Opinie

Europa mag niet buigen voor chantage van Polen en Hongarije

rechtsstaat

Commentaar

Polen en Hongarije hebben, gesecondeerd door Slovenië, de Europese Unie opgezadeld met een behoorlijk probleem. Ze weigeren akkoord te gaan met de meerjarenbegroting en het coronaherstelfonds waarover regeringsleiders afgelopen zomer dagenlang onderhandeld hebben. De Europese Unie zou de uitbetaling van geld kunnen tegenhouden als blijkt dat landen zich niet houden aan afspraken over de rechtsstaat. Warschau en Boedapest vinden dat niet acceptabel. Zo is een hooglopend conflict ontstaan met de kernwaarden van de Europese Unie als inzet.

De Pools-Hongaarse blokkade treft een immens project. De begroting heeft een looptijd van zeven jaar en omvat 1.100 miljard euro. Het herstelfonds waarmee de economische schade van de pandemie moet worden opgevangen, omvat 750 miljard. Het fonds is met name bedoeld voor landen die het zwaarst zijn getroffen. Indirect belemmert de blokkade ook het bereiken van consensus over de klimaatdoelstellingen. De Europese Unie wil de CO2-uitstoot tot 2030 met 55 procent verlagen. Een aantal Oost-Europese lidstaten, waaronder Polen en Hongarije, willen subsidies om de transitie te versoepelen. Zo’n tegemoetkoming is op dit moment niet bespreekbaar en daarmee is vaststelling van de nieuwe klimaatdoelstelling niet mogelijk.

De hoop dat de kwestie komende week op een EU-top van regeringsleiders in Brussel opgelost kan worden, is nog niet vervlogen. Een groot aantal landen en het Europees Parlement hebben zich tegen Polen en Hongarije gekeerd. De Europese Commissie heeft de druk opgevoerd door voorbereidingen te treffen voor lancering van het coronaherstelfonds zonder Polen en Hongarije.

De Europese Commissie krijgt met de nieuwe rechtstaattoets de bevoegdheid om te controleren of EU-uitgaven omgeven zijn door rechtsstatelijke waarborgen, waaronder onafhankelijke rechters. Het is dus geen mechanisme dat alle facetten van democratie en rechtsstaat beslaat. Polen heeft geopperd dat men mogelijk zou kunnen leven met een extra toelichting waarin staat dat de Europese Commissie geen bovenmatige druk mag uitoefenen op landen als geen EU-fondsen in het geding zijn. Een inlegvel bij een wet is geen elegante oplossing, maar biedt wel een uitweg.

De patstelling heeft een lange voorgeschiedenis. Polen en Hongarije hebben bij hun toetreding tot de Europese Unie in 2004 weliswaar plechtig beloofd de regels van het democratische spel te zullen volgen, maar ze zijn sindsdien een andere richting ingeslagen. In Polen werd de onafhankelijkheid van rechters ingeperkt. In het Hongarije van Viktor Orbán gaat het om de uitholling van de vrije pers en verdenkingen van corruptie met Europees geld: Orbán zou zijn familie bevoordelen.

De Europese Unie heeft grote moeite om landen die niet-democratische trekken vertonen weer in het gareel te krijgen. Brussel heeft geprobeerd Polen en Hongarije op het rechte pad te krijgen door een zogeheten Artikel-7-procedure te openen, die bedoeld is om landen te disciplineren. Die procedure heeft een handicap: één land kan de procedure tegen een ander land blokkeren. Hongarije en Polen kunnen elkaar dus de hand boven het hoofd houden. De kwestie sleept al jaren.

Terwijl de Commissie niet doorzette of niet kon doorzetten, lieten ook de grote politieke families in Europa het afweten. Zo wordt al jaren gesproken over de vraag of Orbáns partij Fidesz te handhaven is in de Europese Volkspartij, het Europees verband van christendemocraten. Fidesz werd geschorst, niet geroyeerd.

Het conflict over de rechtsstaattoets onderstreept nog eens dat de Europese Unie al jaren worstelt met een aantal landen die met de Europese waarden een loopje nemen. Nu trekken Polen en Hongarije alle aandacht. Eerder kwamen Malta en Bulgarije onder vuur. Democratie moet ook in de Europese Unie steeds weer opnieuw worden verdedigd.

Kanselier Merkel speelt in de huidige onderhandelingen een centrale rol. Duitsland is tijdelijk voorzitter en Merkel wil haar laatste grote optreden als kanselier in Brussel, niet laten eindigen in een begrotingscrisis. Volgens haar kan de impasse opgelost worden als beide kampen concessies doen – de gangbare manier om politieke geschillen te beslechten. Maar in dit geval staan de normen en waarden van een democratisch verbond op het spel, een verbond dat zich mondiaal graag op die normen laat voorstaan. Concessies zijn hier niet aan de orde. En omdat niet één, maar een aantal EU-landen vatbaar is voor autocratische trekjes, is het eens te meer van belang een streep te trekken. Met rechtsstatelijkheid marchandeer je niet.

Lees ook deze analyse: Uitslaande brand in Brussel na blokkade van de nieuwe meerjarenbegroting