Wie eenmaal een grote schuld heeft, raakt die niet zomaar meer kwijt

Schulden Of het nu door eigen toedoen is of door domme pech: een schuld heeft grote impact op je leven. Wethouder Marjolein Moorman en Statenlid Sandra Doevendans vertellen over hun ervaringen. „Moet je een leven lang aan een schuld vastzitten omdat je één fout maakt?”

Statenlid Sandra Doevendans
Statenlid Sandra Doevendans Foto Roger Cremers

Na anderhalf jaar al kwam de brouwer al z’n koelkasten in het café van Sandra Doevendans ophalen. Ze had te lang de rekening niet betaald. Maar wie kan er nu een café runnen zonder koud bier? Op 21-jarige leeftijd had Doevendans een bruine kroeg gekocht in het centrum van Amsterdam. Ambitieus en onbezonnen, zo vat ze haar houding van destijds samen.

Niet zelden liep het ’s nachts in haar café uit op gedoe, en op echt slechte avonden in vechtpartijen. Tegen de tijd dat Doevendans besloot dat die ruige omgeving toch niks voor haar was, was ze behalve aan de brouwer aan meer bedrijven veel geld verschuldigd. Vechtersbazen zijn geen goede klandizie. Toen Doevendans het café verkocht, liep het verschuldigde bedrag tegen de ton. Geld dat ze niet had.

Ook de jonge jaren van Marjolein Moorman werden bepaald door geld. Of beter gezegd: het gebrek eraan. Haar ouders hadden nooit op grote voet geleefd, elke maand werden de eindjes aan elkaar geknoopt. En toen haar beide ouders een paar jaar na elkaar (onverwacht) overleden, lieten ze Moorman en haar broers een grote schuld na, van zo’n 60.000 gulden. Ze was toen 25 jaar.

Of een schuld nu is opgelopen door een verkeerde beslissing of door domme pech, Doevendans en Moorman weten hoeveel stress en schaamte het meetorsen ervan kan veroorzaken. Beide vrouwen wisten van hun schuld af te komen, en zetten zich nu professioneel in om anderen daarbij te helpen. Want als er íéts is wat ze allebei hebben ervaren, is het dit: wie eenmaal een grote schuld heeft, raakt die niet zomaar meer kwijt.

Sandra Doevendans (36) is zelfstandig adviseur en Statenlid voor de PvdA in Noord-Holland. Ze schreef onlangs een boek over schulden, waarin ze verschillende mensen aan het woord laat over hun (voormalige) geldproblemen, onder wie Moorman. Ook geeft ze tips aan mensen met schulden: van goedkoop boodschappen doen tot hulp zoeken.

Geen luie mensen met bierbuik

Ze schreef het boek om het clichébeeld van mensen met schulden te veranderen. Dat zijn heus geen „luie mensen met een blikje bier en shag in de hand”. Ook vindt ze dat de schuldhulpverlening beter kan. „Ik had niet het idee dat er met mij werd meegedacht over hoe ik op de lange termijn weer productief kon meedoen aan de maatschappij.”

Wethouder Marjolein Moorman

Foto Roger Cremers

Marjolein Moorman (46) is namens de PvdA wethouder voor onderwijs, integratie en armoede in Amsterdam. Ze is in de hoofdstad ook verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening, maar vertelde toch pas één keer eerder in het openbaar over haar schulden. „Gek genoeg schaamde ik me er voor.”

Moorman groeide op in Wassenaar – maar niet in het rijke deel. Haar ouders kwamen uit „Haagse arbeidersgezinnen”. Veel te besteden was er niet. „Onze bank bestond uit aan elkaar genaaide oude spijkerbroeken. Het tapijt uit stukjes tapijt van de tapijtwinkel – mijn moeder was hartstikke creatief. Ik kwam er pas achter dat dat niet ‘normaal’ was, toen ik bij vrienden thuis heel andere banken zag.”

Het ging financieel pas echt mis, denkt Moorman, toen haar ouders scheidden en beiden ineens van één inkomen moesten leven. Op papier bleven haar ouders wel bij elkaar. Dus toen haar vader overleed, kwamen zijn schulden bij haar moeder terecht. „Hij had wel een overlijdensrisicoverzekering, maar die was al een paar maanden niet betaald. Dus er werd niks uitgekeerd.”

Toen hun moeder overleed, schoof die schuld door naar de drie kinderen. „We hadden ervoor kunnen kiezen afstand te doen van de erfenis, we wisten dat er schulden waren. Maar die weigeren, voelde toch alsof je je ouders bezoedelt. We voelden ons verantwoordelijk, wilden ook geen afstand doen van alle bezittingen van onze ouders.” Het was een moeilijke beslissing en ze waren nog jong: Moorman was 25, haar broertjes 23 en 21 .

„Het verbaasde me toen hoe onmenselijk het systeem was. Mijn moeder was net overleden, en in no time kwamen er aanmaningen. Ook van schuldeisers die in de kleine lettertjes schreven dat de schuld verviel als iemand overleed.”

Zulke stress wil de gemeente Amsterdam voorkomen met een nieuwe maatregel die ze pas introduceerde: de pauzeknop. Schuldeisers moeten dan stoppen met sturen van aanmaningen en rekenen van boeterentes tot er een overzicht is van iemands totale schuld en diegene kan beginnen met afbetalen.

Verkeerde beslissing

De schuld van Doevendans was al snel vele malen hoger dan de schuld waarmee ze begon. Over haar betaalachterstanden werden hoge rentes en incassokosten gerekend. „Op een gegeven moment”, zegt ze, „betaalde ik per maand alleen al 900 euro aan huur, en loste ik nog eens 400 euro af. Uit angst bleef ik maar betalen, terwijl ik dat eigenlijk niet kon. Maar ik wilde het allemaal zelf oplossen. Daardoor kwam ik ook pas laat achter regels zoals de beslagvrije voet. Dat is het deel van je inkomen waarop schuldeisers geen beroep mogen doen. Het had financieel en mentaal veel gescheeld als ik dat eerder had geweten”.

Doevendans: „Het was achteraf natuurlijk heel dom om dat café te kopen. Op mijn eenentwintigste dacht ik dat ik de wereld aankon. Maar moet je een heel leven aan een schuld vastzitten omdat je één fout maakt?”

Het kostte haar ruim twaalf jaar om de schuld af te lossen. In die tijd deed ze een studie, kreeg een kind en had vooral véél baantjes. „Het lukte uiteindelijk via de ‘minnelijke schuldregeling’ van de gemeente. Die onderhandelde met alle schuldeisers over de openstaande schuld, en betaalde het overeengekomen bedrag vervolgens in één keer af. Ik loste daarna drie jaar lang elke maand 700 euro af bij de gemeente. Het scheelt enorm als je maar met één schuldeiser zaken hoeft te doen.”

Ze wil niet zielig doen over die periode met schulden, zegt Doevendans. „Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik het heel zwaar had, ik ben een doorzetter. Al realiseerde ik me wel, toen ik officieel schuldenvrij was, dat ik al die tijd in de overlevingsmodus had gestaan.”

Ook Moorman benadrukt dat ze „het niet dramatisch wil maken”. Zij had relatief nog geluk, zegt ze, en is bovendien assertief. Maar ook zij herinnert zich nog de opluchting van het moment dat alles was afbetaald. „Ik voelde me echt bevrijd. Daarvoor sluimerde altijd de gedachte: red ik het wel?”

De beurs hielp Moorman en haar broers na een paar jaar van hun schuld af. Het bedrijf waar hun moeder werkte, keerde na haar overlijden opties uit aan de kinderen. Die opties mochten vanwege de beursregels niet direct verhandeld worden, en waren ook nog maar weinig waard. „We hadden voor onszelf berekend bij welke prijs we de schuld in één keer konden aflossen. We hebben onwijs veel geluk gehad dat de koers is gaan stijgen. Zodra de koers precies dat bedrag haalde, heb ik gebeld en alles verkocht. Dat was een ontzettende zegen.”