Opinie

Prinses Totem Paal en haar vogels

De interpretatie van de werkelijkheid in de vierde serie van ‘The Crown’ valt bij sommigen niet goed. Daarom wil de Britse minister van Cultuur een disclaimer vóór elke aflevering. Dat zou Netflix dus moeten negeren, vindt Joyce Roodnat. Wie vertelt, interpreteert.

Joyce Roodnat

Daar kon je op wachten: de serie The Crown houdt zich niet aan de sprookjesversie van het wel en wee van de familie Windsor en nu wil de Britse minister van Cultuur dat voorafgaand aan elke aflevering wordt gewaarschuwd dat feit en fictie door elkaar lopen. Nu loopt die serie al drie reeksen zonder, dus als ik Netflix was zou ik zeggen: daar had je eerder mee moeten komen. En ik zou vragen: had je ook geprotesteerd als de serie Margaret Thatcher uit de wind had gehouden en de huwelijksproblemen van prins Charles en lady Diana had genegeerd? Nee natuurlijk. Tel dan je zegeningen, want het publiek is niet gek. Dat verkneukelt zich bij deze serie zoals het zich altijd verkneukelt om vorstenhuizen (en misschien zijn vorstenhuizen daar wel voor). Maar daarnaast raakt het geïnteresseerd. Het duikt in de vracht artikelen die serie en historische werkelijkheid naast elkaar leggen. Zo zag ik in aflevering 7 twee verstandelijk beperkte volle nichten van de koningin, officieel doodverklaard en opgeborgen in een grauw gesticht. En ik dacht: dat is zo honds, dát geloof ik niet. Ik zocht het op. Wel waar. En erger, zelfs.

Kortom: niet zeuren minister, politici en koninklijke mensen, want dat doen jullie selectief. En dan telt zeuren niet.

Katherine (links) en Nerissa Bowes-Lyon (Trudie Emery en Pauline Hendrickson), de twee weggestopte nichten van koningin Elizabeth II, zoals ze te zien zijn in ‘The Crown’. Foto Netflix

Of lees even This Is Not My Memoir waarmee de Amerikaanse theatermaker André Gregory zijn leven beschreef. Hij opent zijn boek met een herinnering aan een studentenbaantje in Boston, bij de striptease-danseres Princess Totem Pole die zich bij wijze van act de kleren van het lijf liet pikken door twee gedresseerde zwarte vogels. Zijn werk was het voeren van die vogels. Het verhaal was te uitzinnig, vond hij later, „ik moest het verzonnen hebben”. En hij hield op het te vertellen. Aan het eind van het hoofdstuk loopt hij een oud-studiegenoot tegen het lijf, en die begint over die vogels. „So it was true all along”, schrijft Gregory. En gaat van start met de verhalen van zijn leven, wat leidt tot een even geweldig als uitzinnig boek.

Dat eerste hoofdstuk is Gregory’s waarschuwing: wie vertelt, interpreteert. Zodra de werkelijkheid wordt verhaald, beschreven, verfilmd, begint het vormgeven. En vormgeven maakt van elk feit een beetje fictie. De letterlijke werkelijkheid vertellen is onmogelijk. Maar dat betekent nog niet dat het verhaal niet klopt.

In het Amsterdamse Stedelijk Museum zie ik een overzichtstentoonstelling van het werk van Ulay (1943-2020). Twaalf jaar lang werkte hij samen met Marina Abramovic, hun performances grijpen me nog altijd naar de keel. Zijn solowerk vind ik maar zozo. Ik concludeer: Ulay kon niet zonder haar. Klopt dat? Weet ik niet. De waarheid heb ik niet in pacht, maar mijn ogen heb ik niet in mijn zak.