheid richting de media ook in Nederland onacceptabele vormen heeft aangenomen.

Als het gaat over bedreiging van persvrijheid, zijn we geneigd te denken aan autoritaire of corrupte regimes waar journalisten worden gedwarsboomd, gevangengezet of zelfs vermoord vanwege het verrichten van hun kerntaak: het blootleggen van de waarheid. De jaarlijkse World Press Freedom-conferentie van Unesco, die dit jaar op 9 en 10 december plaatsvindt in Den Haag, staat dan ook altijd in het teken van dit soort misstanden.

Nog steeds is persbreidel een kenmerk van dictaturen, maar inmiddels staat de persvrijheid ook onder druk in democratieën. Verkozen leiders overal ter wereld maken journalisten zonder blikken of blozen uit voor ‘volksvijanden’ of betichten ze van ‘ondermijning’. Een deel van het publiek volgt hun voorbeeld, gesterkt door het idee dat als volksvertegenwoordigers journalisten verbaal mogen aanvallen, zij ook in hun recht staan. Zo worden democratische rechtsstaten uitgehold. Een land dat niet pal staat voor de vrijheid en veiligheid van zijn journalisten, zet een stap op het pad richting autoritaire samenleving.

Kloof tussen journalistiek en publiek

De agressie jegens de pers past in een cultuur van wantrouwen die zich uitstrekt tot ons gehele democratische vlechtwerk. Politicoloog Sarah de Lange zei onlangs in NRC dat circa een kwart van de kiezers in Nederland niet meer kiest voor de gevestigde orde, omdat het wantrouwen tegen instituties daarvoor te diep zit. Toch zal de journalistiek, om persvrijheid veilig te stellen, haar best moeten doen het vertrouwen te herwinnen, hoe moeilijk dat ook is.

Lees ook het manifest van driehonderd Amerikaanse kranten: Journalisten zijn niet de vijand van het volk

Als een beroepsgroep onder druk staat, voelt het logisch je in te graven en terug te vechten. Op machthebbers die de pers aanvallen, is dit het juiste antwoord. Politici die wantrouwen tegen media aanwakkeren moeten luid worden weersproken, te meer als ze zelf een loopje nemen met de feitelijkheid. Daar wordt de pers sterker van, zoals stijgende lees-, luister- en kijkcijfers van serieuze media recent laten zien.

Maar om de kloof met het brede publiek te dichten, moet de journalistiek ook bij zichzelf te rade gaan. Als de pers niet meer wordt gezien als geloofwaardig, en wij geen feitenkader meer delen, houdt de democratische rechtsstaat in feite op te functioneren. Het betekent allereerst dat we moeten zorgen voor een mediaklimaat waarin ieder zich thuis kan voelen. De mate waarin een nieuwsorganisatie ‘van iedereen’ moet zijn, verschilt uiteraard, maar het is een gezamenlijke opdracht ervoor te zorgen dat een volledig spectrum van onderwerpen, ervaringen en overtuigingen aan bod komt. Anders raakt iedereen opgesloten in de eigen echokamer. Journalisten moeten een open oog hebben voor werelden waartoe ze zelf niet behoren. Dat is iets anders dan het klakkeloos doorgeven van extreme opvattingen of complottheorieën.

Verantwoording afleggen

Ook moeten redacties en journalisten transparant zijn over hun werkwijze. In het digitale tijdperk is de rolverdeling tussen media en publiek vervaagd. Informatiekanalen staan iedereen ter beschikking. Dat betekent een extra opdracht aan professionele pers om toe te lichten hoe ze onderwerpen afwegen, op welke bronnen ze zich baseren of hoe een artikel of uitzending tot stand is gekomen. Journalisten moeten bereid zijn verantwoording af te leggen. Vertrouwen in de journalistiek kun je niet eisen, enkel verdienen.

Lees ook dit opiniestuk van Hans Laroes: Geef niet toe aan intimidatie, hijs de vlag van NOS in top

Daarom moet de journalistiek zorgen dat het vak consequent en met zorg en voorbereiding wordt uitgeoefend. We zijn het normaal gaan vinden dat journalisten de eigen ik of de persoonlijke ervaring tot richtsnoer maken voor verslaggeving. Sommigen wisselen achteloos tussen een rol als feitenvorser en talkshowgast met uitgesproken mening over willekeurige onderwerpen. Dan moet je niet vreemd opkijken dat mensen denken dat iedereen wel journalist kan zijn, en dat het vak dus weinig voorstelt. Dit is geen elitaire opvatting, maar een professionele. De huidige vertrouwenscrisis vergt journalistiek die meer en beter luistert. In naam van de veiligheid en vrijheid van de pers moet de sector blijven beseffen dat de journalistiek dienstbaar is aan het publiek en daarmee aan het goed functioneren van onze democratische rechtsstaat.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.