Opinie

Hoe houd je het team happy en hybride?

Marc Hijink

Hybride is het toverwoord van de coronacrisis: de pandemie verandert de baan van veel werknemers in een mengvorm van online en fysieke aanwezigheid. Dat gaat best aardig. Ik spreek regelmatig mensen die thuiswerken als een zegen ervaren, zeker als ze af en toe naar kantoor mogen. „Je mag het niet zeggen”, zeggen ze dan, „maar ik vind het prima zo.”

De verwachting is dat hybride teams een blijvertje zijn. Techbedrijven als Microsoft, Zoom en Salesforce rekenen daarop; Salesforce zou zelfs 23 miljard dollar willen betalen voor Slack, de zakelijke chatapp die het team ook op afstand bij elkaar houdt.

Thuiswerkers blijken productiever, concludeerde Harvard Business Review. Geen wonder; er is minder afleiding, je hebt minder onderonsjes met collega’s en de reistijd is teruggebracht tot het open- en dichtklappen van de laptop.

Nog meer tijdwinst: voor de webcam hoef je alleen je bovenste helft netjes aan te kleden. Ik begrijp uit betrouwbare bron dat dit Donald Ducken wordt genoemd, naar de beroemde broekloze eend.

Die verbeterde productiviteit komt niet alleen voort uit digitalisering. Thuiswerkers maken structureel langere dagen, toonde The Economist onlangs aan in een grafiek. Die conclusie is gebaseerd op metingen van Atlassian, een softwarebedrijf dat bijhield wanneer 5.000 kenniswerkers overal ter wereld in- en uitlogden. Per dag werken de thuiswerkers een uur langer door, vooral in de avonduren.

Hybride werken wordt verpakt in kreten als Work from Home en Work From Anywhere. Daar hoort nog een kreet bij: Work Anytime. Veel thuiswerkers stapelen werk en privé op elkaar. In de Vinex-vlaktes rondom Utrecht spot ik regelmatig de vergadelaar. Dat is een wandelaar die tegelijk hardop telefonisch vergadert. Ik kwam er net eentje tegen die, uit het niets, tegen de wereld riep dat ze om half één ’s nachts haar laptop had aangezet had om de omzetcijfers te checken.

Zelf werk ik graag in de sportschool. Voor omstanders geen pretje, zo’n zwetende meneer die anderhalf uur op een fiets zit om een interview uit te tikken op z’n telefoon. Voor mij is het een manier om even het thuiskantoor te ontsnappen.

Werkgevers zijn gecharmeerd van de hybride werkwijze. Ze kunnen besparen op kantoorruimte én hun werknemers gelukkiger maken. Maar de les van lockdowns is juist dat we ruimere, stillere en dus duurdere werkplekken op kantoor nodig hebben. En de werk-privé balans is bij thuiswerkers niet zo happy en hybride als gedacht.

Ik betwijfel of thuiswerken post-corona zo effectief is als nu. Na het vaccin zal de agenda vollopen met etentjes, uitjes en uitgestelde visites. De bereidheid om een uur extra te werken verdwijnt – eerst maar eens de sociale honger stillen.

In Nieuw-Zeeland en Taiwan hebben ze het virus onder controle. De Financial Times berichtte dat in die landen bijna weer als vanouds (binnenlands) gereisd wordt. Fysieke bijeenkomsten bloeien op, omdat werken een sociale activiteit is. De herinnering aan de pandemie vervaagt daar al. Als een boze droom, met hier en daar positieve bijverschijnselen.

Marc Hijink schrijft over technologie

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.