Gps-zender legt nachtleven van stadsegel bloot

Ecologie Over het nachtelijk gedrag van egels is weinig bekend. Twaalf stadsegels kregen daarom een gps-zender. De dieren legden kilometers af.

Onderzoekers van de Egelwerkgroep met een egel die een zender heeft.
Onderzoekers van de Egelwerkgroep met een egel die een zender heeft. Foto’s Egelwerkgroep

Een egel legt soms in één nacht wel 5 kilometer af. Egels steken regelmatig barrières over, zoals spoor- en autowegen. En ze delen hun leefgebied met elkaar, zonder individuele territoria. Dat verraadden twaalf stadse egels die elk een gps-zender op hun rug droegen. Het is het eerste Nederlandse onderzoek van zijn soort, uitgevoerd door de Egelwerkgroep Nederland en adviesbureau Silvavir.

Egels voelen vertrouwd, als gezellige vaste tuinbezoekers, maar van hun ecologie en gedrag is nog maar weinig bekend. Dat vertelt Merel Klaarmond, coördinator van de Egelwerkgroep, die zelf meedeed aan het onderzoek. „Er zijn nog veel mysteries”, zegt de ecoloog. „Bijvoorbeeld het ‘speekselen’. Dat is gedrag waarbij egels hun stekels insmeren met speeksel.” Wellicht heeft het speekselen te maken met de werking van het orgaan van Jacobson: een extra zintuig dat egels tussen gehemelte en hun neusholte hebben liggen. „En wist je dat jongen in één nestje verschillende vaders kunnen hebben?”, vraagt Klaarmond. „Hoe het vrouwtje dat precies doet, of ze bijvoorbeeld sperma opslaat, is niet bekend. En ook de winterslaap begrijpen we niet echt.”

Egelverspreiding

Het onderzoek met de gps-zenders moest meer licht werpen op de verspreiding van egels: hoe groot is hun leefgebied en hoe maken ze daar precies gebruik van? Lopen ze bijvoorbeeld vaste routes? Welke elementen in het landschap zijn belangrijk, en wat zijn juist obstakels? „Zulke kennis is belangrijk om egels beter te kunnen beschermen”, zegt Klaarmond.

Egels gaan in Nederland achteruit. Jaarlijks vinden er zo’n 135.000 de dood op de Nederlandse autowegen. Dat concludeerde de Zoogdiervereniging uit onderzoek in 2009 – recenter onderzoek is er niet. Niet alleen het verkeer draagt bij aan de achteruitgang; ook verlies en versnippering van natuur speelt waarschijnlijk een rol, plus de ‘verstening’ van Nederlandse parken en tuinen en de toenemende droogte, waardoor egels minder slakken en wormen vinden. Al met al is het aantal egels in Nederland in de afgelopen 10 jaar naar schatting met de helft afgenomen, zo becijferde de Egelwerkgroep in 2019.

„Ons onderzoek richtte zich specifiek op egels in stedelijk gebied”, vervolgt Klaarmond, „omdat steeds meer egels hun heil in de stad zoeken. Waarschijnlijk heeft dat te maken met toenemende druk door roofdieren, zoals vossen en dassen, in krimpende natuurgebieden.”

Steenwijk en Zoetermeer

De onderzoekers voorzagen zes egels in Steenwijk en zes egels in Zoetermeer van een gps-zender. De ‘Steenwijkers’ woonden al in de stad; nadat ze gevangen waren en een kleine, lichte zender op hun rug geplakt hadden gekregen, mochten ze weer verder scharrelen in hun eigen leefgebied. De Zoetermeerse egels kwamen uit een egelopvang, waar ze eerder gewond of verzwakt waren binnengebracht. Na hun herstel kregen ze – met zender – de vrijheid in groene wijken.

Omzwervingen van egel 45460, uitgezet in Zoetermeer

Marien Jonkers

„Die gps-zenders slaan voortdurend hun locatie op”, vertelt Klaarmond. „Maar dit kleine type zendt de data niet vanzelf naar ons toe. We moeten de egels opzoeken met een antenne, en als we er dan vlakbij zijn, kunnen we de gegevens uitlezen. Dan kunnen we meteen controleren of het goed gaat met de egel. Of hij echt geen last heeft van de zender, bijvoorbeeld.”

De opvallendste uitkomsten van het onderzoek waren de afgelegde afstanden. Gemiddeld legden de Steenwijkse egels zo’n anderhalve kilometer per dag af, met uitschieters naar vijf. De Zoetermeerse egels liepen slechts zo’n 350 meter per dag. „Misschien omdat zij wat voorzichtiger waren: ze moesten immers een nieuwe omgeving verkennen”, zegt Klaarmond.

Spoorbaan oversteken

In Steenwijk staken de egels regelmatig de spoorbaan over, en in Zoetermeer de ringweg. Dat ging steeds goed – alle gezenderde egels overleefden de onderzoeksperiode van twee maanden. „Maar het is natuurlijk een groot risico”, zegt Klaarmond. „Op die plekken kunnen de gemeenten wellicht maatregelen nemen. Bijvoorbeeld een wildpassage aanleggen. In vervolgonderzoek willen we daar verder naar kijken.”

Een belangrijke factor in het leefgebied van egels is struweel: een lage, rommelige, dichte begroeiing. Die gebruiken egels niet alleen om te rusten, maar ook om voedsel te zoeken en zich te verplaatsen. Daarbij leggen sommige egels vaste routes af; andere zijn ondernemender. Maar allemaal vermijden ze open ruimten en volgen ze stroken van heggen en bosjes. Daar kunnen gemeenten rekening mee houden met hun ruimtelijke inrichting. „En ook particulieren kunnen veel doen”, benadrukt de onderzoeker. „Maak bijvoorbeeld een kleine doorgang in je schuttingen, en vraag je buren dat ook te doen. Dan kunnen egels gemakkelijk van de ene tuin naar de andere. En zorg dat je veel struikjes in je tuin hebt. Een tegeltuin, daar heeft een egel niks aan.”

En een schoteltje melk neerzetten? „Nee, zeker niet. Dat is niet gezond voor egels. Kattenvoer mag wel, als je wilt bijvoeren. Maar gewoon een bakje water vinden egels ook al fijn.”