In beeld

Zo leuk is werken met dieren

Met dieren werken, is dat echt zo leuk als het lijkt? Fotograaf David van Dam bezoekt mensen die het elke dag doen.
Mirjam Rutten (57) is paardencoach. Dat klinkt alsof ze juist de dieren vooruithelpt, maar in feite is het andersom. „Ik zet mensen ‘in beweging’ en gebruik mijn paarden daarbij als instrument”, zegt Rutten. Zo maakt ze meditatiefilmpjes waarop ze kijkers „meeneemt in de rust van de paarden”. De dieren eten uit de ruif, Rutten filmt hoe ze hoorbaar kauwen. Tussendoor zegt ze dingen als: „Doe je ogen maar dicht.” En: „Stel dat je ertussen staat.” En dat werkt „therapeutisch”. Normaal gesproken doet Rutten zulke sessies ook offline. De manier waarop haar paarden op iemands aanwezigheid reageren, vertelt ze, zegt bijvoorbeeld veel over hoe diegene in het leven staat. En dat kan „een startpunt” zijn om „allerlei problemen” op te lossen.
Foto: David van Dam
Paul Spreeuwenberg (52) is stierenverzorger in het Limburgse Grashoek. Samen met nog drie anderen verzorgt hij zo’n 140 fokstieren. Dat betekent: ze voederen en pedicure geven, maar ook: hun sperma opvangen. Dat wordt, ingevroren in stikstof, verkocht aan boeren die er hun koeien drachtig mee maken. Sperma van „topstieren”, vertelt Spreeuwenberg, „gaat de hele wereld over.” Welke stier een topstier is, wordt bepaald aan de hand van een index die weer is gebaseerd op de nakomelingen die de stier voortbrengt. „Dan wordt gekeken naar hoeveel melk ze geven, hoe vet ze zijn, hoe de uiers eruitzien, de poten.” En hoewel „een fokkerij geen gokkerij is”, blijft het toch altijd, nou ja, een soort gok of een stier tot die topklasse zal behoren.
Foto: David van Dam
Ron Le Poole (70) werkt sinds vijftien jaar met zijn eigen trekpaarden voor bosaannemers, gemeenten en landgoedeigenaren. Bijvoorbeeld om bomen te verslepen, zoals op de foto gebeurt. Le Poole: „Er is dit jaar veel essentaksterfte, waardoor hele percelen dode essen eruit moeten.” De paarden dragen een speciaal tuig om de bomen weg te slepen die de bosaannemer heeft omgezaagd. De paarden van Le Poole werken in kwetsbare natuurgebieden, waar machines bodem en vegetatie zouden schaden. Zo kunnen machines een heide al snel plat rijden, terwijl de paarden er rustig doorheen lopen. De zogenoemde koudbloedpaarden die Le Poole inzet hebben een kalm karakter – van een kettingzaag schrikken ze niet.
Foto: David van Dam
Lisa Broekhuizen (28) is consultant gewasbescherming. Ze bezoekt telers, ieder twee weken, om ze advies te geven over gewenste en ongewenste organismen in de kas, en eventuele bestrijding ervan. Niet met chemische middelen, maar op een biologische manier. Een voorbeeld: trips en spint, beestjes die schade aanrichten aan planten, kún je bestrijden met chemische middelen. Maar, vertelt Broekhuizen, roofmijt („ieniemienie spinnetjes, de natuurlijke vijand van trips en spint”) helpt ook. Broekhuizen: „En hommels dragen bijvoorbeeld bij aan het bestuiven van de bloemen.” Op die manier houdt Broekhuizen nauwgezet het natuurlijke evenwicht in de kas in de gaten, en stuurt bij waar nodig.
Foto: David van Dam
Nelleke Mesic (57) is mede-eigenaar van Spa Gouda. In één van de kamertjes van dit wellnesscentrum komen niet alleen mensen in badjas en slippers, er zijn ook zo’n honderd garra rufa’s, visjes die aan je voeten knabbelen en je huid zachter maken met een enzym dat zij afscheiden. „Dat kietelt in het begin, maar het is erg relaxed”, vertelt Mesic. „We hebben ze nu al acht jaar en sommigen zijn intussen wat groter. Die knabbelen wat harder, maar we laten ze gewoon zitten.” Ze is gehecht geraakt aan de beestjes. Ze blijven namelijk altijd vrolijk, zegt Mesic: „Als je boven het bad gaat staan en tegen ze praat, dan komen ze met z’n allen meteen naar je toe.”
Foto: David van Dam
Marjolein Waarle (27) is koetsier bij de Koninklijke Stallen bij Paleis Noordeinde. Op Prinsjesdag zit zij op de bok van de koets en de rest van het jaar rijdt zij nieuwe buitenlandse ambassadeurs van hun ambassade naar het Paleis en traint zij de paarden. „In m’n eigen tijd rijd ik wedstrijden met een vierspan, maar voor dit werk moeten de paarden heel braaf zijn. Dat klinkt simpel, maar paarden zijn vluchtdieren.” Haar favoriete paarden zijn twee jonge Friese paarden: Yoyo en Yvan. „Dat zijn echt nog puppy’s, zij vertrouwen echt op jou.” Die dubbele beginletter Y is niet toevallig. Jonge paarden die de proefperiode doorkomen, krijgen van prinses Beatrix een nieuwe naam. „Op alfabetische volgorde, de namen van de lichting van volgend jaar beginnen met een Z.”
Foto: David van Dam
Ramazan Odek (53) is jeugdwerker in Den Haag. „Al járen” doet hij vrijwilligerswerk in de Spoorwijk. Die stichting waarbij hij vrijwilligerswerk doet kreeg een hobbytuin toegewezen en besloot daar een bijenkast neer te zetten. Odek deed vervolgens een opleiding tot bijenhouder – en mag zichzelf sindsdien imker noemen. Hij is „heel trots” op dat diploma, vertelt Odek. Zo leerde hij hoe belangrijk bijen voor ons ecosysteem zijn, en dat ze een „honingmaag” hebben. „Kun je je dat voorstellen?” De jongeren in de wijk vinden de bijen in eerste instantie vaak een beetje eng, zegt Odek. „Maar als ik ze dan vertel dat de bijen de planten in de wijk bestuiven, snappen ze hoe fantastisch mooi en belangrijk deze dieren zijn.”
Foto: David van Dam
Anja van der Wagt (56) en haar man Faas hebben een alpacafokkerij in Bollaarsdijk, even buiten Brielle. Dat begon met acht alpaca’s, 2,7 hectare grasland en een hobby waar „we geld bij moesten leggen”. Intussen is het uitgegroeid tot een kleinschalige fokkerij die ook wandelingen organiseert. Wandelen met alpaca’s is sinds de coronacrisis – „alles is buiten” – alleen maar populairder geworden. Anja van der Wagt loopt met een alpaca voorop. De andere deelnemers volgen – dat is althans de bedoeling. Want alpaca’s zijn „krankzinnig eigenwijs”, zegt Van der Wagt. „Soms gaat er één ergens liggen, of uitgebreid staan eten.” Het zorgt altijd voor hilariteit. Wat men het leukst vindt? „Ze zijn superzacht.”
Foto: David van Dam
Daphne Hogeweg (39) is zzp’er en heeft driehonderd schapen, drie honden én een nestje puppy’s – een van haar honden is toevallig net bevallen. Haar schapen („dat zijn mijn collega’s”) verdienen hun geld met eten. Bij de golfclub grazen ze de natuurweide kort, en in duingebieden, waar de kudde van Hogeweg ook regelmatig rondloopt, gaan ze „vergrassing” tegen. Hogeweg: „Door een teveel aan stikstof krijgen allerlei grassen en bijvoorbeeld braamstruiken te veel kans.” De schapen voorkomen dat het duin overwoekerd raakt. Hogeweg heeft drie eigen honden, die de schaapskudde tijdens het verplaatsen bij elkaar houden. Maar meestal lopen de schapen gewoon keurig achter haar aan. „Waar ik ze heen leid, is altijd eten.”
Foto: David van Dam
Saskia Markx (31) is gastgezinbegeleider bij Hulphond Nederland. Die organisatie leidt honden op tot hulphond voor mensen met een fysieke of mentale beperking. In hun eerste jaar zitten de honden bij een gastgezin. Blijken ze daarna geschikt als hulphond, dan gaan ze naar een trainingscentrum. „Daar leren ze bijvoorbeeld voorwerpen aangeven, een deur openmaken, was in de wasmachine doen.” Bij het gastgezin leren ze ‘de basis’, rustig blijven als er veel mensen in de buurt zijn, bijvoorbeeld. Op de foto staat pup Rolfy met ‘gastvader’ Jos Dekker. Markx, zelf baasje van twee honden: „Honden zijn supergave dieren. Ze zijn ontzettend op de mens gericht. Ze begrijpen onze communicatie en vinden het fijn dicht bij ons te leven.”
Foto: David van Dam
Yolande Brands (54), voorheen directiesecretaresse, is nu bijna drie jaar de eigenaar van kattencafé Pebbles in Rotterdam. In dat café lopen zeven katten rond – „binnenkort hopelijk acht” – en kunnen klanten in hun gezelschap wat drinken en spelletjes spelen. „De katten liggen erg graag in de spelletjesdozen.” Cafébezoekers moeten wel wat huisregels in acht nemen: niet aan de katten zitten als ze slapen of eten. Een foto maken mag, maar zonder flits. En je mag ze niet optillen. „Er komen op een drukke dag soms wel zestig mensen langs. Als die de katten allemaal zouden oppakken...” Toch is het ’t contact tussen kat en mens dat Brands het leukst vindt aan haar café. „Mensen komen hier echt tot rust.”
Foto: David van Dam