Opinie

Er is weer hoop voor de Indo-Pacific: het Westen komt

Het Westen heeft meer oog voor landen in de achtertuin van China, ziet . Ook Nederland heeft de Indo-Pacific herontdekt.

Michel Kerres

Een Chinese woordvoerder publiceerde deze week op Twitter een nepfoto van een Australische soldaat die op het punt lijkt te staan een Afghaans meisje te kelen – een verwijzing naar oorlogsmisdaden van Australische soldaten in Afghanistan. De afbeelding was een nieuw dieptepunt in de gespannen relatie tussen Canberra en Beijing.

Lees ook: Canberra woedend op Beijing om tweet

Voor landen in de wijde regio rond China is de nieuwe assertiviteit van Beijing geen onverdeeld genoegen. Maar er gloort hoop voor China’s buren: het Westen komt eraan. Je kunt in Europa geen geopolitieke verkenning meer opslaan of je stuit op de term ‘Indo-Pacific', waarmee een gebied wordt bedoeld van Pakistan tot de eilandjes in de Stille Oceaan, en dat geldt als het nieuwe economische en geopolitieke zwaartepunt.

Als autocratisch China een bedreiging vormt voor de welvaart en waarden in democratische landen, ligt niets méér voor de hand dan samenwerking van democraten in West en Oost. Voor Europa en VS krijgen de betrekkingen met Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea en Japan nieuwe betekenis. Ook de tien Zuidoost-Aziatische ASEAN-landen kunnen rekenen op meer belangstelling.

Indo-Pacific is het nieuwe modewoord. Europese leiders willen de nieuwe Amerikaanse president uitnodigen samen te werken op een groot aantal terreinen. „We moeten samenwerken met de VS als het gaat om China in multilaterale fora en in de Indo-Pacific”, aldus de ontwerptekst voor een gezamenlijke verklaring. De gretigheid om voor Joe Biden de rode loper uit te rollen is in Brussel overigens zó groot dat zowel de Europese Raad als de Europese Commissie met een EU-VS-strategie kwam. Ook de Commissie vergeet in haar brede Atlantische liefdesverklaring de Indo-Pacific niet.

Nadat de president Macron vorig jaar de NAVO „hersendood” verklaarde, vroeg secretaris-generaal Stoltenberg een commissie om advies. Meer aandacht voor systeemrivaal China, efficiëntere besluitvorming en intensievere samenwerking met partners moeten het bondgenootschap toekomstbestendig maken, schrijven de wijzen nu. „De NAVO moet ook overleg en samenwerking met partners in de Indo-Pacific verdiepen.”

De VS en Frankrijk hadden altijd al een strategie voor de regio. Sinds kort heeft Duitsland er een. En ook Nederland heeft het gebied ontdekt. Het kabinet spreekt in een ‘leidraad’ over landen wier „speelruimte om soevereine keuzes te maken steeds beperkter wordt” en die nieuwe politieke ankers zoeken.

De concrete voorstellen in de leidraad zijn reuze behoedzaam. Nederland wil een Aziatisch vriendschapsverdrag tekenen en vaker deelnemen aan dialogen in de regio. Mogelijk is ook om in EU-verband aansluiting te zoeken bij het ‘Blue Dot Network’, een nog onbeduidende Amerikaans-Japans concurrent van de Chinese Belt and Road (BRI). Nederland onderstreept het belang van open maritieme verbindingen, wil graag praten over Chinese activiteiten in de Zuid-Chinese Zee, maar biedt nog geen fregat aan. Wel wordt de cursus zeerecht van Clingendael genoemd.

Met een eigen leidraad voor de Indo-Pacific behoort Nederland tot de Europese avantgarde. Maar hoe uitdrukkelijker het Westen de Indo-Pacific steunt in een confrontatie met China, des te uitdrukkelijker zal China antwoorden. Zeker als de EU daarbij optrekt met de VS. Frankrijk nam het deze week op voor Canberra. Kiest Frankrijk de kant van oorlogsmisdadigers, vroeg de Chinese ambassadeur in Parijs zich meteen af. Partij kiezen zal niet gratis zijn.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.