Kunstsubsidie op de schop?

Opinie 010 Dit jaar was er opvallend veel kritiek op het functioneren van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur. Van de gemeenteraad moet de wethouder kijken of er iets moet veranderen aan het subsidie-advies. Moet het anders?

illustratie Rik van Schagen

Iedere vier jaar is er veel kritiek op het advies van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) waar de verdeling van de cultuursubsidies (86 miljoen euro per jaar) op gebaseerd wordt. Deze keer is het gemor van zowel de culturele instellingen als de gemeenteraad nog heftiger dan anders. De raad heeft het college opdracht gegeven alternatieven te onderzoeken en het RRKC moet fouten rectificeren. Moet het anders?

Geert Koster raadslid Leefbaar Rotterdam

„Ja”. Tijdens de bespreking van het cultuurplan in de Rotterdamse raad, diende Geert Koster de motie ‘Eerlijke beoordeling’ in. „Wat mij het meest tegen de borst stuit is dat de RRKC geen hoor en wederhoor toepast bij het uitbrengen van het advies.” Als voorbeeld waartoe dat kan leiden, noemt Koster Jazz International. „Zij organiseerden altijd concerten, maar in de toekomst willen zij het anders aanpakken en zich vooral richten op talentontwikkeling.” Toch beoordeelde de RRKC hun aanvraag als een concertorganisatie. „We kregen te horen dat het aan de RRKC zelf is in welke categorie zij een instelling willen beoordelen.” Beoordelingen van plannen moet daarnaast objectiever, vindt Koster. „Nu gebeurt dat in opdracht van het gemeente, vooral op basis van de drie ‘i’-s (inclusiviteit, innovatie en interconnectiviteit). „Dat is lastig te toetsen.”

Jacob van der Goot voorzitter van de RRKC

„De procedure waarlangs het Cultuurplanadvies tot stand kwam is geheel transparant en steeds van tevoren bekend. Net als bij vorige edities, is het Cultuurplanproces deze zomer intern geëvalueerd, de vierjaarlijkse externe evaluatie volgt begin 2021. Hierin worden alle stakeholders – culturele instellingen van klein tot groot, de gemeenteraad en het College van B&W – betrokken. Ook de werkwijze en eventuele toevoegingen of aanpassingen worden hierin meegenomen, bijvoorbeeld het ‘hoor en wederhoor’, dat niet eerder onderdeel van het Cultuurplanproces was. De Raad kijkt uit naar de resultaten van de evaluatie die ongetwijfeld bijdraagt aan het doel van de RRKC: het vierjaarlijks uitbrengen van een weloverwogen Cultuurplanadvies.” „De RRKC stelt zelf in haar Cultuurplanadvies dat de vorm en manier van adviseren steeds aangepast moet worden aan de eisen van de tijd en de behoeften van alle belanghebbenden.”

Said Kasmi wethouder (cultuur, D66)

„Ik vind het goed dat het cultuurplanproces zo kritisch wordt gevolgd. Wel wil ik de kanttekening maken dat het college in slechts zes gevallen is afgeweken van het advies als het gaat om het wel of niet opnemen van instellingen in het Cultuurplan. In andere gevallen is een lager subsidiebedrag toegekend dan geadviseerd, om zo meer instellingen op te kunnen nemen in het Cultuurplan en het culturele aanbod in Rotterdam meer divers te maken. Uit een Cultuurplanproces zijn overigens altijd lessen te trekken en dat is nu ook weer het geval. Daarom gaan we – op verzoek van de raad – goed evalueren wat goed ging en wat beter kan. Uiteraard besteden we daarbij aandacht aan het punt van hoor en wederhoor.”

Harry-Jan Bus directeur theater Walhalla

„In het huidige systeem van beoordeling zit een dilemma”, zegt Bus. Onafhankelijke beoordelaars van buiten de stad buigen zich nu over de ingediende plannen. „Dat heeft als voordeel dat integriteitskwesties voorkomen worden en de plannen beoordeeld worden met een frisse blik.” Aan de andere kant hebben deze beoordelaars niet altijd zicht op het lokale cultuurlandschap en geeft het plan zoals dat schriftelijk wordt ingediend de doorslag. „Instellingen kunnen het plan natuurlijk heel erg gelikt en mooi opgeschreven indienen, ook al hoeft het niet allemaal te kloppen en krijgen zo een positief advies”, zegt Bus. „Terwijl andere, nieuwe instellingen hun plan wellicht minder goed onder woorden kunnen brengen en daar vervolgens op worden afgerekend.” Bus zou het daarom een goede toevoeging vinden om naast het advies van de huidige beoordelaars, ook experts die goed op de hoogte zijn van de culturele sector in Rotterdam mee te laten kijken.

Joep Grootemanwoordvoerder van theaterorganisatie Wat We Doen

„Zover wij kunnen beoordelen als nieuwkomer, functioneert de RRKC gewoon goed. Wij vinden dat er wellicht eerder vraagtekens geplaatst kunnen worden bij de verhouding tussen RRKC en de gemeente.” De RRKC adviseerde aan de nieuwkomer theaterorganisatie Wat We Doen een jaarlijkse subsidie van 250.000 euro over te maken. De gemeente schroefde dat bedrag fors terug en uiteindelijk krijgen de theatermakers nu 144.500 euro per jaar. „Van het bedrag dat dus werd geadviseerd is nog ruim een ton afgehaald door de gemeente”, zegt Grooteman. „Dat vinden wij teleurstellend, want daar zit nogal een verschil tussen. Blijkbaar zit er een spanningsveld tussen de gemeente en RRKC waarbij nog flink geschoven kan worden.”