Opinie

Na Trump is het tijd voor ‘Make Europe Great Again’

Geopolitiek Europa moet op eigen benen leren staan. Maar hoe? Door te groeien tussen de polariserende grootmachten zoals tijdens de Koude Oorlog, schrijven en .
Lancering van Ariane 5-raket met vier Galileo satellieten van de ESA.
Lancering van Ariane 5-raket met vier Galileo satellieten van de ESA. Foto ESA / eyevine

De verkiezing van Joe Biden tot Amerikaanse president brengt veel optimisme in Europa. Er is hoop dat een punt gezet kan worden achter de moeizame relatie tussen de EU en de VS van de afgelopen vier jaar en we terug kunnen gaan naar de oude verhoudingen. Dat is een vergissing. Ongetwijfeld zal de relatie wat verbeteren, maar van terugkeer naar de oude situatie, waarin Europa kan rekenen op Amerikaanse veiligheid, zal geen sprake zijn. Europa moet doorgaan met leren op eigen benen te staan.

Als reactie op Trumps beleid wordt de laatste jaren veel gesproken over zogenaamde ‘strategische autonomie’. Het is een buzzwoord geworden in Brussel en wordt ook vaak in verband gebracht met het digitale domein. Net als bij andere buzzwoorden gaat ook dit gepaard met holle frasen en wensdenken.

Terecht wordt bijvoorbeeld opgemerkt dat Europa nog vele jaren verwijderd is van het garanderen van de eigen veiligheid en daarmee dus nog lang niet strategisch autonoom kan zijn. En op het digitale gebied wordt gewezen op de enorme achterstand ten opzichte van de VS en China. Europa zou nooit met Silicon Valley kunnen concurreren.

En toch zit er wel degelijk waarde in strategische autonomie. Maar daarvoor moeten we lering trekken uit het verleden. De term strategische autonomie wordt pas recent in de Europese context gebruikt. Daarvoor werd het al jaren gebruikt in strategische kringen in Frankrijk, maar ook in India. Dat is niet toevallig. In de Koude Oorlog konden beide landen niet meedingen in de competitie tussen de grootmachten VS en de Sovjet-Unie, maar ze waren wel sterk genoeg om niet door een van beide gedomineerd te willen worden. India had goede banden met de Sovjet-Unie, maar wilde uiteindelijk ‘Non-Aligned’ blijven in de Koude Oorlog. Frankrijk had natuurlijk goede banden met de VS, maar door onderlinge spanningen was het van 1966 tot 2009 geen gewoon lid van de NAVO.

Ruimte voor eigen agenda

Het interessante is nu dat er wederom een strijd tussen twee grootmachten plaatsvindt. Ditmaal staat de VS tegenover China. En net als Frankrijk en India toen, is de EU nu geen partij voor die twee spelers, maar wel sterk genoeg om een eigen agenda te voeren. Dat is wat strategische autonomie zou moeten betekenen. Geen grootse plannen om met China of de VS te wedijveren, maar ruimte voor een eigen agenda in de eigen omgeving.

Lees ook: Wil de EU eigenlijk wel terug onder de vleugels van de VS?

In het digitale domein hebben we het dan niet slechts over geopolitiek, maar ook over ambities voor economie, maatschappij en democratie. De EU heeft een hele reeks aan digitale projecten die tezamen alle onderdelen van de digitale wereld aan de orde stellen: GAIA-X voor clouddiensten en dataopslag, een strategie voor kunstmatige intelligentie, een aanpak voor cybersecurity en voor de toevoer van kritische grondstoffen. En het zet succesvol in op wetgeving en standaardisering van de digitale wereld. Anu Bradford van de Columbia Law School noemde dat The Brussels Effect.

Het is gemakkelijk om cynisch te zijn over de vooruitzichten hiervan, maar dat is onterecht. Europa heeft eerder technische achterstanden weggewerkt en ook daarvoor is het instructief terug te gaan naar de Koude Oorlog.

Halverwege de twintigste eeuw hadden verschillende Europese landen hun eigen bedrijven in de luchtvaart, maar de Amerikanen domineerden die markt. Ook de Sovjets hadden grootste plannen en lanceerden in 1968 het eerste commerciële supersonische vliegtuig, de Toepolev 144. Europa’s antwoord op deze ontwikkelingen was de Concorde en vooral Airbus. Om niet verdrukt te raken in de tweestrijd van grootmachten bundelden Europese landen hun krachten en met succes: Airbus behoort nu tot de wereldtop.

Lees ook dit interview met de Amerikaanse Europa-expert Dan Baer: ‘Een sterk Europa is goed voor Amerika’

Op het gebied van fundamentele wetenschap had Europa na de Tweede Wereldoorlog ook een achterstand, zeker toen de Amerikanen van plan waren om een grote deeltjesversneller te bouwen. Ook hier bundelden Europese landen hun krachten. Daaruit kwam de onderzoeksorganisatie CERN in Genève, tegenwoordig de wereldleider op het gebied van fundamentele fysica.

Een recent voorbeeld van Europees succes op het digitale gebied is het satellietnavigatiesysteem Galileo. Dat is er ondanks veel Amerikaans verzet gekomen. Hiermee is Europa niet meer afhankelijk van het Amerikaanse GPS voor allerlei commerciële en militaire systemen. Een stap richting digitale strategische autonomie dus.

Ook Nederland heeft een rol

Het gaat bij strategische autonomie en de bijbehorende digitale ambities niet om de EU af te sluiten van de VS en China of om de confrontatie met ze op te zoeken. Dat is onrealistisch. Het gaat erom op cruciale domeinen de krachten te bundelen zodat we bewegingsruimte krijgen en wij niet door anderen gedicteerd te worden.

Er ligt een bijzondere mogelijkheid voor het kleine Nederland om hier vorm aan te geven. De Nederlandse rol in de EU is flink gegroeid, zeker sinds het Verenigd Koninkrijk het pand aan het verlaten is. Nederland kan een sterk en aansprekend profiel uitbouwen, in de EU en internationaal. Vanuit onze sterke trans-Atlantische oriëntatie en onze diplomatie op het gebied van vrede en veiligheid kan Nederland invulling geven aan Europese strategische autonomie.

Lees ook: Overtuigd atlanticus Biden ziet de EU niet als concurrent

Specifiek op het digitale domein heeft Nederland ook allerlei lokale hubs: voor internetverkeer in Amsterdam, chiptechnologie in Eindhoven, quantumtechnologie in Delft en het hoofdkantoor van het nieuwe Europese AI-project CLAIRE in Den Haag.

Termen als strategische autonomie kunnen gemakkelijk gebruikt worden voor wensdenken en onrealistische ambities. Europa wordt niet binnenkort een militaire grootmacht en het zal ook niet zomaar kunnen concurreren met Silicon Valley. Maar we kunnen lering trekken uit de tweestrijd tijdens de Koude Oorlog. Dat geeft hoop dat de EU wel degelijk een mate van bewegingsruimte kan realiseren in de hedendaagse strijd tussen grootmachten. En Nederland kan die helpen vormgeven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.