Door de moord op Lennon werd Darby Crash een voetnoot

Punk Germs-zanger Darby Crash wilde onsterfelijk worden door zelfmoord te plegen. Eén dag later werd John Lennon vermoord.

Darby Crash van de Germs.
Darby Crash van de Germs. Foto Getty Images

Hij wist het zeker. Hij ging een legende worden. Als dat niet levend lukte, dan maar daarna. En dus kocht Darby Crash, de 22-jarige zanger van de Californische punkband de Germs, voor vierhonderd dollar heroïne. Dat moest genoeg zijn voor een overdosis. De kranten zouden vol van hem staan en eindelijk zou zijn muziek schitteren op radio en tv. Sid Vicious, de beroemde Sex Pistol die een jaar eerder hetzelfde had gedaan, zou zich omdraaien in zijn graf.

Hoe tragisch en wanhopig het plan ook was, heel even leek het te lukken. Nadat Crash op 7 december 1980, veertig jaar geleden, een einde aan zijn leven had gemaakt, haalde hij een paar krantenkolommen. Maar één dag later liep Mark David Chapman op zijn idool John Lennon af, haalde de trekker over en dompelde de wereld onder in een diepe, collectieve rouw.

Lees ook het verhaal over de laatste dag van John Lennon

Door het verdriet om de dode Beatle werd Darby Crash (geboren als Jan Paul Beahm) een vergeten voetnoot uit de popgeschiedenis. Onder punkfanaten heeft zijn band echter een legendarische status.

Van hun muzikale vaardigheden moesten de Germs het niet hebben, maar dat gold destijds juist als aanbeveling. Vandaar dat Crash met gitarist en schoolmaat Pat Smear (die later in Nirvana en Foo Fighters zou belanden) op zoek naar bandleden posters ophing met de oproep: „Gezocht: twee ongetalenteerde meisjes.” Om te besparen op de kosten van strijkletters voor hun zelfgemaakte T-shirts vielen eerdere namen Sophistifuck en Revlon Spam Queens af. Germs was korter en dus goedkoper.

Poëet tussen de schreeuwlelijkerds

Op hun enige plaat, GI (1979), onderscheidt Crash zich als poëet tussen de schreeuwlelijkerds. In ‘Lexion Devil’ en ‘We Must Bleed’ vecht hij zich lispelend en struikelend langs de lettergrepen. Live deed hij die moeite vaak niet eens, dan volstond gevaarlijk grommen.

Ondanks zijn babyface ontpopte hij zich tot charismatische maar ook angstaanjagende zanger die flessen op zijn hoofd kapotsloeg en zich met de scherven in zijn borst sneed. Op de vraag of hij tijdens optredens iemand anders was, antwoordde hij: „Yeah, I’m drunk.”

Net als sekteleider Charles Manson had Crash zijn eigen harem: ‘Circle One’. De vrouwen van dat ‘anarchistisch leger’ droegen zwarte armbanden met een blauwe cirkel (die ook hoes van GI sierde) en waren aan de binnenkant van hun pols gebrandmerkt door sigaretten: de zogeheten ‘Germ burns’.

De tragiek was alleen dat Crash als homo niet uit de kast durfde te komen in de macho punkscene van Los Angeles waar geweld werd verheerlijkt en shows voortdurend werden stilgelegd door knuppelende agenten. Wat hij in ‘Richie Dagger’s Crime’ blafte, het epos over zijn alter ego, bleek te kloppen. Darby Crash bleef voor altijd ‘the boy that nobody owns’.