‘Nederlander vóór hogere militaire uitgaven’

Onderzoek Clingendael Wordt defensie voor Nederlanders alsnog een prioriteit? Nieuw opinieonderzoek wijst wel die kant op.

Een militaire oefening op de Oirschotse Heide.
Een militaire oefening op de Oirschotse Heide. Foto ANP Robin van Lonkhuijsen

Nederlanders kijken voor defensie en veiligheid meer dan ooit naar de Europese Unie en zijn ook bereid om daarvoor te betalen. Dit stelt Instituut Clingendael na nieuw, deze dinsdag gepubliceerd opinieonderzoek. Van de respondenten denkt bijna tachtig procent dat Europa de komende vijf jaar minder op de Verenigde Staten zal kunnen rekenen voor de eigen verdediging.

Ruim zeventig procent zegt voor een militair meer zelfstandig Europa te zijn. Zelfs kiezers van anti-Europese partijen als Forum voor Democratie en de PVV zijn hier in meerderheid vóór: bij FVD ligt dat percentage op 57 procent, bij de PVV op 60.

Lees ook: Europa denkt nog steeds niet zelfstandig over zijn defensiebeleid

Volgens de onderzoekers zijn Nederlanders een „strategische wending naar Europa” aan het maken, onder meer door het Britse vertrek uit de EU en de sterk toegenomen rivaliteit tussen Rusland, China en de Verenigde Staten.

Prioriteitenlijstjes

Uit het onderzoek blijkt ook dat 48 procent van de Nederlanders een verhoging van het defensiebudget steunt. Het percentage dat dit niet doet, is 24 procent. „Dit is een belangrijk gegeven”, schrijft het instituut. „Defensie staat van oudsher niet heel hoog in de prioriteitenlijstjes van Nederlanders voor de besteding van overheidsuitgaven.” Mogelijk verandert het nu „gemeten stevige draagvlak” door de economische gevolgen van de coronapandemie.

Clingendael doet geregeld opinieonderzoek onder 23.000 Nederlanders, om inzicht te krijgen in het denken over internationale ontwikkelingen en het buitenlands beleid van Nederland. De resultaten uit deze ‘Buitenland Barometer’ worden sinds september regelmatig gepubliceerd. In een eerdere publicatie sprak ruim 70 procent van de Nederlanders zich uit voor meer samenwerking met Frankrijk en Duitsland.