Recensie

Recensie Beeldende kunst

Bij fotograaf Harry Gruyaert staat de mens in de schaduw van de kleur

Fotografie Harry Gruyaert wordt gezien als de Europese pionier van de kleurenfotografie. Alleen België wist hij aanvankelijk niet in kleur te vatten, het land was hem te kleurloos.

Kermis in Boom, België, 1981
Kermis in Boom, België, 1981 Foto Harry Gruyaert / Magnum

Een grote rode ballon bedekt volledig het gezicht van een vrouw. Alleen een stuk van haar bloemetjesjurk en haar kuiten zijn zichtbaar. Het typeert de foto’s van de Vlaamse fotograaf Harry Gruyaert: je kunt de geportretteerden vaak niet in het gezicht kijken. Gruyaert staat bekend als de pionier van de kleurenfotografie in Europa en wie de overzichtstentoonstelling van zijn werk in Helmond ziet, begrijpt meteen waarom.

Het belang van kleur had Gruyaert, die in 1941 in een katholiek gezin in Antwerpen werd geboren, van zijn vader meegekregen. Toen de kleurenfotografie net opkwam, gaf deze namelijk les in die nieuwe techniek. Een succesverhaal, zou je kunnen zeggen, als je bedenkt dat zijn zoon een beroemd fotograaf werd, die sinds de jaren tachtig voor het wereldberoemde foto-agentschap Magnum werkt. Vader Gruyaert zag dat echter anders: fotografie was geen serieus vak en bovendien hielden fotografen er vaak minnaressen op na en dat paste niet bij een katholieke leefwijze.

Las Vegas airport, Nevada, USA, 1982. Foto Harry Gruyaert / Magnum

Dat katholieke wereldbeeld wilde Gruyaert zo snel mogelijk ontvluchten. Hij vertrok naar Parijs en werd er modefotograaf, om te ontdekken dat hij de omgeving interessanter vond dan de nieuwe kleren van het model. Wanneer hij in 1969 naar Marokko reist, begint zijn leven als onafhankelijk fotograaf. Marokko openbaart zich voor hem naar eigen zeggen als een ‘land van Breughel’, waar hij ontdekt wat je met kleuren kan doen, en hoe licht en schaduw werken. De foto’s vanaf dat moment gaan over kleur en schaduw. Als er mensen op staan, zie je het gezicht vaak niet omdat er een schaduw op valt, of omdat de persoon de fotograaf de rug heeft toegekeerd.

‘Sensualiteit in licht en kleur’

„Ik wil geen verhaal vertellen met mijn foto’s. Ik zoek altijd naar sensualiteit, zowel in licht als in kleur”, gaf Gruyaert vaak aan in interviews. De foto’s zijn inderdaad het resultaat van iemand die in kleur denkt in plaats van in momenten. Wanneer het onderwerp centraal stond, koos hij voor zwart-wit, legde hij uit. Een kleurenfoto was een waarde op zichzelf.

Zijn werk is vaak vergeleken met dat van William Eggleston, die in Amerika als een van de eersten kleurenfotografie serieus gebruikte, in een tijd waarin kleur vooral werd gezien als het gereedschap van de reclamefotografie. Beiden gebruiken intense kleuren juist om de desolaatheid van de omgeving te laten zien.

Herdenking van de slag om Waterloo, Provincie Brabant, België, 1981. Foto Harry Gruyaert / Magnum Photos

Hoe Gruyaert met kleur speelt, wordt misschien nog wel het beste duidelijk bij de foto’s die hij in India maakte. Het fotogenieke land waar vaak de vele kleuren benadrukt worden, is bij Gruyaert ontdaan van die bijna inmiddels clichématige kleuren. Opvallend is ook een portret dat hij hier nam van zeven mannen aan een tafel waarbij er zes rechtstreeks de camera inkijken. Het is bijna alsof het een statement is: wanneer mensen wel de camera inkijken is er meteen confrontatie – en compositie. Op de overige foto’s uit India, maar ook uit landen als de VS, Rusland of Zuid-Afrika, staat de mens doorgaans in de schaduw van de kleur. Ze lijken vooral de eenzaamheid van de mens te benadrukken, maar dat zou een verhaal achter de foto’s suggereren dat Gruyaert nu juist niet wil vertellen.

Een hoogtepunt vormen de foto’s die hij in zijn thuisland maakte, het land dat hij ontvluchtte en waar hij lang geen kleurenfoto’s wilde maken omdat hij naar eigen zeggen geen kleur in België kon ontdekken. Dus aanvankelijk in zwart-wit, later toch in kleur, legde hij er soms bijna banale leven vast: een wat beschadigd beeld van een pastoor, carnaval op z’n somberst, grote gezinnen die wel samen zijn maar niet met elkaar, de man achter het raam in de dorpskroeg. Het land dat hij het beste kende, weet hij in al zijn absurditeit en surrealiteit schitterend te vangen. Zowel in zwart-wit als in kleur.