Hans van Zetten

Foto Bastiaan Heus

Interview

Opgestapte turncommentator Hans van Zetten: ‘Ik heb enorme buikpijn van al die getuigenissen’

Hans van Zetten | Oud-turncommentator Na 34 jaar stopte Hans van Zetten (72) als sportcommentator bij de NOS. Daar ging flink wat commotie aan vooraf. „Als je je bemoeit met een probleem, word je onderdeel van het probleem.”

Gedrapeerd om een lamp aan de muur, tussen het schilderij van de door hem bewonderde clown Oleg Popov en het portret van zijn overleden zus Marianne in turnpose, hangen al zijn accreditaties van de Olympische Spelen. Seoul 1988, Sydney 2000, Rio de Janeiro 2016, Pyeongchang 2018 … Veertien geplastificeerde persoonsbewijzen aan een koord, als tastbare herinneringen aan al die keren dat hij als de ‘stem van het turnen en het kunstrijden’ fungeerde.

Hans van Zetten loopt ernaartoe en strijkt zijn hand door de bundel. Liefdevol, vertederd bijna.

Een betere plek dan de perstribune kon hij zich als liefhebber niet wensen. Hoogtepunt uit zijn oeuvre: het turngoud van Epke, Londen 2012. „Hij staat, en ik sta ook”, klonk het in de Nederlandse huiskamers toen Zonderland zijn rekstokoefening voltooide. De Theo Koomen Award (voor het beste sportcommentaar van het jaar) staat in zijn vitrinekast, naast de eerste beker van zijn vader Huib: turnkampioen van Batavia in 1947.

Van Zettens verzameling was nog niet compleet. Eén accreditatie had hij nog willen toevoegen: Tokio 2021.

Maar die komt er niet.

Wijzend naar zijn tv: „Kan ik mooi een keer de Olympische Spelen in zijn geheel volgen. Want als commentator heb je daar nooit tijd voor.”

Het zijn momenten waarop hij doet alsof er weinig aan de hand is. Net als wanneer hij tijdens het interview vertelt over vrienden en kennissen die hem opbellen en vragen hoe het met hem gaat. „Nou, hartstikke goed, zeg ik dan.”

Zou het?

Een week eerder werd bekend dat Van Zetten na 34 jaar stopt met zijn freelance werkzaamheden bij de NOS. Op eigen initiatief, zegt hij, wat ook in het persbericht stond. Zijn geloofwaardigheid – en daarmee die van de NOS – was aangetast na een recente publicatie over zijn rol bij een turnaffaire in het verleden.

Dat verhaal, in het blad Helden, beschrijft hoe Van Zetten in de bres sprong voor de van wangedrag beschuldigde hoofdtrainer Frank Louter bij Pro Patria in Zoetermeer, de club waarvan hij zelf erelid is. Dat deed Van Zetten in navolging van een geruchtmakend interview in datzelfde blad, eind 2011, waarin ex-topturnsters Verona van de Leur, Suzanne Harmes en Gabriëlla Wammes Louter van geestelijke en fysieke mishandeling betichtten.

De NOS wist dat Van Zetten zich met de kwestie bezighield. Wat NOS níet wist is dat hij een vertrouwelijke brief aan het bondsbestuur had gestuurd, waarin hij spreekt over het „zwarte gat” van de betreffende turnsters. „Voortijdige schoolverlating en geen effectieve maatschappelijke startkwalificatie. Vanaf tienerleeftijd alleenstaand moederschap. Geen volwaardig eigen inkomen. Rechtszaak tegen eigen ouders. Gevangenschap. Als erotisch model achter de webcam. Geen omstandigheden om trots op te zijn.”

Onacceptabel, vonden ze bij de omroep. Of zoals Maarten Nooter, hoofdredacteur van NOS Studio Sport, het verwoordt: „Hij heeft zich uitgelaten op een conflicterende manier die niet bij ons past.”

Van Zetten slaat zijn ogen neer. Een van zijn twee zonen had het laatst al tegen hem gezegd: „Als je je bemoeit met een probleem, word je onderdeel van het probleem. Die opmerking kwam binnen. Hij heeft gelijk gekregen.”

Even later: „Als je een paar zinnen uit die brief haalt, buiten de context van het verhaal, dan vind ik ze ook kort door de bocht. En ja, dan zijn het ongepaste opmerkingen. Daarvoor heb ik inmiddels mijn excuses aangeboden.”

In het Helden-artikel stond ook dat u met uw Oost-Europese trainingsopvattingen richting gaf aan de jongere coaches …

„Dus met andere woorden: ik was de wortel van het kwaad. Die constatering sneed door mijn ziel. Ik was beduusd. Wat overkomt mij nu? Ik heb een week afstand van het verhaal genomen. Toen ben ik het voor mijzelf gaan analyseren. Wat staat er nou precies? Waar komt het vandaan? Wat is een feit, wat een bewering?”

En nu zitten we hier, aan zijn eettafel. Keurig geordende stapels papier voor zijn neus: documenten, rapporten, briefwisselingen en zijn dit jaar verschenen boek (Hij staat!). Van Zetten wil tekst en uitleg geven. „Ik heb enorme buikpijn van al die getuigenissen.”

Wat raakte u het meest?

„Dat turnsters tot een gebruiksvoorwerp werden gereduceerd. Alsof ze een stuk klei zijn dat je kunt kneden tot de vorm die je wilt. Vreselijk. Ik begrijp niet dat je zo met kinderen om kunt gaan.”

Waarom raakte dat u nu pas zo? Eind 2011 hadden ex-turnsters hun hart al gelucht.

„Toen ik die interviews las was ik verbaasd, verbijsterd zelfs. Ik kon het niet plaatsen en vroeg mij af waarom ze er pas tien jaar na dato mee naar buiten kwamen. Waar waren hun ouders? Dat ze niet ingrepen, begreep ik niet. Nu pas zie ik waarom de ouders er niet waren toen hun kinderen bescherming nodig hadden.”

Waarom waren ze er niet?

„Zij zijn weggemanoeuvreerd door de trainers. Die hielden de deur op slot, isoleerden de meisjes en creëerden een zwijgcultuur. Ouders hadden geen compleet beeld. Zo kwam de trainer ermee weg.”

Toen zijn ex-turnsters het zwijgen doorbraken, vond u het niettemin nodig op te komen voor de van wangedrag beschuldigde Frank Louter.

„Mij ging het vooral om de procedure. De bondsvoorzitter gedroeg zich als een Don Quichot.”

Lees ook: Hoe de turntrainer na jaren van wangedrag werd beloond

Van Zetten vond het niet kunnen dat Jos Geukers onaangekondigd naar Pro Patria ging, om turnsters te ondervragen. Ook niet dat hij Louter zijn trainerslicentie wilde ontnemen. Een turnbestuurder hoort niet voor rechter te spelen, meende Van Zetten. Daar zijn onafhankelijke commissies voor.

Dus mengde Van Zetten zich in het conflict rond de oud-bondscoach. Zijn „rechtvaardigheidsgevoel” dwong hem ertoe.

Was dat verstandig?

„Ik was nieuwsgierig, wilde weten hoe het zat. Dat zit in mijn aard. Bovendien voorvoelde ik dat het averechts zou werken, en zo pakte het ook uit. Louter begon een rechtszaak tegen de turnbond. De rechter gaf hem gelijk. Bij die uitspraak was, behalve Louter, niemand gebaat: de turnsport niet, de slachtoffers niet. En de KNGU stond in z’n hemd.”

Doordat u zich ermee bemoeide, krijgt u het verwijt aan de verkeerde kant te staan.

„Zo is het in Helden geframed, ja. Ik beschouw dat als smaad.”

Geframed? Is het geen optelsom geweest: de aanval op Geukers, uw denigrerende opmerkingen over Van de Leur, Harmes en Wammes.

„De uitspraken zijn in een bredere context gedaan. Als je ze geïsoleerd leest, krijgen ze een lading, zeker na alle ellende die deze zomer naar buiten is gekomen.”

Van Zetten pakt zijn boek erbij en bladert er doorheen. „Ik ben juist heel positief over Verona, vind ik. In 38 van de 42 pagina’s over haar is het juist hoera, hosanna.”

Bij de NOS leidde het Helden-stuk tot gefronste wenkbrauwen.

„Dat begrijp ik. Mijn integriteit stond op het spel. Het ging knellen, voor het eerst in 34 jaar. Ik dacht ook meteen: ik houd ermee op. Dat hoefde mij niet verteld te worden.”

Het was bij de NOS bekend dat Van Zetten meerdere petten op had. Turncommentator was hij slechts twintig tot dertig dagen per jaar. Terwijl hij een voltijdbaan als legerofficier had, is hij altijd een „slaaf van de sport” gebleven. Turner, trainer, bondscoach, bestuurslid en altijd betrokken gebleven bij bondsactiviteiten; hij gaf bijvoorbeeld masterclasses aan verenigingen door het land. Daarnaast was hij columnist voor het gymmagazine.

Belangenverstrengeling? Van Zetten vond van niet. De NOS evenmin. Totdat Helden over hem schreef.

Vermoedde u nooit dat uw bemoeienis als een boemerang kon terugkomen? Een turncommentator moet toch onafhankelijk zijn.

„Eén NOS-collega heeft me er in die periode op gewezen.” Die zei dat het wel eens kon gaan schuren, zijn grote betrokkenheid bij de affaire-Louter. „Maar ik vond het kunnen, vooral uit loyaliteit naar mijn gymclub Pro Patria. Ik turnde er, mijn zusje ook en mijn ouders waren er de trainers. Daar lagen mijn wortels.”

Had hij dan nooit zijn bedenkingen bij het gedrag van sommige trainers? Toch wel. In zijn boek beschrijft hij een voorval tussen Louter en Verona van de Leur, waarvan hij getuige is. Louter probeert zijn wil op te leggen aan zijn toen 17-jarige pupil, die daar niet van gediend is. Even overweegt Van Zetten Louter erop aan te spreken, maar daar ziet hij vanaf.

U zweeg?

„Ik had hem hoog zitten, op basis van zijn resultaten als coach. Het is niet aan mij om hem te bekritiseren, dacht ik. Nu zeg ik: dat had ik wél moeten doen. Ik had hem een spiegel moeten voorhouden. Dat verwijt ik mezelf.”

Foto Bastiaan Heus

Louter was niet de enige terechtgewezen trainer. Ook Vincent Wevers, in 2016 nog uitgeroepen tot sportcoach van het jaar na het olympisch goud van zijn dochter Sanne, maakte zich jarenlang schuldig aan wangedrag, zo bleek recent uit een reconstructie van NRC en Noordhollands Dagblad. In het najaar van 2013 leidde dat tot zijn ontslag bij zijn club TON in Almelo.

In een tweet verweet u het clubbestuur ‘professioneel armoedig’ te hebben gehandeld.

„Ik wist niet wat er speelde.”

U oordeelde wel.

„Ja, ja. Ik oordeelde.”

Waarom?

„Omdat ik nooit een wanklank over Wevers had gehoord. Nog geen gerucht. Van die kritiek die hij nu over zich heen krijgt, was ik niet op de hoogte.”

Zag u die schaduwzijde dan niet?

„Nee, ik kon mij dat niet inbeelden. Ik had een druk bestaan, kwam alleen bij wedstrijden in de turnhal. Daar zag ik het niet gebeuren.”

U dacht: het is zo’n goede trainer, dus er is geen andere kant?

„Klopt.”

En nu? Staat u nog steeds achter zo’n trainingsregime?

„Die aanpak is zo tegengesteld aan mijn eigen trainersopvattingen over omgang met turnsters. Ik durf met de hand op mijn hart te zeggen dat er geen turnster zal zijn die mij van zulk gedrag zal betichten.”

Van Zetten pakt zijn telefoon en scrolt door zijn Whatsappjes. „Ik zit nog steeds met mijn oud-pupillen in een appgroep. Het eerste wat ik na de eerste publicaties deze zomer vroeg: hebben jullie het ook zo ervaren? Dat was niet zo.”

Trainers moeten juist het zelfvertrouwen van kinderen vergroten, doceert Van Zetten. Dat doet hij ook als hij met zijn driejarige kleindochter in de speeltuin is. Hoe meer zelfvertrouwen hij haar geeft, zegt hij, hoe meer ze groeit. Intimidatie, kleineren en negeren staat daar in zijn ogen haaks op.

In analyses valt echter te lezen dat de Nederlandse turncultuur in de jaren tachtig is veranderd, met de komst van Oost-Europese trainers. Dezelfde periode waarin u bondscoach was.

„Natuurlijk waren er in mijn trainerstijd ook emotionele momenten, net zoals er thuis wel eens ruzies zijn. Talentontwikkeling is nou eenmaal grenzen verleggen. Daar hoort soms ook pijn bij.

„Maar turnsters waren bij ons geen objecten. Ze mochten hun eigen identiteit hebben. Er werd naar ze geluisterd. De kentering kwam, zoals ik het zie, pas in de jaren negentig.”

Van Zetten vertelt over het subsidiestelsel dat door de bond werd ingevoerd. Clubs kregen geld op basis van succes. In de praktijk betekende dat: geen prestaties, geen erkenning, dus minder inkomsten. „Trainers werden premiejagers. Een ongezonde situatie.”

Legitimeert dat een schrikbewind?

„Nee. Maar ik denk dat dit komt doordat er geen tegenkrachten waren. Niemand liet deze trainers reflecteren op hun eigen handelen.

„Zulke trainers willen totale controle hebben. Net als dictators. Het is een neurose, iets dwangmatigs. In feite gaat het dan om jou, als trainer, terwijl juist de sporter centraal moet staan, iets wat ik al vele jaren bepleit. De bond had moeten ingrijpen, maar verzuimde op het pedagogisch vlak de regie te voeren. Er was geen toezicht. Trainers werden niet gecorrigeerd. Kregen zo een vrijbrief.”

Toch ging ook ú de fout in, lazen we in uw boek. U heeft ooit een turnster een klap gegeven.

„Het was een uiting van persoonlijke frustratie.”

Met veel moeite had Van Zetten in 1977 een choreografe aangetrokken om een vloeroefening van zijn turnster, een regerend nationaal kampioen, te perfectioneren. Er was zelfs speciale muziek bij gecomponeerd. Alleen: die muziek beviel zijn turnster niet. „Nadat ik zoveel voor haar had gedaan, kon ik de verbolgen reactie niet plaatsen. Terwijl ze er alle recht toe had. Niemand is feilloos, ik ook niet. Mijn moeder zei altijd: benoem je fout, bied meteen je verontschuldiging aan, dan is de kou uit de lucht. Ik heb dat gedaan. Dat is ook wat ik nu aan trainers adviseer: kom tevoorschijn. Pak je verantwoording, erken wat er is gebeurd.”

De beschuldigde trainers zijn nog steeds gezichtsbepalend.

„Ik weet waar jullie op doelen, maar ik ga niet op de stoel van tuchtrechter zitten. Trainers moeten zelf rekenschap afleggen, in de spiegel kijken. Het gedrag wat aan ze wordt gerelateerd, is op geen enkele manier te rechtvaardigen.”