De laatste dag van John Lennon

Biografie Op 8 december is het veertig jaar geleden dat ex-Beatle John Lennon werd vermoord, een feit dat dit jaar in onder meer vijftien nieuwe boeken wordt herdacht. Zij beschrijven hoe zijn laatste jaar en zijn laatste dag eruitzagen.

Rockster John Lennon en zijn vrouw Yoko Ono bij de opnames van de videoclip voor ‘Starting Over’, in de Sperone, Westwater Fisher Gallery in Soho, New York, 26 november 1980.
Rockster John Lennon en zijn vrouw Yoko Ono bij de opnames van de videoclip voor ‘Starting Over’, in de Sperone, Westwater Fisher Gallery in Soho, New York, 26 november 1980. Foto Allan Tannenbaum/Polaris

Maandag 8 december 1980 is een ongewoon warme winterdag in New York. Het is zonnig en 18 graden in de Upper West Side – normaal hoort het te vriezen. John Lennon en zijn vrouw Yoko Ono ontbijten laat, in het Italiaanse café La Fortuna, vlak bij hun huis, de Dakota aan het Central Park. Daarna gaat de voormalige leider van The Beatles naar de buurtkapper Viz-à-Viz. Het naar achteren gekamde haar en de bakkebaarden doen denken aan zijn rockersdagen, zeker in combinatie met zijn leren GAP-jas.

John Lennon werd die dag vermoord voor zijn huis. Dat weet ik wel, al veertig jaar. Dus als ik een boek over hem lees, ben ik geneigd om alles te zien in het licht van dat onontkoombare slot. Dan zie ik er al tegenop – die halve lege bladzijde op het eind van het fatale hoofdstuk. En straks, op het einde van dit artikel, gaat hij wéér dood. Honderd keer kan ik het lezen, honderd keer moet ik huilen.

Lennon was niet naar zijn dood aan het toeleven. Hij straalde juist van levenslust op zijn laatste dag.

Maar de Noord-Engelse zanger van ‘Imagine’ en ‘Come Together’ was zelf helemaal niet naar dit punt toe aan het leven. Hij straalde juist van levenslust op zijn laatste dag. Hij had net zijn comeback-elpee Double Fantasy gemaakt, na zes jaar thuiszitten, hij maakte enthousiast plannen om voor het eerst sinds vijftien jaar weer op wereldtournee te gaan. Hij genoot van zijn vijfjarige zoon Sean, keek ernaar uit om die te zien opgroeien. De onzinnige moord verstoort juist zijn verhaal. Dat maakt het zo onverteerbaar.

8 december 1980

Na de kapper komt sterrenfotograaf Annie Leibowitz langs voor een fotoserie. Lennon gaat bloot bij Ono liggen, die geheel gekleed blijft – een omkering van het gebruikelijke man-vrouwbeeld. Die foto staat later op de cover van de Rolling Stone. Daarna geeft de zanger een levendig interview voor RKO-radio.

Ter ere van Lennons veertigste sterfdag, en zijn tachtigste verjaardag, verschijnen dit najaar onder meer een nieuw gemixte verzamelplaat, een BBC-radiodocumentaire van zijn zoon, en zo’n vijftien nieuwe boeken. Mike Tree schreef zijn memoires als Lennons tuinman (In Lennon’s Garden). Een medium sprak met de geest van Lennon (The Other Side of John Lennon). En de Japanse sekteleider Okawa blijkt ook een lijntje met de overledene te hebben (John Lennon’s Message from Heaven). Terwijl Lennon nog zo tegen hem had gezegd: „Stel je voor dat er geen hemel is/ Boven ons alleen de lucht.”

John Lennons comeback-elpee Double Fantasy

Vier van de meer serieuze boeken zoomen in op Lennons laatste jaar. Na het uiteenvallen van The Beatles in 1970, de grootste popband aller tijden, was de popster aangespoeld in New York. Kopschuw geworden door het stalkende leger fans en paparazzi dat hem doorlopend belegerde, vond hij hier enige rust.

Nou ja, hij moest eerst nog even uitrazen. Samen met Ono voerde hij actie voor de wereldvrede en tegen van alles. Hij vocht tegen zijn heroïneverslaving en tegen de immigratiedienst die hem wilde deporteren – president Nixon vond hem een gevaarlijke revolutionair. En hij werd het huis uitgezet door Ono, waarna hij een ‘Lost Weekend’ in Los Angeles beleefde: anderhalf jaar lang stevig drinken, snuiven, seksen. Maar toen hij terug was bij Ono, en hun zoon was geboren, trok hij zich terug uit het openbare leven. Zijn vrouw deed voortaan het imperium – ze investeerde zijn Beatlesmiljoenen onder meer in vastgoed en koeien – en Lennon werd huisman.

Lees ook over de podcastserie De Laatste Dagen Van… John Lennon: Een ode aan de muzikant en mens John Lennon

8 december 1980

’s Avonds, als Lennon en Ono na het interview buitenkomen om naar de studio te gaan, staan er bijna geen fans of fotografen op hem te wachten. Normaal wordt hij gek van de permanente belegering. „Waar zijn mijn fans?”, zegt hij. Er staan slechts twee jongemannen met overgewicht. Een fan met een bril reikt hem zwijgend een stift en een exemplaar van Double Fantasy aan. „Wil je dat ik die signeer?”, vraagt Lennon behulpzaam. De jongeman zegt niets. De andere fan is een enthousiaste amateurfotograaf met een vlassnor die Lennon trouw volgt. Hij maakt een foto van Lennon en de jongeman met de bril. Dat blijkt ’s avonds de foto van zijn leven te zijn.

Lennon de huisman. Stel je nu geen dweilende en stofzuigende Beatle voor. Of een hippie-miljonair achter het supermarktkarretje met een kleuter die een woedeaanval krijgt in het pad met frisdranken. Daar had hij zijn personeel voor. Lennon zat voornamelijk op bed tv te kijken of in de keuken thee te drinken en Gitanes te roken. En hij bakte brood. Daar was hij zelf lyrisch over. Hij vond het wel jammer dat de baksels, waar hij zoveel tijd en liefde in stopte, door zijn gezin in een paar happen verorberd werden. En dat zijn geniale broden niet werden bekroond met ‘gouden platen en ridderordes’, zoals ooit zijn Beatlesplaten.

In zijn lied ‘Watching the Wheels’ legt hij aan sceptische vrienden uit dat hij het wel prima vindt zo. „Niet langer in de draaimolen/ Ik moest het gewoon loslaten.” Maar die tevredenheid was niet helemaal waarachtig. Lennon was zijn muze kwijt. Hij bleef thuis omdat het niet meer lukte met de muziek. Er waren dagen dat co-Beatle Paul McCartney vaak bij hem langskwam met zijn gitaar. Lennon kon het niet aan. Het was die gitaar. En waarschijnlijk waar die gitaar voor stond: de energie en scheppingskracht van zijn vroegere partner.

Lennon had ook niet het gelijkmatige karakter om lange tijd van het huiselijk leven te genieten. Hij was getekend door de slopende Beatlesjaren: „Je moest jezelf volledig vernederen om een Beatle te kunnen zijn.” En door zijn ongelukkige jeugd. Afgestaan door zijn ouders, opgevoed door zijn strikte, kleinburgerlijke tante, verloor hij op zijn zeventiende zijn moeder in een auto-ongeluk („Moeder, jij kreeg mij/ Maar ik kreeg jou nooit”). De ongedurige Lennon voelde zich vaak klein en uitte dat door zich te gedragen als een agressieve bullebak. En ja, hij was verslavingsgevoelig: heroïne, drank, seks, televisie. Zelf zei hij in de zomer van 1980: „Ik ben een raar, psychotisch kind dat zijn onzekerheid verbergt achter een macho façade.” Yoko Ono, die hij ‘Moeder’ noemde, was ongerust over haar onvolwassen man die de deur niet meer uitkwam, dus stuurde ze hem op reis.

Waarom ging Lennon weer aan het werk? Volgens Tim English, die een boek schreef over de muziek waar Lennon naar luisterde in zijn laatste jaar (John Lennon: 1980 Playlist) waren het de nieuwe muziekstijlen new wave, disco en reggae waar Lennon enthousiast van werd. Volgens Kenneth Womack (John Lennon 1980: The Last Days in the Life) was het McCartneys single ‘Coming Up’ die zijn competitieve geest wekte. Terwijl Lennon in de jaren zeventig thuiszat, was McCartney doorlopend op wereldtournee en verkocht miljoenen soloplaten. ‘Coming Up’ had het hippe kale geluid van de post-disco. Lennon, die doorgaans nogal neerbuigend deed over McCartneys werk, hoorde de danshit op de autoradio en was meteen verkocht. Hij wilde ook weer meedoen.

In Who Killed John Lennon? geeft Lesley-Ann Jones een romantischer verklaring voor Lennons terugkeer naar de muziek: het was zijn roemruchte zeiltocht van Newport (Rhode Island) naar Bermuda, juni 1980. Tijdens een hevige storm moest Lennon het stuur overnemen van kapitein Hank, die er al dertig uur op had zitten. Zes uur lang stond Lennon aan het roer, kletsnat koersend op zes meter hoge golven. „Ik zong zeemansliederen en schreeuwde tegen de goden.” Toen de kapitein hem weer kwam aflossen, trof hij een andere Lennon aan: „uitbundig, schoongewassen”. Lennon was door een ‘frontale catharsis’ getrokken.

John Lennon in 1980

Foto Allan Tannenbaum/Polaris

8 december 1980

In de studio werken de Lennons aan de eindmix van ‘Walking on Thin Ice’, de nieuwe single van Yoko Ono. Daarna gaan ze terug naar huis om Sean een nachtkus te geven. Met zijn arm vol demobandjes stapt Lennon voor de poort van de Dakota uit de limo. De zwijgende fan met de bril, die eerder een handtekening van hem kreeg, staat op hem te wachten met een .38 Special-revolver.

Die fan wilde aanvankelijk een kaliber .22 kopen, maar de winkelier zei: „Dan lachen de inbrekers je uit. Met een .38 lacht niemand je uit.” Dat schrijft James Patterson in The Last Days of John Lennon. Deze true-crime-thriller beschrijft minutieus de gang van de moordenaar. Je ziet zo een Netflixserie voor je. Zijn concurrent Kenneth Womack, die veel minder hardboiled schrijft, weigert daarentegen om de moordenaar zelfs maar bij naam te noemen. In zijn boek blijft de brillende jongeman de passant die hij had moeten blijven. Ook de moord slaat Womack domweg over – een sterk effect. Hij eindigt het fatale hoofdstuk met: „Het is kwart voor elf.”

In de zomer, na de avontuurlijke zeereis, trok Lennon zich terug op Bermuda om aan nieuwe songs te werken. „De vrouw heeft me op werkvakantie gestuurd.” Zijn liedjes nam hij op met een draagbare radiocassetterecorder, de Sony CF-6500II Zilbab. Zijn a-ritmische assistent Fred Seaman moest het ritme tikken met een pen. Hieruit kwam Double Fantasy voort, uitgekomen in november, drie weken voor Lennons dood. Op aandringen van Yoko Ono zijn de nummers om en om van hem en van haar. Aanvankelijk viel de comeback van de Beatle wat tegen. De verkoop bleef achter, de critici waren teleurgesteld. Ze vonden de lofzang op het huiselijk geluk van de Lennons irritant. De NME schreef: „Klinkt als een geweldig leven, maar het levert helaas een kutplaat op.” Ze vonden de liedjes van Lennon slap en ouderwets en hadden meer waardering voor Ono’s bijdragen, want die pasten beter in de newwavetrend.

In het laatste interview dat Lennon gaf, op zijn sterfdag, zei hij dat het gemoedelijke retrogeluid juist de bedoeling was: „Ik ben veertig en ik wil praten met mensen van mijn eigen leeftijd. Ik richt me tot de groep die de jaren zestig heeft overleefd. We hebben de oorlog overleefd, de drugs, de politiek, het straatgeweld – de hele mikmak – en nu staan we hier.”

Toen John Lennon dood op de stoep lag, veranderde de waardering voor Double Fantasy compleet. De plaat werd alsnog een bestseller. The New York Times, Rolling Stone en The Village Voice trokken naarstig hun op stapel staande, negatieve recensies terug. Vanaf nu werd de plaat alleen nog maar opgehemeld.

8 december 1980

Beeldend kunstenaar Robert Morgan, die tegenover Lennon woont, ziet de moord door zijn raam gebeuren. Hij heeft een camera klaarliggen, een Nikkormat EL met telelens, die hij richt op de stervende Lennon. Dan laat hij de camera zakken. Ik dacht: „Dit is niet mijn werk. Wie daar ook ligt, hij heeft recht op een laatste moment in privacy.” In plaats daarvan pakte hij zijn penseel en maakte een olieverfschilderij van het tafereel. Je ziet van bovenaf een kruispunt in droevig lantaarnlicht met wat verspreid staande mensen in een web van paarse schaduwen. Vijf agenten dragen voorzichtig de dodelijk gewonde Lennon naar hun auto, om hem naar het ziekenhuis te brengen. Dood bij aankomst.

Boekrecensie

Kenneth Womack
John Lennon 1980: The Last Days in the Life
(Omnibus Press)

●●●●

James Patterson
The Last days of John Lennon
(Penguin, Century)

●●●●●

Tim English
John Lennon: 1980 Playlist
(eigen uitgave)

●●●●●

Lesley-Ann Jones
Who Killed John Lennon?
(Bonnier Zaffre)

●●●●●