De Jonge: alles op alles om 4 januari te gaan vaccineren

De communicatie van minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) deze week over het vaccinatieplan van het kabinet leidde de afgelopen dagen tot nogal wat irritatie in de Tweede Kamer. Woensdag, bij aanvang van de zorgbegroting, eisten Kamerleden een concreet plan van de minister, die dinsdag had aangekondigd dat het vaccineren op 4 januari kan beginnen. Terwijl de belangrijkste uitvoerders die als in eerste in actie moesten komen, de verpleeghuizen en huisartsen, van niets wisten en vraagtekens plaatsten bij de haalbaarheid van die datum.

Lees ook: En weer is de vraag: kan het ministerie de vaccinatie wel aan?

Bij het vervolg van het debat over de zorgbegroting zei De Jonge donderdag dat hij snapt dat zijn ambitie om op 4 januari te starten met prikken „reactie geeft” bij de uitvoerders. Hij zegt permanent met alle betrokken partijen in gesprek te zijn over de logistieke uitdagingen en wil „alles op alles” zetten om in de eerste week van januari inderdaad te beginnen. Maar het kan ook wat later worden, erkende De Jonge. Hoewel hij zei dat er nog „veel onbekendheden” zijn, zoals of het Pfizer-vaccin – dat als eerste beschikbaar komt – bij kwetsbare ouderen goed werkt, heeft het RIVM praktische zaken als de aankoop van vriezers en veiligheidsnaalden volgens de minister op orde.

De Jonge heeft verder veel vertrouwen in zijn besluit om het vaccinatieprogramma via de bestaande infrastructuur van de griepvaccinatie te laten lopen. Ieder najaar worden miljoenen Nederlanders via hun zorginstellingen en huisartsen ingeënt. „Dat is een goede basis, die is behoorlijk uniek”, zei De Jonge. Mocht het nodig zijn om plotseling grotere locaties te regelen voor massalere vaccinatie, dan is dat volgens de minister „het minste probleem in de uitvoering”. Hij beloofde de Tweede Kamer vanaf nu van „iedere betekenisvolle stap” op de hoogte te houden.

Dit artikel maakt ook deel uit van ons liveblog: 60 procent van bedrijven in eerste NOW-regeling moet terugbetalen