Opinie

Gevraagd: sterke instituties

Rechtsstaat De grote coronales is niet alleen een sterke overheid. Vergeet ook de democratische controle en de onafhankelijke rechtspraak niet, stelt .
Senator Marjolein Faber (PVV), minister Grapperhaus en minister De Jonge voorafgaand aan het debat in de Eerste Kamer over de coronawet.
Senator Marjolein Faber (PVV), minister Grapperhaus en minister De Jonge voorafgaand aan het debat in de Eerste Kamer over de coronawet. Foto Bart Maat/ANP

Nu er licht schijnt aan het einde van de coronatunnel, en wij onszelf weer zien flirten op festivals, knuffelen met kennissen en vooruit spelen op het voetbalveld, gloren ook de ‘lessenlijstjes’. Welke lessen leren wij van corona? Een zo’n les zit mij al maanden dwars: dat wij terug moeten naar een Sterke Overheid. Een sterke overheid binnen een democratische rechtsstaat, dat zeker. Maar een sterke overheid alleen, dat riekt naar Trump en Poetin, Erdogan en Bolsonaro.

Natuurlijk moeten wij terug naar een verantwoordelijke overheid. Die genoeg bedden heeft klaarstaan. Die zorgpersoneel zo betaalt dat er genoeg mensen zijn zodra het nodig is. Die zorgt dat ziekenhuizen samenwerken in plaats van concurreren.

Mijn grote coronales ligt bij de sleet bij de twee andere dimensies van de democratische rechtsstaat: de democratische controle op het overheidshandelen en de rol van het recht. Een veel fundamenteler probleem dat, net zoals een vermolmde balk bij een verbouwing, plotseling volop zichtbaar werd.

Eerst de democratische controle. De winkels dicht, het onderwijs online, sporten via Zoom. Het zijn ingrijpende keuzes, gemaakt door het kabinet, in overleg met de veiligheidsregio’s en vaak via persconferenties afgekondigd. Onze volksvertegenwoordigers, lokaal, provinciaal en nationaal, hadden geluk als ze achteraf werden bijgepraat.

Dat past in de trend om besluitvorming over cruciale zaken als werk, wonen en zorg uit te besteden aan arbeidsmarktregio’s, uitvoeringsorganisaties, verzelfstandigde corporaties die nauwelijks meer kunnen rekenen op democratische controle. De trend ook om belangrijke besluiten achter de schermen af te kaarten, vast te leggen in akkoorden (klimaat, energie, preventie), op zo’n manier dat volksvertegenwoordigers alleen nog maar mogen tekenen bij het kruisje. Het idee dat de overheid besluiten die ons allemaal raken eerst voorlegt aan de mensen die wij kozen om ons te vertegenwoordigen, verschuift daarmee steeds verder uit beeld.

Natuurlijk ging het bij corona om een noodtoestand. Maar ook dan zijn er manieren om de gemeenteraad, Provinciale Staten, Tweede en Eerste Kamer te betrekken. Bijvoorbeeld met het vastleggen van maatregelen in een wet, waar het parlement mee moet instemmen.

Lees ook de rubriek De Rechtsstaat: Corona tast ook de burgerrechten aan

Begrens het overheidshandelen

Dit brengt mij op die andere dimensie van de trias politica: de rol van het recht – de grondrechten in het bijzonder – in het begrenzen van overheidshandelen en het geven van richting. Die dagen in maart, toen personen plotseling pixels werden en ik nog niets wist van screen sharing, breakout rooms en unmuting, gaf ik het vak staatsrecht. Tijdens onze eerste online sessie stelde ik voor om de geplande opdracht van tafel te vegen om daarna te vergelijken hoe landen de coronamaatregelen juridisch regelden.

Trots deelden, pardon, screenshareden de studenten een week later hun resultaten. De keurige Coronavirus Act, waarmee de Britten uiteenzetten welke grondrechten op welke gronden geschonden werden, tot wanneer dat zou gebeuren en hoe dat legitiem en proportioneel was. Vergelijkbare voorstellen in Frankrijk, België, Duitsland.

Alleen de studenten die Nederland kozen kwamen wat bedremmeld online. Zij hadden na uren zoeken de noodverordeningen gevonden, met als legitimatiegrond voor de meeste verregaande inperking van grondrechten sinds de Tweede Wereldoorlog: nood breekt wet. Het zou tot na hun afstuderen duren voordat ons land wél een coronawet aannam.

Is dat erg? Het is natuurlijk speculeren, en makkelijk praten, maar ik denk dat veel Nederlanders echt beter af waren geweest als de Tweede Kamer zich eerder over een wet had kunnen buigen. De pandemie was net zo hard bestreden, maar de proportionaliteit van een boete van honderden euro’s voor het gezamenlijke ijsje was vast eerder op tafel gekomen. Evenals de balans tussen het recht op familieleven en het recht op gezondheid van die mensen die maandenlang alleen in een bejaardentehuis zaten. En het belang van gelijke behandeling tussen restaurants in Rijssen en Renesse. Dan was de Grondwet er niet alleen bijgehaald waar het ging over demonstreren, of de godsdienstvrijheid, maar als veel breder toetsingskader.

Een sterke overheid, de democratie, het recht: zij horen bij elkaar als het gaspedaal, de koppeling en de rem in een auto.

Lees ook: ‘Regionaal beleid wordt nu leidend in coronacrisis’

Twee smaken

In het eenzijdig ophemelen van de sterke overheid zit me nog iets dwars. Dat is het beeld dat er, als wij iets wezenlijks willen regelen, maar twee smaken zijn: de overheid en de markt. Dat gaat voorbij aan de bodem onder de democratische rechtsstaat: betrokken burgers. Die muziek maken voor mensen in isolement, iedereen aansporen om lokaal te kopen, sportsessies op straat organiseren. De waarde daarvan zagen wij als geen ander.

Net als de rol van die andere instituties in een democratische rechtsstaat. Die van de onafhankelijke media, om door het getamboereer over testcapaciteit heen te prikken en het leed bij de horeca, in de verpleeghuizen en onder studenten goed in beeld te brengen. En, natuurlijk, van de betrouwbare wetenschap, om het virus te vatten en uit te bannen.

Daarom mijn wens voor wie werkt aan een coronalessenlijstje. Wat wij, volgens mij, hebben geleerd van de coronacrisis gaat niet over een sterke overheid, maar over een verantwoordelijke overheid in een democratische rechtsstaat met betrokken burgers en voldoende tegenmacht.

Samengevat: sterke instituties.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.