Franse journalisten: ‘De intentie is om ons te muilkorven’

Franse veiligheidswet Franse journalisten demonstreren mee tegen een nieuwe veiligheidswet die het fotograferen en filmen van politie beperkt.

Foto Thierry Fournier, La Main Invisible #3, naar een foto van Amaury Cournu van een demonstratie van de 'gele hesjes' in Parijs in 2019.
Foto Thierry Fournier, La Main Invisible #3, naar een foto van Amaury Cournu van een demonstratie van de 'gele hesjes' in Parijs in 2019.

In twee jaar tijd werd freelance persfotograaf Anne Paq „omver gelopen, geduwd of juist getrokken” door agenten. Terwijl ze haar werk deed: demonstraties vastleggen. Paq (44) dacht iets gewend te zijn toen ze na jaren in Gaza terugkeerde naar Frankrijk. In Parijs „stortte” ze zich op aanzwellende volksbewegingen zoals de gele hesjes. En eigenlijk direct, vertelt ze aan de telefoon, „werd ik ermee geconfronteerd dat de politie zich ook tegen journalisten keerde bij die gebeurtenissen. De hardhandigheid waarmee agenten dan optreden, vind ik nog steeds schokkend.”

Journalisten in Frankrijk voelen zich steeds vaker het „uitgekiende doelwit” van de oproerpolitie. Zeker vanaf 2016 beklagen de vakbonden SNJ en CGT en internationale persvrijheidsorganisaties als Reporters Without Borders zich bij de Franse en Europese autoriteiten over wangedrag.

Deze maand werden die klachten onderdeel van de ophef over de nieuwe ‘algemene veiligheidswet’. Hierin staat een beperking voor het in beeld brengen van politieagenten. Dit leidt tot censuur en het verbergen van politiegeweld, volgens tegenstanders. Tienduizenden mensen gingen in Frankrijk straat op. Teneur: de politiek kiest voor de agent, en tegen degene die hem met een camera of smartphone vastlegt – journalist of niet. Het specifieke artikel 24 verbiedt de journalisten niets ronduit, maar heeft eerder een onderhuids effect. De tekst gaat over beelden waarop agenten te herkennen zijn en waardoor hun ‘fysieke en mentale integriteit’ in het geding komt. Dat is lastig te bepalen.

De protestmars afgelopen zaterdag in Parijs heeft ze zonder belemmeringen doorstaan, vertelt Paq aan de telefoon: „Het is eigenlijk bizar dat ik met die vrees, om geraakt te worden, aan het werk ga. Dat zegt al genoeg over hoe demonstraties vaak verlopen voor journalisten.”

Foto Thierry Fournier, La Main Invisible #2, naar een foto die Anne Paq op 7 maart 2020 maakte tijdens een feministische demonstratie.

Maandag krabbelde regeringspartij LREM terug en beloofden parlementariërs een „compleet herschrijven” van het gehekelde artikel, om ook het recht op vrije informatie te bewaken. Voor oppositiepartijen en de actievoerende organisaties is zo’n herziening te weinig. De hele wet is te autoritair, vinden zij. Ook andere artikelen waarmee politiebevoegdheden worden versterkt, bedwingen het journalistieke werk. Er staan dus nieuwe demonstraties op de agenda, van onder meer persvakbond SNJ. Fotografe Paq denkt dat de politici vooral de gemoederen wilden bedaren. „Uit meerdere onderdelen blijkt duidelijk de intentie om journalisten te muilkorven”.

Lees ook: Waarom wel politiedrones in Frankrijk, maar geen mobieltjes van burgers?

Ook een schrikbeeld voor burgers

Het debat over censuur en wie een verhaal mag vertellen – of kan tonen – is ook nog niet gaan liggen. De beeldend kunstenaar Thierry Fournier, die zich onder meer bezighoudt met de relaties tussen mens en internet en digitale netwerken, onderzocht censuur in de praktijk. In zijn kunstproject La Main Invisible (‘De onzichtbare hand’) bewerkte hij nieuwsfoto’s door ordehandhavers uit het beeld te verwijderen. Zeven fotografen stonden hun foto’s aan hem af voor die photoshop-behandeling. Wat blijft er over van politiegeweld, zonder de politie? Op een bepaalde manier zijn de ‘nieuwe’ beelden indrukwekkender, denkt Fournier. „Ze zijn bevreemdend. In het frame kan alleen maar gekeken worden naar het slachtoffer, naar het effect van het geweld.”

Neem de foto van Anne Paq, die ze maakte tijdens een feministische demonstratie afgelopen maart. Een protestganger, die weigerde gehoor te geven aan een bevel om uiteen te gaan, werd door agenten onder de armen gevat en een metrotrap mee afgenomen. „Je ziet de vastberadenheid op het gezicht”, volgens Paq. De demonstrant en de gezichtsuitdrukking zijn in het door Fournier aangepaste beeld nog altijd te zien, maar de oproeragenten zijn verdwenen. De figuur lijkt in een krampachtige houding in de lucht te hangen. De kunstenaar: „De toeschouwer moet nu veel beter nadenken over wat er nu eigenlijk gebeurt, zelfs al is het effect van het geweld duidelijk.”

Zo is het in de gephotoshopte serie: beelden van ineengekropen figuren die worden belaagd, door wie of wat is niet te zien. „Alsof ze worden belaagd door fantomen, door een vijand die zich overal lijkt te kunnen bevinden. Het gevaar dreigt van alle kanten”, legt Fournier uit. Daar komt dan ook de titel vandaan. Het schrikbeeld is niet geheel ondenkbaar, volgens hem, in een maatschappij waar het maken aan foto- en videobeelden is voorbehouden aan één partij, die andermans opnames mag bestraffen, en zelf wel toezichtcamera’s, bodycams en drones mag inzetten.

„Ik reageer in mijn werk zelden zo op het actuele publieke debat”, aldus de kunstenaar. „Maar dit verbod op herkenbaar filmen, dat raakt aan mijn rechten als burger én aan mijn kunst. Voor je het weet, worden de beelden waarmee ik werk in installaties ook verboden.”

Foto Anne Paq