Wat als wat je het liefste doet te weinig geld opbrengt?

Werken voor de huur Ze willen leven van wat ze het allerliefst doen, maar dat lukt (nog) niet. Deze popartiest, bierbrouwer en borduurkunstenaar sloten een compromis: een ‘gewone’ baan om geld te verdienen, hun droom najagen in de tijd die overblijft.

Kim Eggens.
Kim Eggens. Foto Dieuwertje Bravenboer

Bij iedereen met een hartstochtelijke passie of uit de hand gelopen hobby zal zo nu en dan eens de wensgedachte opkomen: wat als ik hiermee mijn geld kan verdienen? Hele dagen muziek maken, een boek schrijven of aan oude motoren sleutelen – en er dan óók nog een salaris uithalen.

Een kleine groep behoort al tot die geluksvogels. Het HappinessBureau, dat organisaties adviseert op het gebied van werkgeluk, deed vorig jaar onderzoek naar werkmotivatie onder een representatieve groep van bijna duizend werkende Nederlanders. Daaruit blijkt dat 23 procent van hen hun werk beschouwt als ‘roeping’; het is hun passie en een belangrijk onderdeel van hun leven. Voor anderen is carrière maken de belangrijkste motivatie, voor weer anderen staat simpelweg geld verdienen bovenaan.

Lees ook dit verhaal:
Is je baan je roeping of een manier om de huur te betalen?

Het is niet zo gek dat minder dan een kwart zegt dat hun baan hun roeping is. Het is best lastig om van je passie te kunnen leven. Dat ondervinden de popartiest, bierbrouwer en borduurkunstenaar die NRC sprak voor dit artikel. Zij combineren hun droomwerk met een baan die de huur betaalt.

Alle drie worstelen ze met de balans tussen de uren die ze steken in geld verdienen en de uren voor hun droomproject. En dan is er nog het dilemma van de juiste timing: wanneer waag je de sprong om écht volledig voor de muziek, het borduren of het bierbrouwen te gaan?

Thijs Vroegop
‘Het lijkt me super om op een dag altijd in de flow van muziek maken te zitten’

Thijs Vroegop (Tim Dawn). Foto Dieuwertje Bravenboer

Thijs Vroegop (33) alias Tim Dawn is popartiest. Hij werkt daarnaast als jurist bij advocatenkantoor Benvalor in Utrecht.

In de muziekwereld zijn grofweg twee scenario’s waarin je geld kan gaan verdienen, legt popartiest Thijs Vroegop uit. „Scenario een is dat je een wereldhit scoort en in één klap binnenloopt: het jackpotscenario. Scenario twee is dat je rustig aan je carrière bouwt, steeds iets grotere zalen uitverkoopt – en er zo uiteindelijk een inkomen uit haalt.”

Vroegop, die liedjes schrijft, zingt en gitaar speelt, blijft natuurlijk hopen op het jackpotscenario. Maar vooralsnog is hij, sinds hij zes jaar geleden voor de muziek besloot te gaan, aan het bouwen. Dat lukt aardig: hij heeft een platencontract bij Universal Music, is twee keer ‘TopSong’ geweest bij NPO Radio 2, zijn nummer Walking on a wire is meer dan zes miljoen keer gestreamd op Spotify en recent heeft hij de muziek van de ingezongen voor de kerstreclame van supermarktketen Plus. Hij kan er echter nog niet van leven. Daarom werkt hij drie dagen in de week als jurist bij een Utrechts advocatenkantoor, werk dat aansluit op zijn rechtenstudie aan de Universiteit Utrecht.

In zijn sollicitatie bij het advocatenkantoor speelde hij open kaart: muziek staat voor hem op nummer een. Zijn bazen durfden desondanks de gok wel te wagen. Vroegop: „Ze vinden mijn muziekcarrière alleen maar leuk en interessant. Een collega heeft zelfs mijn Wikipediapagina geschreven.” Ook is zijn werkgever flexibel: als Vroegop op donderdagochtend een radio-optreden heeft, kan hij zijn werkdag gewoon naar vrijdag verschuiven.

Vroegop zou wellicht een volledig inkomen uit de muziek kunnen halen als hij meer zou optreden op bruiloften en bedrijfsfeesten. Hij maakte bewust de keuze dat niet te doen. „Ik kan beter als jurist geld verdienen en dan alle tijd hebben voor mijn eigen muziek, dan dat ik mijn focus verlies en alles moet aanpakken om het hoofd boven water te houden.” Bovendien heeft hij door zijn juristeninkomen investeringen kunnen doen in opleidingen, muziekapparatuur, en levenservaring opgedaan die hem de artiest heeft gemaakt die hij nu is. „Ik heb niet het gevoel dat ik iets heb laten liggen.”

Van de ruim zes jaar waarin hij nu kantoor en muziek combineert, zou een ander misschien ongeduldig of moedeloos worden, maar Vroegop ‘boft met zijn hoofd’, zoals hij het zelf zegt. „Een single uitbrengen zie ik mentaal als een potje tennis. Je kunt winnen, maar als ik een punt verlies, denk ik: shit, oké, hoe kan ik het volgende punt wél pakken?”

Intussen heeft hij een paar keer mogen ervaren hoe het is om ‘los’ te zijn. Bijvoorbeeld tijdens zijn drie maanden onbetaald verlof begin dit jaar. „Toen héb ik me een partij liedjes geschreven, puur omdat je niet telkens hoeft te switchen en in een flow kunt komen. Het lijkt me super om op een dag altijd in die flow te zitten.”

Kim Eggens
‘Van winkels kreeg ik te horen dat mensen niet 180 euro wilden betalen voor een geborduurd notitieboekje’

Kim Eggens. Foto Dieuwertje Bravenboer

Kim Eggens (36) maakt textielkunst met haar handgebonden boeken met geborduurde kaft. Daarnaast werkt ze sinds november als bemonsteraar bij een GGD op een coronatestlocatie.

Kim Eggens was er altijd van overtuigd dat het prima was om geld te verdienen met een saaie baan en in de uren daarnaast te doen wat je echt leuk vindt. In haar geval: borduurkunst. Maar hier is ze van teruggekomen. „Dat werkt écht niet, je stort gewoon in”, zegt ze vanuit haar huis in Utrecht. „Ik heb het geprobeerd en geprobeerd, en telkens gedacht: wat zeur ik nou, ik doe toch óók dingen waarvan ik gelukkig word? Maar uiteindelijk, tijdens mijn werk als grafisch vormgever bij een reclamebureau, kon ik van de ene op de andere dag niets meer en zat ik driekwart jaar thuis met een burn-out.”

Elf jaar eerder studeerde Eggens aan de kunstacademie en ontdekte ze dat borduren voor haar dé manier is om zich creatief te uiten. Al die verschillende soorten garen, glad, glimmend, wollig, waar je zo gedetailleerd mee kan werken, trokken haar meteen aan. Ze maakt boekomslagen met een borduurwerk erop: kleine figuratieve kunstwerkjes, soms met letters of foto’s erin verwerkt. „Je zou het vrij borduren kunnen noemen.” De boeken bindt ze zelf; een ander passieproject.

Na haar opleiding was Eggens vastberaden om met haar boeken de wereld te veroveren. „Ik klopte aan bij allerlei magazines, designwinkels en galerieën, want ik dacht: als je maar hard genoeg werkt, dan komt het wel.” Ze kreeg een expositie, een vermelding in tijdschrift Flow, een aantal verkooppunten, maar ze bleek er niet van te kunnen leven. „Van winkels kreeg ik feedback dat mensen niet 180 euro wilden betalen voor ‘maar’ een notitieboekje. Terwijl ik zo twee weken bezig ben met één exemplaar.”

Na twee jaar besloot Eggens terug te vallen op waar ze oorspronkelijk voor is opgeleid: grafisch ontwerper. Ze ging vier dagen in de week werken bij een bureau in Utrecht. „Dat was geen match. De kantoormensen, de cultuur, al die deadlines – ik werd er niet gelukkig van. Ik wisselde een paar keer van werkgever en heb echt geprobeerd er wat van te maken, maar het hielp niet. Die burn-out was het resultaat.”

Tijdens haar herstel pakte ze het borduren als eerste op. „Het was een soort lijfelijke herkenning: o ja, híér werd ik blij van. Alsof ik het was vergeten.”

Nu, anderhalf jaar na haar burn-out, heeft ze weer frisse moed. Ze wil zich gaan richten op de uitvaartbranche, waar ze haar boeken als een persoonlijk herinneringendocument aanbiedt, en daarnaast begint ze in december met een opleiding tot creatief loopbaancoach. Tot die tijd werkt ze bij de GGD als coronatester. „Ik ben blij dat er nu voor een paar maanden een plan is. Ik wil zo graag rust en stabiliteit en dat lukte telkens maar niet. Je telkens afvragen of je op je plek zit, of je de juiste beslissingen neemt – daar blijf ik maar mee bezig in mijn hoofd.”

Bernd Beersma
‘In de brouwerij voel ik me fantastisch’

Bernd Beersma. Foto Dieuwertje Bravenboer

Bernd Beersma (43) is zelfstandig IT-consultant en eigenaar van twee IT-bedrijven. Daarnaast runt hij samen met zijn vriendin Christel een bierbrouwerij: de Kleine Beer.

Ooit wil Bernd Beersma zijn eigen „bier- en barbecuehut” uit de grond stampen. Zo’n karakteristieke oude boerderij in het Friese landschap, die hij dan verbouwt tot proeflokaal met brouwerij. Hij deed al eens pogingen tot aankoop van zo’n pand, maar greep telkens net mis. Beersma: „Ik geloof niet in een hoger doel in het leven, maar ik geloof wel dat dingen op een bepaald moment met een reden gebeuren. En tot nu was het onze tijd nog niet. Zo zie ik het.”

Ondertussen combineert Beersma de bierbrouwerij al zeven jaar met een carrière in de IT-wereld. Met een compagnon heeft hij twee softwaretestbedrijven met 35 man in dienst. Zelf werkt Beersma nog 32 uur per week als consultant voor klanten als de Belastingdienst en ING. Maar zeven dagen in de week achter „die klotelaptop” zitten is niet zijn idee van een goed leven. Dus begon hij in 2013 zijn eigen brouwerij: de Kleine Beer. De omzet ligt nu rond de 40.000 euro per jaar.

„Ik houd van bier, laten we dat vooropstellen”, zegt Beersma. „Ook toen het nog niet zo gebruikelijk was, dronk ik met vrienden speciaalbiertjes die we toen voornamelijk uit België haalden. Toen ik in Amerika kennismaakte met wat heftiger biersmaken – double IPA, stout – besloot ik die thuis zelf te gaan maken.”

Wat begon met brouwsels in de pannen van zijn eigen keuken, is uitgegroeid tot een commerciële brouwerij met zes bieren in het assortiment en zo’n vijftig verkooppunten. „In de brouwerij voel ik me fantastisch”, zegt Beersma. „In het Engels zeggen ze: it defines me. Hoewel ik in het IT-werk ook interessante uitdagingen zie, definieert het niet wie ik ben.”

Toch ziet hij zijn IT-werk als méér dan een manier om de hypotheek te betalen. Ook op dat gebied heeft hij ambities; recent heeft hij nog twee bedrijven overgenomen. Hij wil het beste softwaretestbedrijf van Nederland worden. „Als ik ergens mee begin, ga ik er ook vol voor – ik kan het niet anders dan op die manier.”

Maar belemmert het een niet het ander? Wat als hij die 40 uur in de week van zijn IT-klussen in de brouwerij kon steken? „Ik denk juist dat het elkaar versterkt. Met een lening van mijn persoonlijke bv kan de brouwerij nu groeien. Met het bier verdienen we nog geen droog brood, al het geld gaat op aan investeringen en de inkoop van voorraad.”

Lang piekeren of dat niet te langzaam gaat – daar is hij niet van. Wel heeft hij zichzelf een doel gesteld: uiterlijk op zijn 55ste wil hij geen leiding meer geven aan zijn bedrijf. „Als ik een mooi pand vind voor mijn proeflokaal, zou de zaak wel eens in een stroomversnelling kunnen komen. Maar het komt zoals het komt, zoals ze in Friesland zeggen.”