Help, de kerk is nu een trampolineparadijs

Religieus erfgoed Gebedshuizen krijgen steeds vaker een andere bestemming. Gelovigen zijn niet blij, buurtbewoners meestal wel.

De voormalige Clemenskerk in Hilversum is nu een trampolineparadijs voor kinderen.
De voormalige Clemenskerk in Hilversum is nu een trampolineparadijs voor kinderen. Foto Jan van Dalen/Boei

De kerk is elke zondag open. Om boodschappen te doen. De herbestemming van de naoorlogse Bernadettekerk in Helmond tot supermarkt „heeft de gemoederen flink beziggehouden en voor ophef gezorgd”, staat in het boek Kerkgebouwen; 88 inspirerende voorbeelden van nieuw gebruik van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed dat binnenkort verschijnt. „Veel gelovigen waren niet blij dat de kerk werd omgebouwd tot een supermarkt. In een Godshuis dient niet gehandeld te worden. Veel buurtbewoners daarentegen waren wel enthousiast over de nieuwe bestemming, omdat het pand voor de wijk behouden bleef.”

De Oost-Brabantse kerk uit 1955, twintig jaar geleden omgetoverd tot winkel, is een van de vele religieuze gebouwen die de afgelopen decennia een nieuwe bestemming hebben gekregen. Een kwart van alle gebedshuizen in Nederland wordt niet meer gebruikt voor het belijden van godsdienst, blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Minder kerkgangers

Van alle 7.110 kerken, synagogen, moskeeën en tempels die tot en met vorig jaar zijn gebouwd, hebben er 1.530 een nieuwe bestemming gekregen, en nog eens 295 staan op het punt een andere functie te krijgen. Oorzaak is doorgaans de verminderde kerkgang, want Nederland telt inmiddels meer ‘seculieren’ dan gelovigen. 51 procent van de bevolking zegt niet tot een religieuze groep te behoren, blijkt uit onderzoek van het CBS. Dat betreft natuurlijk vooral de christelijke godsdienst – moskeeën zijn en blijven veelbezochte gebedshuizen.

Waar buurlanden doorgaans voorzichtig zijn met sloop en herbestemming van kerken, meestal beperkt tot enkele honderden, is Nederland driftig aan het verbouwen geslagen. Nederland heeft zowel relatief als absoluut het hoogste aantal herbestemde kerkgebouwen van Europa, schrijven de onderzoekers van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. „Men ziet onze pragmatische volksaard, in combinatie met het gebrek aan ruimte om te kunnen bouwen, als een belangrijke verklaring.”

De voormalige Hervormde Kerk in Klein-Wetsinge, Groningen dient nu als buurthuis.
Foto’s Nanette de Jong
De voormalige Jacobskerk in Haarlem is nu een stadsbrouwerij voor Jopenbier.
De Amsterdamse Olofskapel uit de 15de eeuw is nu tijdelijk een campingrestaurant.
Foto Michael de louw
Veel kerken hebben tegenwoordig een nieuwe bestemming.

Er is veel buitenlandse verbazing over de grote hoeveelheid verschillende functies die in de voormalige kerken worden ondergebracht. Alles is bespreekbaar: van appartement tot zorgcomplex, van supermarkt tot trampolinehal. Frank Strolenberg, programmamanager toekomst religieus erfgoed bij de Rijksdienst: „Wij hebben alle denkbare functies waarvan het buitenland soms denkt: moet dat allemaal kunnen? Kijken buitenlanders vervolgens naar het ontwerp van de herbestemmingen, zijn ze echter enorm onder de indruk. Herbestemmen wordt in Nederland door de bank genomen dan ook heel zorgvuldig gedaan.”

Moeilijk afscheid

Een besluit over het sluiten en recyclen van een kerkgebouw verloopt nooit in stilte. Gelovigen nemen met grote moeite afscheid van het gebouw waar ze niet alleen hebben gebeden, maar waar ook vaak kinderen zijn gedoopt en getrouwd, waar uitvaarten en herdenkingsdiensten zijn gehouden.

En sommigen zullen nooit wennen aan het idee dat er, zoals in de eerste jaren na de herbestemming van de Bernadettekerk, een prikbord boven het wijwaterbakje en een brandslang boven een wijdingskruis hangen.

Lees ook: De kerk als ‘slow tourism’

Over wat een waardige herbestemming is, lopen de meningen vaak uiteen. De discussie kan een „splijtzwam” worden in een gemeenschap, constateert de Rijkdienst. In de Sint-Hubertuskerk in Maastricht zit nu een fitnessclub. Er wordt bier gebrouwen in de kerk van de Vrijzinnig Hervormden in Haarlem. In de kerk van Hooge Zwaluwe zit een restaurant. De Heilige- Clemens-Maria-Hofbauerkerk in Hilversum staat bekend als trampolinewalhalla. En in de Martinuskerk in Utrecht wordt gewoond.

Van de 1.530 kerken met een herbestemming heeft bijna vier op de tien een sociaal-culturele functie gekregen, zoals dorpshuis, bibliotheek of museum. Drie op de tien kerken is omgevormd tot woonruimte. Minder dan een op de twintig heeft een zorgfunctie gekregen. De ophef verdwijnt gaandeweg, signaleren de onderzoekers van de Rijksdienst. „Het verbouwen van een kerk tot brouwerij gaat veel gelovigen te ver. Maar als er dertig jaar en twee andere bestemmingen tussen zitten, ebt het gevoel van verontwaardiging weg en treedt acceptatie op.”

De betekenis van een gebouw kan in de loop der tijd wijzigen, schrijft algemeen directeur Susan Lammers van de Rijksdienst in het boek, maar de waardering ervoor blijft. „Kerkgebouwen zijn immers meer dan alleen een fysieke omhulling. Zij gaan over meer dan het alledaagse. Zij tillen ons als mensheid op.”