Oude schoenen

Mirjam de Winter

Rotterdam heeft sinds deze week geen stadsmuseum meer. Afgelopen dinsdag gingen de deuren van Museum Rotterdam aan het Rodezand definitief dicht. Is dat erg? Ja, want een grote stad als Rotterdam met zo’n rijke en bewogen geschiedenis verdient natuuurlijk een eigen museum. Maar als een museum maar zo weinig bezoekers trekt (zo’n 70.000 per jaar) terwijl er jaarlijks tonnen subsidie naartoe gaan, dan gaat er iets niet goed. En dus lijkt het een verstandig besluit van de gemeente om de boel dicht te gooien, met de belofte om de komende vier jaar op zoek te gaan naar een nieuwe locatie voor een stadsmuseum 2.0.

Afgelopen zondag bezocht ik het museum voor het laatst. Om op de valreep de expositie ‘Leeuwen op de Coolsingel’ te kunnen bekijken, over het bombardement op Rotterdam. Ik ben nooit een groot fan geweest van Museum Rotterdam, maar bezocht meestal wel de wat grotere thema-exposities. Die over de Coolsingel bijvoorbeeld of over de Rotterdamse dance-scene. Het is vooral de ruimte zelf (een kille hal) die me tegenstaat en de vaak onoverzichtelijke opzet van de tentoonstellingen. Of zoals een bezoeker het oneerbiedig verwoordt op Tripadvisor: „Aardig museum voor als je nodig moet plassen of schuilen voor de regen”. Zo is het wel een beetje.

Wie zegt dat er na de coronacrisis nog geld over is voor weer een heel nieuw museum?

Toch ervoer ik mijn laatste bezoek als bijzonder pijnlijk en verdrietig. De museumdirecteur, de voorzitter van de raad van toezicht en het personeel liepen er aangeslagen rond. Boos zijn ze, op de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur vooral, die eerder dit jaar een negatief advies uitbracht aan het stadsbestuur over de subsidieverstrekking. Het adviesorgaan verwijt het museum gebrek aan visie, maar slaat volgens de museumleiding volledig de plank mis. Bovendien kreeg het museum geen kans zich te verdedigen, vertelt de voorzitter verontwaardigd, als bezoekers hem ter plekke om uitleg vragen.

Kwaad is hij ook op het gemeentebestuur dat het advies nagenoeg blindelings opvolgde. En op de coalitiepartijen uit de gemeenteraad die braaf instemden met de sluiting. Niet omdat ze het museum niet zouden steunen, maar vanwege de opgelegde fractiediscipline, beweert hij: „Zij moeten zich wel achter ‘hun’ wethouder scharen”.

Behalve woede, is er ook verdriet. Over de “gigantische kapitaalvernietiging” en het personeel dat ze moeten laten gaan. Waarom het museum en de expositie over het bombardement voorlopig niet gewoon open houden, vraagt de voorzitter zich af, tot er een nieuw plan is en een betere locatie is gevonden? Ook een musem sluiten kost volgens hem veel geld, met al die afvloeiingsregelingen voor het personeel en de kosten voor de opslag van de collectie.

En daar heeft hij misschien wel een punt. Waarom oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt? Wie zegt dat er na de coronacrisis nog geld over is voor weer een heel nieuw museum? En hoe doodzonde is het dat 110.000 cultuur-historische museumstukken jarenlang staan te verstoffen in een loods in de Alexanderpolder? „Respectloos naar de collectie, de stad en de Rotterdammers”, vindt de museumleiding. En dat is het ook. Museum Rotterdam is een mislukt project en verdient inderdaad een betere locatie en een frisse aanpak. Maar om de deuren nou zo rücksichtloos dicht te gooien? Dat getuigt inderdaad van gebrek aan respect én aan visie. Dit keer niet van de museumleiding, maar van het stadsbestuur zelf.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.