De opkomst en ondergang van cokesmokkelaar Roger P.

Criminaliteit Roger P. alias Piet Costa is invloedrijk in de Nederlandse cocaïnemaffia. Na een conflict bestelde hij uit wraak een ‘martelcontainer’.

Foto iStock

‘Politie!”, roept een zwaar bewapend lid van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten van de marechaussee als hij op het dakterras van een appartementencomplex in de Rotterdamse wijk Hillegersberg een man ziet lopen. Ondanks de schemering herkent de agent Roger P., de verdachte die ze zoeken, maar die naar het dak is gevlucht vóórdat collega’s hem in zijn appartement konden arresteren.

De agent ziet dat P. naar hem kijkt en weer wil wegrennen. Daarop trekt hij „een vuurlijn” met zijn dienstwapen. Als het rode laserlicht zichtbaar wordt op het lichaam van P., staakt die zijn vlucht. P. legt zijn handen op de reling van het dakterras, zodat twee andere agenten hem kunnen aanhouden. Het is 5.06 uur, maandag 22 juni 2020.

De arrestatie van P. is het einde van het drugsonderzoek ‘Romp’, dat vier jaar eerder is begonnen met de onderschepping van 3.776 kilo cocaïne in de Rotterdamse haven. Een aantal verdachten, waaronder een medewerker van de belastingdienst, is al voor de rechter gebracht. Voor de aanhouding van P. is echter pas genoeg bewijsmateriaal gevonden nadat de recherche begin 2019 ontsleutelde PGP-berichten in handen heeft gekregen, waarin hij over drugshandel schrijft met een aantal kopstukken uit de cocaïnemaffia in Nederland.

De aanhouding van Roger P. betekent ook de start van een nieuw onderzoek naar een criminele vete binnen de Nederlandse cocaïnemaffia. Door een hack van het cryptocommunicatienetwerk Encrochat kan de recherche vanaf begin april 2020 live meelezen hoe dit conflict escaleert.

P. beschuldigt een oude zakenpartner van de diefstal van circa 100 miljoen euro, geld dat vermoedelijk is verdiend met de smokkel van cocaïne.

Uit wraak heeft P. een kompaan uit het criminele milieu ingehuurd om een ruimte te bouwen waar hij zijn rivalen kan verhoren en martelen. Dankzij die ‘martelcontainer’ – gevonden in Wouwse Plantage – is het dorp in Noord-Brabant voor de internationele pers deze zomer heel even het centrum van ‘Narcostaat Nederland’.

Lees meer over de martelcontainers

P. is onweerlegbaar de hoofdpersoon in de onderwereldintrige, die 4 en 7 december wordt besproken tijdens tussentijdse rechtbankzittingen in Amsterdam en Rotterdam. In de dossiers lezen de rechters over de gevolgen van grootschalige cocaïnesmokkel: corruptie bij douane en politie. Maar ook over verraad in criminele kring en een geplande wraakactie, die dankzij politie-optreden in de kiem is gesmoord.

Wie is de 49-jarige Roger P.? En hoe groeide hij uit tot een van de grootste cocaïnesmokkelaars van het land?

Voor zo’n invloedrijke figuur uit de Nederlandse cocaïnemaffia is er relatief weinig bekend over Roger P. (1971). Zijn naam komt niet voor in de Crime top 100, het boek van misdaadblog Crimesite over de grootste criminelen van de Lage Landen. De geboren en getogen Rotterdammer komt niet voor in het boek Rotterdamse penoze van misdaadkenner Gerhardt Mulder. Volgens bronnen in de Rotterdamse onderwereld speelde enig kind P. tot in het begin van deze eeuw geen grote rol in het criminele milieu. Ze beschrijven hem als een aardige kerel die niet veel op had met grof geweld. Roger klopte liever speed, zeggen ze. Dat deed hij gewoon in zijn eigen keuken. „Een paar liter amfetamine-olie omzetten tot zoutkristallen door de olie in een cementkuip van de bouwmarkt te mengen met zwavelzuur”, vertellen twee mannen los van elkaar. „Als je die kristallen fijnmaalt, heb je speed.”

Roger pleegde in die tijd ook wel eens overvallen, vertelt een van hen. De laatste jaren werd hij vooral gezien in een café aan de Bergse Dorpsstraat in Rotterdam, een sjieke winkelstraat in de wijk Hillegersberg. Dat laatste is moeilijk te controleren nu de horeca dicht is. Maar het verhaal over de overvallen komt overeen met het strafblad van P. dat deels in het strafdossier zit. Hij is in 2005 twee keer gepakt: voor een overval en voor afpersing. Hij kreeg er, opgeteld, vijf jaar cel voor.

Costa Rica

Na zijn detentie trekt Roger P. in 2009 voor het eerst naar Zuid-Amerika, zo blijkt uit reisgegevens die de recherche opvroeg. September 2009 gaat hij vanuit Chili naar Panama, geen onbekend terrein voor Nederlandse drugssmokkelaars. En in november 2010 vliegt hij vanuit Nederland naar Panama. De jaren daarna neemt de frequentie waarmee P. tussen Europa en Zuid-Amerika reist, sterk toe. In 2012 voegt hij Colombia toe aan zijn lijstje, gevolgd door Costa Rica en Ecuador. Tussen 2015 en 2018 woont hij officieel in het plaatsje San Pedro Montes de Oca in Costa Rica. Daaraan dankt hij zijn bijnaam: Piet Costa. Het pendelen tussen Nederland, Colombia en zijn nieuwe woonplaats heeft te maken met familiebezoek, zo vertelt P. in 2017 aan de politie. Zijn vrouw heeft de Colombiaanse en Costa Ricaanse nationaliteit.

In de onderwereld weten ze echter nog een andere reden voor al dat reizen. In het najaar van 2016 krijgt het Team Criminele Inlichtingen – de ‘geheime dienst’ van de politie – de tip dat „Roger P. in Costa Rica diverse ananasplantages bezit en in Costa Rica een sterke positie bezit bij de uitvoer van cocaïne naar West-Europa”.

Interessante informatie, gezien de vondst in de Rotterdamse haven van een grote partij cocaïne in een zending ananassen vanuit Costa Rica, een paar maanden daarvoor. De naam van P. valt meteen bij een onderzoek naar die zaak, maar voor zijn vervolging wordt onvoldoende bewijs gevonden. Andere mannen worden wel veroordeeld, onder andere op basis van afgeluisterde telefoongesprekken.

Een van hen wordt in het Rotterdamse „opa Frits” genoemd. Hij werkte samen met een medewerker van de belastingdienst. De relatie tussen hen, de lading cocaïne en P. wordt pas echt duidelijk als de recherche in 2019 toegang krijgt tot een grote verzameling PGP-berichten.

De ouwe streep

„Het ziet er kanker slecht uit”, schrijft een man die zichzelf „Godfather” noemt, op maandag 30 mei 2016 in een PGP-bericht aan iemand die „Advocaat” wordt genoemd. Godfather is er die ochtend achter gekomen dat een container met daarin bijna 3.800 kilo cocaïne zal worden gecontroleerd. De zending vertegenwoordigt voor de criminelen een waarde van circa 100 miljoen euro. De bak stond al op de kade toen het bericht kwam dat de douane de container door de scanner wil halen. Enkele dagen later worden er in de container uiteindelijk 3.780 blokken cocaïne aangetroffen met daarin namen gestempeld als ZEBI, CLARO, Dolfijn en het logo van Harley Davidson.

„Heb je nog geen antwoord van streep, maat?”, vraagt Godfather aan Advocaat. „Ik heb hoofdpijn, buikpijn en stress.”

Streep is onderwereldjargon voor een corrupte douanier. De vraag is of die nog iets kan oplossen.

„Nee, kerel”, zegt Advocaat. Hij kan zijn contact niet bereiken. „Broer, geen 1 streep gaat zijn pgp mee nemen naar zenuwcentrum van Pre-Arrival”, zegt Godfather over de afdeling waar de douaniers beslissen welke containers worden gecontroleerd op aanwezigheid van drugs. „Zelfs 3 jaar geleden deed onze joker dat niet.”

Godfather denkt dat ze in de val zijn gelopen. „Met onze ouwe streep was dit nooit gebeurd, dat weet ik wel.”

Advocaat: „Pffff, ben ziek.”

Godfather: „Ik ben hier helemaal kapot van broer. Zet die gasten onder druk. Dit kunnen ze ons niet aandoen. De nasleep van deze ellende is niet te overzien.”

Kale Moes en Tante Naima

Het zijn woorden met voorspellende waarde. Drie jaar later identificeert de recherche Godfather als Mustapha F., alias Kale Moes. Een Marokkaanse Nederlander die opgroeide in Amersfoort. Hij wordt gezien als de erfgenaam van de roemruchte cocaïnesmokkelaar Samir ‘Scarface’ Bouyakhrichan. Met hem heeft P. veel zaken gedaan tot Scarface in 2014 wordt geliquideerd in Spanje. Opvolger Kale Moes is begin 2016 in conflict geraakt met Ridouan Taghi. In april ontmaskert Moes schutters die hem staan op te wachten bij zijn club No Limit in Zoetermeer en ontsnapt zo aan de dood. Moes is al jaren actief in de cocaïnesmokkel. Volgens de recherche werkt hij daarbij samen met Roger P., de man achter de PGP-naam Advocaat.

In het kielzog van deze twee kopstukken van de cocaïnemaffia komt nóg een opvallende persoon in beeld: Naima Jillal, een in 1967 geboren Nederlandse met Marokkaanse roots. Ze wordt in het criminele milieu ook wel Tante genoemd.

Naima vertrouwt de gang van zaken niet, zo blijkt uit berichten tussen haar en Moes van 31 mei 2016. „We zijn zwaar opgelicht door opa Frits en zijn vrienden”, aldus Naima. Ze hebben het gevoel dat ze zijn verraden. „Iemand heeft zaken gedaan met justitie”, aldus Moes.

Roger P., die in 2016 naar eigen zeggen dan al 10.000 kilo cocaïne is verloren, vertelt later die avond aan Tante Naima dat „de streep aan tafel komt met de papieren.” P. vermoedt dat iemand uit een milieu de politie heeft getipt. Naima zegt dan dat ze „gewoon weer een nieuw verhaal gaan opzetten”. Juist, zegt Roger P., die vertelt dat er al twee nieuwe transporten klaarstaan.

Ook binnen de cocaïnemaffia draait de wereld door. Zo blijven er bij het Team Criminele Inlichtingen berichten binnenkomen over de handel van P. en Tante Naima. In 2018 en 2019 komen er meer meldingen over de cocaïnehandel van Roger P. en een paar handlangers. Over Naima meldt TCI in 2017 dat zij „de contacten heeft om lijnen op te zetten voor de grootschalige import van cocaïne”. En in 2018 ontvangt TCI het bericht dat Naima „bedrijven zoekt om cocaïne naar Nederland te halen. En dat ze gebruikt maakt van de server van Encrochat”. Voor justitie zijn die tips aanleiding om zowel naar Roger P. en Naima Jillal een onderzoek te starten. In het geval van Naima gebeurt dat onder de naam 26Rockaway, een zaak die nooit tot volledige wasdom zal komen. Op 20 oktober 2019 wordt Naima voor het laatst gezien als ze in Amsterdam in een auto stapt. Sindsdien is ze vermist. Voor haar leven wordt gevreesd, zo meldde de politie in Opsporing Verzocht. In het onderzoek naar haar verdwijning - codenaam 26Branson - duikt ook de naam op van P. Het Openbaar Ministerie onderzoekt op basis van een analyse van telefoonnummers zijn betrokkenheid bij haar verdwijning.

Dodenlijst

Het onderzoek naar de cocaïnehandel van Roger P. komt in het voorjaar van 2020 in een stroomversnelling dankzij een bijzondere gebeurtenis in de geschiedenis van de misdaadbestrijding. De Franse autoriteiten hebben ingebroken in de servers van cryptotelefoonaanbieder Encrochat, mede dankzij de kennis van Nederlandse cyberrechercheurs. Als een onderzoeksrechter eind maart toestemming geeft de data te gebruiken voor de opsporing, kan de recherche live meekijken met miljoenen berichten die criminelen elkaar versturen. Het blijkt een goudmijn aan informatie over de sterk gegroeide rol van Nederlandse criminelen in de internationale drugshandel.

Ook Roger P. komt in beeld. Hij blijkt midden in een groot conflict te zitten. Dankzij de hack voltrekt deze onderwereldintrige zich voor de ogen van de recherche. Een oud-partner zou begin 2020 circa 100 miljoen van hem hebben gestolen. Na die diefstal is deze man ontvoerd. P. krijgt dan weliswaar een deel van zijn geld terug, maar het conflict escaleert.

Roger P., noemt de man die hem heeft bestolen „A1” in een Encrobericht van 10 april. De recherche identifieert hem als Ali Reza D., een man met een Iraanse achtergrond. „Hij zat te lang in Dubai en kan zijn levensstijl niet volhouden. Dus daarom maar mij bestolen”, aldus P. Hij omschrijft Ali als een man die ooit in „een auto sliep”, maar dankzij hem „miljonair” is geworden. „Als dank krijg ik nu een mes in me rug.” Volgens P. staat hij samen met twee leden van zijn groep op een dodenlijst. „Dus eerst stelen en daarna met eigen geld doodgemaakt worden. Ze proberen mensen om me heen die belangrijk zijn te klaren.”

Rode Ferrari 458

Dat P. niet verzint dat rivalen hem en zijn mensen naar het leven staan, blijkt op 10 mei van dit jaar. Dan wordt in Rotterdam de 25-jarige Ebrahim vermoord, een Nederlander met Marokkaanse roots die al jaren met Roger P. samenwerkt. Zo zijn ze in 2017 samen door de politie staande gehouden op de A4 bij Leidschendam. Roger rijdt dan in een zwarte BMW X5 M en Brahim in een rode Ferrari 458. Ze vertellen aan de politie dat ze bij een bruiloftstoet horen.

Lees hier een profiel van Robin van O.

Na de liquidatie rijdt P. spoorslags vanuit Spanje naar Nederland. Daar ziet de recherche dat P. in het Haagse bos regelmatig rondjes loopt met Robin van O., een voormalig sportschoolhouder. Hij heeft gewerkt met kale Moes een daardoor ook op een dodenlijst gestaan, die van Ridouan Taghi. De recherche doet al een jaar onderzoek naar Robin van O. en zo zijn ze op het spoor gekomen van de loods met martelcontainer. Het is oorlog, blijkt volgens justitie uit berichten tussen P. en Van O. „Ik ben normaal niet van deze afdeling”, zo schrijft P. aan Robin van O. „Maar er zijn er nu een paar…. Ik hoop dat ik ze kan martelen.”

Wouwse Plantage

Drie kwartier na de arrestatie van P. op maandagochtend 22 juni blaast een lid van de Dienst Speciale Interventies met explosieven de schuifdeur open van een loods in het dorp Wouwse Plantage in Noord-Brabant. Hoewel de politie de loods al maanden in de gaten houdt en dankzij heimelijk geplaatste camera’s een goed beeld heeft van wat ze zullen aantreffen, treden de agenten in vol ornaat binnen: speciale helmen, kogelvrije vesten en automatische wapens. Er is luchtsteun van een helikopter.

Er zijn geen mensen in de loods, wel zeven geïsoleerde zeecontainers. Zes zijn ingericht als cel, inclusief geluidsisolatie en handboeien. In de zevende staat een tandartsstoel met handboeien. De politie vindt ook scalpels, kniptangen, een takkenzaag en een vingerklem.

De leider van de organisatie die deze containers heeft ingericht, is volgens justitie sportschoolhouder Van O. Hij is die ochtend op hetzelfde moment als P. aangehouden in een appartement aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag.

De vondst van deze ‘martelcontainer’ komt overeen met foto’s die de politie heeft gezien in onderschepte berichtenverkeer tussen Roger P. en Robin van O. De berichten zijn verstuurd via het netwerk van Encrochat. Ze lezen bij de foto’s van de containers begeleidende teksten waarin wordt gesproken over „martelen” en „onze ebi” - een verwijzing naar de extra beveiligde gevangenis in Vught. Hiermee moest iemand bewogen worden om te gaan praten, zo concludeert Andy Kraag, hoofd van de Landelijke recherche in een filmpje van de inval. „Dit was echt bedoeld als martelkamer.”

Roestvrijstalen ketels

Burgemeester Han van Midden weet nog van niks als die ochtend de eerste telefoontjes van bewoners binnenkomen over de helikopter boven Wouwse Plantage. Het dorp valt onder de West-Brabantse gemeente Roosendaal, waar Van Midden sinds het najaar van 2019 burgemeester is. De week daarvoor is in Wouwse Plantage een loods afgebrand, waar een drugslab was ingericht. Volgens een ter plekke aanwezige verslaggever van Omroep Brabant gaat het om een van de grootste drugslabs ooit in Brabant gevonden. Er zijn na de brand vier roestvrijstalen ketels aangetroffen met een capaciteit van duizend liter per ketel. Het is het zoveelste incident met ondermijnende criminaliteit waarmee Van Midden te maken heeft gehad.

Vanwege deze problematiek heeft hij geregeld contact met de politie. „Normaal gesproken word ik tijdig ingelicht voor zo’n actie, dat is in dit geval niet gebeurd”, vertelt Van Midden telefonisch. „Dat is soms lastig, omdat je vragen krijgt van ongeruste bewoners die we het liefst meteen adresseren. Maar gezien de ernst van de zaak begrijp ik heel goed dat ook ik pas in de loop van de dag ben geïnformeerd.”

Corrupte agenten

De reden dat het onderzoek naar Roger P. en de martelcontainer volledig is afgeschermd, heeft te maken met de inhoud van de Encrochatberichten die de politie meeleest. Daaruit blijkt dat criminelen soms dagelijks toegang hebben tot informatie uit de systemen van de politie, popo in onderwereldtaal.

„Ik lees net in het popo-systeem. Er loopt een onderzoek op jou of je vrouw. Witwassen”, schrijft een iemand met de bijnaam Typicaltea. Daarop komt een reactie van iemand met de bijnaam Mysticsteak: „Laat me even lezen dan. Is wel belangrijk.” Typicaltea en Mysticsteak zijn volgens de politie bijnamen van twee handlangers van P. Daarna zegt een van hen dat hij 15.000 euro betaalt „om elke dag in het systeem te kunnen kijken”.

Lees ook: Hoe een telefoon-hack narcostaat Nederland feilloos blootlegt

Dankzij dit corrupte contact komen P. en zijn mensen er achter dat de recherche „een heftig onderzoek” naar hen doet. „Er kunnen alleen bepaalde mensen in, hoge agenten”, krijgen Roger P. en zijn mannen te horen.

Rivalen van P. hebben vermoedelijk ook toegang tot gevoelige informatie via een eigen politiecontact. „Wie heeft hij die hem daarbij kan helpen?, vraagt R. aan iemand uit zijn organisatie over zijn rivaal Ali de Iranees. „Die popo van hem toch?” Wie is dat? willen de verhoorders weten van P. „We hebben het over een corrupte politieagent die jou heeft benadeeld. Het lijkt me dan ook in jouw belang dat jij hier iets over verklaart.”

Roger P. gaat er niet op in. Bij het eerste verhoor na zijn arrestatie heeft hij verteld waarom hij mank loopt: „Ik heb een zweepslag opgelopen omdat ik dacht sneller te kunnen zijn dan het arrestatieteam.” Sindsdien gebruikt Roger P. op advies van zijn advocaat Jan-Hein Kuijpers nog maar zes woorden: „Ik beroep me op mijn zwijgrecht.”