Mensen zitten thuis, schoffelen eens wat – en stuiten zomaar op een stukje Tweede Wereldoorlog

Zap Geschiedenisprogramma Andere tijden richt zijn vizier steeds vaker op het heden. In de special over de Explosieven Opruimingsdienst kwamen ook de missies in Bosnië, Irak en Uruzgan aan bod.

Adjudant b.d. Rob toont een Afghaanse snelkookpanbom in Andere Tijden (NTR/VPRO).

Adjudant b.d. Rob toont een Afghaanse snelkookpanbom in Andere Tijden (NTR/VPRO).

Dat is een corona-effect dat we niet zagen aankomen. Door de pandemie moest de Explosieven Opruimingsdienst Defensie dit jaar al 3.000 keer uitrukken; normaal is 2.500 maal per jaar. Wellicht niet voldoende voor ‘applaus voor de EOD’, maar toch. De reden? Mensen zitten thuis, pakken een schep, schoffelen eens wat – en stuiten dan zomaar op een stukje Tweede Wereldoorlog.

Dan meldt zich een ‘explosievenverkenner’ van de politie, waarna de professionele ontmantelaars hun werk komen doen. Je houdt je adem in als je ze met een staalborstel ziet boenen om een bom te kunnen determineren. „Soms moet je een regel een beetje buigen.”

Andere tijden, het geschiedenisprogramma (NTR/VPRO) dat zijn vizier steeds vaker op het heden richt, wijdde dinsdag een special aan de dienst die al 75 jaar de rotzooi van de oorlog opruimt. Er waren mooie beelden van vlak na de bevrijding, toen razendsnel vrijwilligers werden opgeleid voor de ontwapening van de poldergrond. Ze werden daartoe achter een schutting opgesteld om via gaten in het hout te leren hoe je tastend een bom onschadelijk maakt. Daarna was het al snel, legt oude rot Joop Kotterer uit, „het veld in”.

Daar waren de risico’s groot. Over een van zijn vondsten zegt Kotterer droogjes: „Hadden we toen de voorkant eraf gehaald, waren we allemaal corned beef geweest” – de naam van het betreffende vleesproduct klassiek uitsprekend als kornétbief. Behalve talloze burgers stierven ook vijftig vrijwillige bommenrapers, waarna de taak werd overgedragen aan Duitse krijgsgevangenen. De Duitsers hadden die dingen immers ook neergelegd. Dat je krijgsgevangenen dat soort levensgevaarlijke klusjes niet mag toeschuiven, werd gemakshalve genegeerd.

De aandacht van Andere tijden ging niet alleen naar het explosieve verleden van de lage landen, maar ook naar missies die recenter werden ondernomen naar Bosnië, Irak en Uruzgan. Daar maakten de bomspecialisten kennis met levensgevaarlijke huisvlijt. Adjudant b.d. Rob toont een explosief dat is gemaakt van twee oude zaagbladen en een metalen snelkookpan. „Die geeft ook scherfwerking”, legt hij uit.

Zwijgzaamheid tegenover het thuisfront blijkt een tweede natuur. „Je gaat niet je kwetsbaarheden thuis neerleggen”, vertelt Rob. Hij verzweeg na thuiskomst jarenlang voor zijn vrouw dat hij onderscheiden was voor de heldhaftige redding van een collega – ze moest er uiteindelijk over lezen in de krant.

Zo werd de speels ‘Duizend bommen en granaten’ getitelde uitzending van Andere tijden steeds minder geschiedschrijving en meer een interviewprogramma over een beroepsgroep – een beetje zoals Coen Verbraak die maakt.

De reeks aan anekdotes kreeg een opmerkelijk slot in Voorschoten. Frank, een man die over de hele wereld avonturen had beleefd, was op een avond naar die Zuid-Hollandse gemeente geroepen omdat iemand een pijpbom aan een flitspaal had gebonden. Het keukentrapje stond er nog.

De bom werd naar beneden gehaald en er werden röntgenfoto’s van gemaakt. Frank pakte hem rustig op. „Even later lag ik zes meter verderop in het maaiveld.” Hij voelde meteen dat er iets mis was. „Zoek effe mijn hand”, riep hij. Maar ook: „Vuur uitbrengen naar de vijand!” Kennelijk hadden de jaren op missie zich toch ergens in zijn onderbewuste vastgezet.

Al vertellend gesticuleert Frank met het stompje van zijn rechterarm, dat tot dan toe door de regie bewust uit beeld is gehouden. Een man kan Uruzgan doorstaan en dan plotseling in Voorschoten zijn Waterloo vinden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.