Stroomvraag stijgt 35 procent door waterstofplannen van Noord-Nederland

Energietransitie Plannen van Groningen, Drenthe en Friesland om groene waterstof te maken, overtreffen de kabinetsambitie royaal. De stroombehoefte en de kosten van die nieuwe fabrieken verontrusten experts.

Ondergrondse gasopslagen van Gasunie’s EnergyStock.
Ondergrondse gasopslagen van Gasunie’s EnergyStock. Foto Sake Elzinga

Regionale plannen voor de bouw van fabrieken voor de productie van ‘groene waterstof’ leggen een zeer groot beslag op het landelijke elektriciteitssysteem. Alleen al de noordelijke provincies willen groene waterstoffabrieken bouwen met een elektriciteitsverbruik dat optelt tot 35 procent van de huidige landelijke stroomvraag. Dat blijkt uit onderzoek van NRC.

Volgens experts zetten de ambities de haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie op het spel. De grote vraag naar groene stroom voor de waterstoffabrieken dwingt ertoe om tot 2030 twee keer zoveel windparken op de Noordzee te bouwen als nu voorzien is. Dat kost vele miljarden euro’s. Maar als de bouw van windparken achterblijft bij de waterstofambities, moeten fossiele elektriciteitscentrales meer draaien en neemt de CO2-uitstoot toe.

Het kabinet presenteerde in maart ambitieuze plannen voor de ontwikkeling van een waterstofeconomie in Nederland. Sindsdien publiceerden regio’s daarvoor meer concrete ambities. In Drenthe, Friesland en Groningen gaan die de kabinetsplannen ver te boven.

Er is grote politieke steun om in het noorden van Nederland een waterstofindustrie op te bouwen om het wegvallen van werkgelegenheid in de aardgaswinning op te vangen. Donderdag verleende staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA) de noordelijke provincies 330 miljoen euro subsidie uit het Europese Just Transition Fund (JTF), een in juni opgericht EU-fonds dat regio’s ondersteunt die geraakt worden door het afscheid van fossiele brandstoffen.

Coalitiepartijen CDA en ChristenUnie riepen in juni in een Kamermotie al op JTF-geld „specifiek” in te zetten voor waterstof, met name groene waterstof die geproduceerd wordt met water en elektriciteit. Een gelijktijdig ingediende motie van CDA, ChristenUnie, PvdA en D66 vroeg om uitbreiding van de kabinetsplannen voor waterstof „om in Europa een toonaangevende rol in de waterstof-transitie te verwerven en te behouden”. Beide moties kregen brede steun: alleen FvD en PVV stemden tegen.

Multinationals

Volgens Drenthe, Friesland en Groningen vergen hun plannen ruim 9 miljard euro aan investeringen. Daarbij is niet meegeteld dat er ook veel windparken gebouwd moeten voor de stroomvoorziening van de elektrische waterstoffabrieken.

De noordelijke investeringsplannen voor waterstof zijn eind oktober gepubliceerd door een consortium waarin naast de drie provincies (en enkele gemeenten) ook twintig bedrijven deelnemen, waaronder multinationals als Shell, Vattenfall en Nouryon. Vorig jaar ontvingen de noordelijke provincies al een Europese subsidie van 20 miljoen euro om een ‘Hydrogen Valley’ te ontwikkelen.

Lees ook het bijbehorende achtergrondverhaal: Noord-Nederland wil groene waterstof, maar voor de fabrieken is dat nu nog te duur

Zowel het Nederlandse kabinet als de Europese Commissie zetten in op zeer sterke groei van ‘elektrolysers’ die waterstof maken met water en elektriciteit. Dat is nu nog een bescheiden technologie: wereldwijd bedraagt het vermogen aan elektrolysers minder dan 50 megawatt (MW).

De Europese Commissie wil in Europa groeien naar het duizendvoudige: 40.000 MW in 2030. Voor die opbouw zou de komende tien jaar 240 miljard tot 380 miljard euro nodig zijn. Deels is dat geld bestemd voor waterstoffabrieken, maar vooral (circa 90 procent) voor de zonne- en windparken om de elektriciteit ervoor op te wekken.

Het kabinet wil de komende tien jaar 3.000 à 4.000 MW aan elektrolysers bouwen. De regionale plannen in Nederland lopen inmiddels op tot bijna 10.000 MW. Daarvan is 6.500 MW gepland in de noordelijke provincies, de overige capaciteit met name rond de industrie in de Rotterdamse haven en Zeeland.

Experts ongerust

Energie-experts zijn ongerust over de grootschaligheid van de Nederlandse plannen. „De maatschappelijke kosten en het maatschappelijk draagvlak, daar maak ik me de meeste zorgen over”, zegt wetenschapper Richard van de Sanden, verbonden aan de Eindhovense energie-instituten Eires en Differ.

De plannen voor het noorden worden gedomineerd door projecten van Shell

Hoogleraar energie en grondstoffen Ernst Worrell (Universiteit Utrecht) vindt dat Nederland eerder miljarden zou moeten besteden aan energiebesparing dan aan waterstof. „Dan kunnen we die dure brandstof ook beter betalen, omdat we er minder van nodig hebben. Ik heb het gevoel dat we met ‘waterstof is de nieuwe wereldmarkt’ vastzitten in het denken.”

De plannen voor het noorden worden gedomineerd door projecten van Shell. Het energieconcern wil er de komende tien jaar 4.000 MW aan elektrolysers bouwen, wat het bedrijf eerder dit jaar aankondigde als het „grootste groene waterstofproject van Europa”. Ook het Franse energiebedrijf Engie heeft omvangrijke plannen in Groningen, voor 1.850 MW.

NRC berekende dat de totale elektriciteitsvraag van alle voorziene noordelijke fabrieken voor groene waterstof 39 terawattuur (TWh) bedraagt. Dat is meer dan een derde van het huidige jaarlijkse elektriciteitsverbruik van Nederland, dat op 113 TWh ligt. Het energieverbruik van elektrolysers in andere regio’s komt daar nog bij. Om zoveel stroom te produceren met windparken op zee, moeten er tot 2030 twee keer zoveel worden bijgebouwd als nu voorzien is.

Welke invloed de groei van elektrolysers heeft op de stroomvoorziening, is niet bekend. Vertrekkend operationeel directeur Ben Voorhorst van hoofdnetbeheerder Tennet zei vorige week in NRC wel dat hij zich „druk maakt” over de leveringszekerheid van elektriciteit in Nederland na 2025. De stroombehoefte van de industrie noemde hij in dat interview „de grote onzekerheid”.

Lees ook: Waterstof: potentieel groen, maar nu nog peperduur